Met De bijbel voor ongelovigen heeft Guus Kuijer er op glorieuze wijze voor gezorgd dat niemand meer een excuus heeft om de verhalen uit het eerste boek van de bijbel, Genesis, niet te lezen. Het is onbekend of Kuijer gebruik heeft gemaakt van een van zijn gouden griffels om deze verhalen op te tekenen, maar dat Jochebed, zijn verhalenvertelster, een stem van goud heeft, kan iedereen zelf constateren.
**************************************************************************************
Het begon met een woord. Het was een woord dat zomaar in mijn hoofd opkwam en nergens bij hoorde. En dat woord was:
GOD
Het was eigenlijk een woord van niets, maar het sprak me aan. Het straalde kracht uit, maar het betekende niets en het had niets te doen. Toen dacht ik: zo is alles begonnen. Toen er nog niets was, was er een woord dat heel sterk was, maar dat niets betekende en niets te doen had.
Daarom gaf ik het woord ogen, oren, handen en voeten.
**************************************************************************************
Is er een mooier begin denkbaar? Het begin van het verhaal van Adam is het begin van alle verhalen: een woord. Een woord dat handen en voeten krijgt en uitgroeit tot een verhaal. En nog een verhaal. En nog een verhaal. Verhalen die leven, ademen, veranderen, betoveren, iedere keer dat ze verteld worden. En dan is dit nog maar het begin! Adams relaas wordt gevolgd door het verhaal over de toeristische trekpleister van Noach, vertelt door zijn zoon Cham. Cham gelooft nergens in en al helemaal niet in die door zijn vader voorspelde, door God aangekondigde, zondvloed. Zo wreed kan niemand zijn en zeker een god niet: want als de goden nog wreder zijn dan de mensen, wil ik niets met ze te maken hebben, maar ik hoop dat er ooit een mens zal opstaan die hen rechtvaardigheid leert. Zo onvergetelijk als God - want dat is de eigenlijke ster van Het verhaal van Adam - en Cham zijn, zo onvergetelijk is ook Sarai. Zeker als ze je giebelend toevertrouwt de vrouw van Lot maar niks te vinden en dat die wat haar betreft beslist geen standbeeld verdient.
Alle hoofdrolspelers zijn een tikje eigenwijs, niet op hun mondje gevallen, kritisch, en op een vertederend na���eve wijze wijs. Zo bedenkt Ben-Oni, als hij uiteindelijk weer met zijn doodgewaande broer Jozef is verenigd en nadat Jozef hem heeft verteld dat het de goden zijn geweest die hem, Jozef, naar Egypte hebben gestuurd om de levens van zijn broers te redden, dat de goden ook simpelweg voor beter weer hadden kunnen zorgen. Dan was dit gruwelijk ingewikkelde verhaal tenminste niet nodig geweest.
Kuijer wilde de verhalen uit Genesis vertellen zoals de schoolmeesters van vroeger dat deden: zo vol vuur en zo gepassioneerd dat je je als luisteraar (of lezer) middenin de woestijn waant of op het topje van een berg in een wereld vol water, omringd door mensen die elkaar liefhebben, haten, verraden, vergeven of naar het leven staan. Maar Kuijer heeft meer gedaan dan dat. Hij heeft Genesis het boek van ons allemaal gemaakt. Kuijers versie van de verhalen, zijn interpretatie van Adam, Cham, Selach, Sarai, Isaak en Ben-Oni zorgt ervoor dat deze verhalen, weer worden wat ze zijn: onze oerverhalen. Zelfs zo'n moeilijk en voor velen onbegrijpelijk verhaal als dat van Abram die bereid is zijn zoon Isaak te offeren, wordt door Kuijer licht, mooi en begrijpelijk. Ja, het staat er echt: begrijpelijk.
Elk begin wordt op enig moment gevolgd door een einde. Soms is dat een opluchting, maar in dit geval niet. Integendeel, Soms is dat een opluchting, maar in dit geval niet. Integendeel, het einde van dit begin zorgt voor een heftig verlangen naar het volgende begin: dat van Kuijers versie van Exodus!