Precies vijfentwintig jaar geleden debuteerde Manon Uphoff met de verhalenbundel
Begeerte. Met een daverende klap kwam ze de Nederlandse letteren binnen. De bundel werd voor maar liefst drie prijzen de AKO Literatuurprijs, de Anton Wachterprijs en de ECI-prijs; het titelverhaal werd bekroond met de Rabobank Lenteprijs voor literatuur.
De verhalen zijn als geheime kamers, waar je door het sleutelgat kijkt en ziet wat niet voor je ogen bestemd is. Begeerte als verlangen, maar ook als passie, agressie, gedrevenheid en wil. Alle personages worden beheerst door de lust en pijn van hun begeerte.
Speciaal voor deze uitgave schreef Manon Uphoff een nawoord, waarin ze laat zien hoe elk verhaal een kiem is waaruit haar latere boeken zijn voortgekomen.
Manon Uphoff was born in 1962 into a family of 13 children. She left home at 16, went on to study literary theory and is now an acclaimed artist and writer, whose novels have been shortlisted for numerous prizes. Vallen is als vliegen (Falling is Like Flying) has been a literary phenomenon in the Netherlands, making 32 ‘Best of 2019’ lists, being shortlisted for 4 awards and winning the prestigious Charlotte Köhler Prize.
Manon Uphoff Is a Dutch writer and Desire is a collection of short stories. I will only comment on the title story which I read in Found in Translation anthology.
It is a hair rising short story about pedophile desire. It was well written but I could barely finish it.
Uphoff kan zeker schrijven, maar net als bij Rijneveld zijn de beschrijvingen van de donkere diepe krochten van de menselijke psyche een afknapper. Ja, ze doen het goed door het beklemmende en eenzame gevoel dat ze weten op te roepen. Uitlezen wil ik het dan echter niet...
Het leek vaak vies zonder functie. Er waren maar een paar verhalen die mij aanspraken en waar het leek alsof er een gedachte zat achter het verhaal/achter het vies zijn.
4 verhaaltjes gelezen om me voor te bereiden op een gesprek tussen valentijn hoogenkamp & manon uphoff en jeetje wat luguber. In het gesprek dat ging over schoonheid, zei manon uphoff: "overal waar je genoeg aandacht op richt, kan worden gezien als schoonheid." & ik begrijp precies wat ze daarmee bedoeld na het lezen van een paar van haar verhalen. Alles waar ze over schrijft is lelijk en vies & onsmakelijk, toch schrijft ze erover en maakt ze het poëtisch. Mooie verhalenbundel, ik hoop binnenkort de rest nog te lezen
Na jaren (en na lectuur van later werk) herlezen: wat een bijzonder gevarieerde bundel, met verhalen die allerlei verbindingen met elkaar (en met ander werk & met later werk van Uphoff) aangaan. De gezinsverhalen springen er echt uit: met vaders die van ladders vallen, slagers en visboeren, seks aan de zelfkant. Het verhaal 'Poep', in mijn herinnering steengoed, viel me wat tegen: grappig bedacht. Verhaal over Blikman en Sartorius is heel sterk, 'Vlees' is wat mij betreft een hoogtepunt.
Zoals verwacht, ontwrichtende doch onweerstaanbare verhalenbundel in haar lugubere representaties van de menselijke geest. Met name poep en vlees blinken uit.
In 1995 debuteerde Manon Uphoff met deze verhalenbundel. De bundel bestaat uit tien verhalen. De eerste vijf verhalen gaan over het grote gezin waarin Manon opgroeide en over de Utrechtse wijk Lombok, een echte volkswijk. Ze zijn dus min of meer autobiografisch, al speelt ze wel met variaties en gezichtshoeken waarmee ze met haar thema omgaat. Indrukwekkend vind ik het verhaal ‘Palingen en preken’ over de godsdienstwaan van de broer van de ik-figuur. De andere vijf verhalen zijn op het oog minder autobiografisch, vol fantasie, met buitenissige personages, zoals een oude man die opgewonden raakt van een Italiaanse zangeres en haar kwijlend aanbidt. Het slotverhaal ‘poep’ , een confrontatie tussen een rijke dame en een arme sloeber, maakt je als lezer bijna fysiek onpasselijk. Manon Uphoff schrijft fantasierijk en beeldend, met vaak aansprekende metaforen. Ik herken de stad Utrecht in haar werk. Als ze het heeft over het plein onder de Toren, kan dat alleen maar het Domplein in Utrecht zijn, toevallig een van mijn favoriete pleinen. In het verhaal ‘De dwerg’ stapt een kleine man op het Domplein op de bus waarin de ik-figuur zit, Een debuut dat smaakte naar meer. Een belofte die de schrijfster inmiddels heef ingelost.
Wat kan die vrouw schrijven! Niet dat ik er vrolijk van word, in tegendeel. Dat houdt mij ook steeds een beetje tegen om door te gaan met lezen. Maar wat een prachtige uitdrukkingsvaardigheid!