Voor het eerst sinds "Een Leeuwerik boven een weiland" (1996)zijn er nieuwe, sprankelende gedichten van K. Schippers. Hij houdt zijn ogen open voor dingen die zo gewoon zijn dat niemand ze meer ziet. Hij ontdekt de poëzie van een slapende enkel en van een puntenslijper in de vorm van een wereldbol. 'Alles bedelt om betekenis", schrijft hij, en daar horen ook de cijfers bij. Schippers zet ons aan het denken, laat ons meetellen en maakt ons aan het lachen, over hoe getallen ons om de tuin leiden - of juist niet.
Ik nam dit boek mee uit de bibliotheek met de gedachte: 'Het wordt wel een keer tijd dat ik iets van k. schippers ga lezen.' Nou, dat werd inderdaad wel een keer tijd, en daar ben ik blij om want ik vond het een erg mooie bundel.
*
Hoe komen toch de scheurtjes en
vrouwen in het stofomslag van
een boek dat zo goed als nooit
wordt aangeraakt?
*
Nabije woorden en zinnen zijn zo fragiel dat ze door een lichte aanraking voorgoed beschadigd kunnen worden. Lees dit dus niet. Ga anders
naar regel zes. Een oogwenk doet al kwaad. O nee? Begin opnieuw. Wij gaan verder. De aanraking van duizenden lezers kan een wood vernietigen.
*
Geef mij het geruis van je katoen. De wind kan wel zonder
Deze verzen zijn als wiskunde: bij sommige zit de schoonheid in de eenvoud, andere zijn zo raadselachtig dat ik ze een paar dagen later opnieuw moet lezen om ze enigszins te begrijpen.