Geweldige verhalenbundel en meteen ook een goede dwarsdoorsnede van de thema's uit zijn werk.
- Dominee met strooien hoed: magnifiek verhaal en een van de beste die Wolkers heeft geschreven. Het kinderrijke gezin Wolkers gaat naar het strand en de jonge Jan beleeft van alles. Soms is het werkelijkheid, dan weer fantasie en soms zelfs hallucinatie. De streng gelovige vader speelt een hoofdrol met zijn twijfelachtige talent om alle pret voor zijn kroost te verpesten, zijn barse optreden larderend met bijbelteksten. De schuldgevoelens waar de jonge Jan in dit verhaal mee worstelt, vormen de basis voor het latere afzetten tegen het milieu waar hij uit voortkomt.
- Gevederde vrienden: minder geslaagd verhaal uit het oeuvre van Wolkers en overduidelijk voortkomend uit zijn bewondering voor Edgar Allen Poe. Het gruwelverhaal - over een man die zijn gehate vrouw in een koelkast opsluit, haar later in stukjes hakt en aan de vogels voert - is niet veel meer dan dát: een gruwelverhaal. Het mist de connectie met andere thema's uit het werk van Wolkers. Al zou je zijn dierenliefde hierin kunnen terugvinden natuurlijk...
- Gesponnen suiker: in het titelverhaal keert de hoofdpersoon terug naar de plek waar hij in de oorlog samen met zijn broer een dode Amerikaanse vliegenier heeft begraven. Van de parachute maakte de zuster regenjassen. De ik-figuur is geobsedeerd door zijn overtuiging dat de soldaat levend begraven is. Ook hier dus het thema van de gruwelijkheid, want zou zó gegaan kunnen zijn. Plus de gevoelens van schuld en boete, voortkomend uit de gereformeerde opvoeding.
- Laatste kwartier: een weinig bijzonder gruwelverhaal en de connectie met de Bijbel doet geforceerd aan.
- Langpootmuggen: mooi verhaal waarin het thema van de dood een hoofdrol heeft. Een man voert in beschonken toestand een gesprek met zijn overleden vrouw. De dood is de enige uitweg uit zijn ellendig bestaan, zo zal blijken.
- De ontmaskering: de dood van de broer speelt ook hier weer een rol. In het begin van het verhaal pest de ik-figuur zijn zus (niet voor de eerste keer) door te doen alsof hij alleen de dode broer kan zien en horen. Later in het verhaal doet de buurvrouw een nep-seance waar de broer verschijnt. Of is het toch niet nep?
- Zwarte advent: alhoewel er voor degene die vaker Wolkers heeft gelezen vrijwel niets nieuws langskomt, is dit verhaal toch een van de mooiste die hij heeft geschreven. Het speelt in de hongerwinter en de ik-figuur keert terug naar huis voor Kerst. Er is weer de moeizame verhouding met zijn ouders, de dood van de broer komt aan bod en de nodige jeugdherinneringen. Maar Wolkers toont zich hier een meesterlijk observator en begaafd stilist. De ene schitterende zin volgt op de ander en met name begin en eind zijn geweldig goed gelukt.
- Kunstfruit: dit verhaal zorgde bij publicatie eind jaren zestig voor nogal wat commotie. Al een tijdje raken we echter niet meer zo ondersteboven van het taalgebruik, waarmee Wolkers de relatie tussen de hoofdpersoon en een losgeslagen en zwanger geraakt 17-jarig meisje, beschrijft. In feite is dit juist een heel gevoelig verhaal, waarin zowel het handelen van de man als het meisje als uiterst liefdevol gezien moet worden. Alleen een moralist zal er iets anders in kunnen lezen.