Jan Cremer, schilder en schrijver, als schrijver vooral bekend van de romans ‘Ik, Jan Cremer’ en ‘De Hunnen’, heeft veel brieven geschreven. Hans Sleutelaar en Kristien Warmenhoven hebben dit boek met 873 brieven samengesteld, uit de periode van veertig jaar tussen 1956 en 1996. De brieven zijn vooral van Jan Cremer aan zeer velen, onder wie familie, zakenrelaties, vrienden, kunstenaars. Er zijn vooral van zijn moeder Rózsa Cremer-Wendl en van zijn uitgever Geert Lubberhuizen ‘tegenbrieven’ opgenomen. Voor een goed begrip van personen en omstandigheden zijn zij van noten voorzien. Voorts kent het boek per decennium een tijdtafel. Behalve een verantwoording staat achterin een register, waarin meer dan 800 in het boek voorkomende personen staan vermeld. De correspondentie in het kloeke boek – bundel zou een term van te laag allooi zijn – geeft een interessant inzicht in de persoon, zijn omgeving in sociaal en cultureel opzicht, met een refrein van publiciteitskwesties, geldproblemen en de omstandigheden van familie-op-afstand. De (brieven)schrijver neemt geen blad voor de mond. Zijn uitbundige levensstijl, zoals ook uit ander autobiografisch werk bekend, komt goed tot uiting. JM
Jan Cremer heeft een vaardige pen, om het even of het zakelijke of emotionele kwesties zijn die hem raken. Zijn romantische inslag, zijn rusteloosheid, zijn aversies, zijn doorzettingsvermogen, het komt allemaal langs in deze rijke documentaire, die bij tijd en wijle leest als een roman. Grote hulde aan de samenstellers Hans Sleutelaar en Kristien Warmenhoven. JM