‘Vliegtuigen,’ zegt Fien. ‘Heel veel vliegtuigen. Ik kan uit mijn raam alleen niet zien waar ze heengaan.’ ‘Jij was op weg naar het dak,’ begrijpt haar vader. Hij haalt zijn hand door zijn haar. ‘Ga maar vast. Ik kom zo.’ Fien is wakker geworden van de vliegtuigen. Het is oorlog! Fien vindt het eerst vooral spannend, maar voor haar beste vriend en buurjongen David ligt dat anders. Hij is joods en vijf jaar geleden met zijn vader uit Duitsland naar Nederland gevlucht. Nu moet hij weer vluchten. Naar een tante van Fien in Middelburg. Vier dagen later denkt Fien heel anders over de oorlog. Bommen vallen op de stad Rotterdam en op haar huis. Bijna alles is ze kwijt, haar huis, haar vader… Met een overspannen moeder en haar kleine broertje vlucht nu ook zij naar de tante in Middelburg. Maar de vraag is of dat verstandig is. In dit boek vertelt Martine Letterie over de eerste dagen van de oorlog in Rotterdam. Het bombardement veranderde de stad voorgoed, en daarmee het leven van de bewoners. Het doel werd bereikt: de Nederlandse regering capituleerde. Nederland stopte met vechten tegen de Duitsers. Heel Nederland… behalve Zeeland. Dat is een vergeten deel van de Tweede Wereldoorlog, net als het bombardement dat na Rotterdam nog kwam: op Middelburg.
Martine Letterie werd 12 december 1958 in Amsterdam geboren. Ze groeide op in Voorburg en studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde in Utrecht, hoofdvak Middelnederlandse Letterkunde. Ze stond ruim twaalf jaar voor de klas als lerares Nederlands op mavo, havo, vwo, meao en gaf de laatste vier jaar daarvan jeugdliteratuur op de Pabo in Doetinchem.
Sinds 1997 is ze fulltime schrijver en freelancer op het gebied van jeugdliteratuur. Inmiddels heeft ze meer dan 80 titels op haar naam staan. Veel daarvan zijn historische jeugdboeken. Samen met Arend van Dam heeft ze de Schrijvers van de Ronde Tafel opgericht en ze vormden 10 jaar samen het bestuur. Martine leidde het project Vergeten oorlog. In die serie zijn van haar hand de titels Oorlog zonder vader, Bommen op ons huis, Verzet tegen de vijand en Hanna’s reis verschenen. Voor kleuters heeft ze De Sprookjesreis geschreven: een serie van 10 prentenboeken met bekende sprookjes, maar allemaal net even anders. In 2010 is de Sprookjesreis genomineerd voor de Kinderboekwinkelprijs en in 2011 Kook jij of kook ik? een avi-meegroeiboek voor beginnende lezers, geïllustreerd door Rick de Haas. In augustus 2012 is een tweede meegroeiboek verschenen: Piet en Riet naar de maan.
Door de ogen van Fien, een 12-jarig meisje, zien we de verschrikkingen van de eerste oorlogsdagen. Zij maakt mee hoe de vader van haar buurjongen, David, zelfmoord pleegt, hoe eerste Rotterdam en later Middelburg gebombardeerd wordt. We volgen Fien, haar broertje Rob en haar moeder op hun weg naar een veilige plek.
Goed en duidelijk beschreven. Niets verhullend, maar ook niet angstwekkend. Ik denk dat dit boek zeker indruk zal maken op de doelgroep. Dat heeft het op mij al gedaan.
Dit boek is onderdeel van de 'Vergeten Oorlog' serie
De realiteit van de geschiedenis weergegeven via fictieve personages. Het verhaal beslaat ongeveer een week. Een week waarin Rotterdam en Middelburg worden gebombardeerd. Eerlijk gezegd wist ik niet dat Middelburg vlak na Rotterdam door bommen verwoest werd, in mei 1940. Je volgt de gebeurtenissen vanuit het perspectief van de twaalfjarige Fien. Zij maakt de verwoestingen mee en als lezer volg je op de voet voor welke onmogelijke keuzes zij telkens wordt gesteld. Ik vind dit een zeer krachtige vorm van vertellen. Je leeft ontzettend mee en vraagt je af wat de volgende stap zal zijn.
Dit boek kan goed dienen als extra bron of als inleiding bij lessen over WOII op de basisschool. Ik weet zeker dat dit boek indruk zal maken op kinderen van een jaar of 10.
NUR 283: Fictie 10 - 12 jaar WOII 1e week: Rotterdam en Middelburg
Prima boek over het begin van de Tweede Wereldoorlog. Ik vind het knap verwoord voor deze leeftijdsgroep. Het leest als een trein.
Alleen jammer dat het een open einde heeft, daardoor weet ik niet of de personages elkaar weer terugzien na de oorlog. In mijn hoofd in ieder geval wel.