De afzonderlijke zinnen in N30 laten zich zonder veel moeite begrijpen. De dichter blijft dicht bij de spreektaal. Hij biedt een nauwkeurig gecomponeerde stroom van observaties, herinneringen, maximen aan. Deze open poëzie is zelf uiterst citeerbaar. Het avontuur voor de lezer houdt zich echter op in de verhouding tussen de verschillende zinnen. En in het ritme dat de verschillende zinnen laten horen. Omdat er nauwelijks sprake is van logische coherentie, zal de lezer van Mettes' poëzie zijn interpretatie gedurende het leesproces voortdurend moeten bijstellen.
Quotes:
'Poëzie is sneller dan de journalistiek.' 'Je vraagt me om een Valentijnskaart te sturen en dan ben je boos omdat ie roze is?' 'De geur van een Bruynzeel potlood: je hele leven past erin.' 'Een zin betekent dat er een toekomst is.'
Jeroen Mettes groeide op in Valkenswaard, studeerde filosofie in Utrecht, en literatuurwetenschap aan de Universiteit Leiden, waar hij tot 2006 aan een proefschrift werkte over poëtisch ritme.
In 1999 begon hij aan een lang prozagedicht dat hij de naam N30 gaf. Dat was de codenaam van de anti- of andersglobalistische protesten in Seattle tijdens de onderhandelingen van de WTO. De betogers eisten een wereldwijde erkenning van eerlijke handel, vakbonden en milieuwetgeving. Zeven jaar later, in 2006, was er een gedicht ontstaan van zo'n 60.000 woorden lang.
In 2005 startte Jeroen Mettes het blog Poëzienotities. Belangrijk onderdeel van dat blog werd het Dichtersalfabet. Mettes besprak - in alfabetische volgorde - op zijn blog de poëziebundels die hij aantrof in boekhandel Verwijs in zijn woonplaats Den Haag. Hij begon met de A van Anne van Amstel, en zou eindigen bij de G van Goudeseune. Als dichter debuteerde Jeroen Mettes in het tijdschrift Parmentier met de reeks van vier gedichten getiteld 'In de sfeer van het gestelde'. Als jonge twintiger had hij al prozabijdragen geleverd aan onder meer de tijdschriften Zoetermeer en Passionate. In 2006 trad Mettes toe tot de redactie van het tijdschrift yang. Hij was ook vast medewerker van het tijdschrift Parmentier.
Op 21 september 2006 plaatste hij een lege post op zijn blog. Diezelfde dag maakte hij een einde aan zijn leven. Hij liet naast zijn gedichten, essays en zijn blog, een ver gevorderd Engelstalig proefschrift na.
Fascinerend hoe er haast geen bundel meerstemmiger is dan deze, maar er nog steeds hoofdzakelijk een mannelijk (en in iets mindere mate wit, heteronormatief) perspectief klinkt. Zal vast de bedoeling zijn geweest want “tijdsbeeld”, maar dat maakt het niet minder vermoeiend. Verder was het lezen van deze bundel, die volledig uit non sequiturs bestaat, wel bij vlagen hilarisch en een algehele Ervaring™
Ik geloof dat ik het werk van Mettes alleen eerlijk kan behandelen door kritiek te tonen; dus zonder hem in een uitzonderingspositie te plaatsen als zelfmoordgenie. Wat hij, als mens, schreef, verdient serieus genomen te worden.
N30 lijkt op plekken eerder een stort voor citaten, dan op een gedicht. Wellicht is 'gedicht' ook het verkeerde woord voor Mettes' N30, maar poëzie is het zeker. Tussen de zinnen leven overeenkomsten, er ontstaat juxtapositie en daaruit wordt de lezer gewaar gemaakt van de semiotische banden die hij zelf schept. Bovendien staan er veel beeldende, prikkelende zinnen in die mij voor een lange tijd niet zullen ontgaan. Waar N30 echter lekt, is waar deze citaten niet meer als citaten leven, maar terechtkomen in een lang geheel, in N30. De zinnen ontsnappen aan onze interesse, omdat ze omgeven zijn door zichzelf; ze verliezen daarmee hun bedoeling.
Daarnaast is N30 opzettelijk niet narratief, maar kan de lezer zijn narratieve neiging niet onderdrukken, en wordt alles vastgelijmd door zijn eigen denkruimte. Dat is, uiteindelijk, wat resteert: de potentie om inzicht tegen te komen in die eigen denkruimte. Maar tegelijkertijd voelt het alsof juist die potentie geëlimineerd wordt, zoals ik eerder stelde. De zinnen verloederen zichzelf in hun schoonheid; uiteindelijk keren ze terug tot rauwe nutteloosheid. N30 begint daarmee als fantastisch experiment, maar dooft uit in saaiheid. N30 is fantastisch om over de spreken, maar het lezen ervan is weinig aan.
Aparte leeservaring die me nog het meest deed denken aan mijn lectuur van 'Regenboog van zwaartekracht'. Ook toen wist ik de helft van de tijd niet wat ik aan het lezen was maar was ik genoeg geïntrigeerd om door te zetten. Geïntrigeerd is voor 'N30' misschien toch niet het juiste woord. Ik heb geen zin of behoefte om naar betekenis te zoeken in deze zinnenstroom. Of het in zijn totaal iets te betekenen heeft, ik twijfel er sterk aan. Hoeft het iets te betekenen? Wat mij betreft niet. Als lezer is het mijn leeservaring en mijn leeservaring was redelijk aangenaam al schoten mijn gedachten tijdens het lezen wel alle kanten op. De meer klassieke gedichten achteraan vond ik ten slotte het leukste gedeelte in dit boek. Erg grappige gedichten.