Niemand in Nederland kan zo gepassioneerd verhalen over de gloriejaren van het wielrennen als Martin Ros, zelf ooit winnaar van de Ronde van Uithoorn.
In zijn tijdloze sportklassieker Heldenlevens komen de mythische renners uit zijn jonge jaren weer tot leven. Fausto Coppi natuurlijk, de ongenaakbare Italiaanse maestro met wie het zo tragisch afliep. Zijn diepgelovige rivaal Gino Bartali. Jacques Anquetil, de man van staal. De legendarische Bossche Reus Gerrit Schulte Het verschijnsel Eddy Merckx. Jean Robic, het fenomeen uit Bretagne en vele andere grote en minder grote renners uit de romantische jaren van het wielrennen. Op gepassioneerde wijze brengt Ros ze bij elkaar in een hartstochtelijk boek waarin de geur van massageolie,zweet en champagne vanaf de eerste bladzijden opstijgt.
Mooie verhalen, maar wat meer gekleurd dan prettig is. Opmerkingen als dat renners liever in een "veilige loopgraaf" in de Eerste Wereldoorlog zouden zitten dan in Parijs-Roubaix, en het uiterlijk van een renner vergelijken met iemand die net uit een concentratiekamp is ontsnapt zijn niet alleen smakeloos, maar geven ook aan dat de auteur geen flauw benul heeft van de echte wereld (voor de zekerheid: die miljoenen doden vielen in de oorlog, niet in Parijs-Roubaix, om over de kansen om levend uit een concentratiekamp te komen nog maar te zwijgen).