Al jaren woont de wanstaltige Quasimodo in de donkerste hoekjes van de Notre-Dame in Parijs. Hij houdt van 'zijn' kathedraal, van de schemerige gewelven en de donderende klokken. Een veilige schuilplaats voor de kwetsende woorden en de misprijzende blikken. Maar op een dag krijgt Quasimodo een dromerige, zachte blik in zijn ogen als hij vanaf de toren naar het kerkplein kijkt… Het knappe zigeunerinnetje Esmeralda danst alsof haar leven ervan afhangt. Haar toeschouwers moedigen haar aan en bewonderen de betoverende kunsten van haar geitje Djali. Van een afstand kijkt de aartsdiaken Claude Frollo mee. Zijn koude, sombere ogen blijven onafgebroken op het meisje rusten.