Simon Vestdijk heeft in 1957 bij De Bezige Bij een keuze uit zijn essays samengesteld, ‘Kunst en droom’. Ik las de tweede druk, verschenen bij Querido in 1982. Gelukkig had ik al werk van Vestdijk gelezen, ook al was dat voornamelijk fictie; daarom leverde zijn taalgebruik mij geen grote moeilijkheden op. Niettemin blijkt op elke pagina dat Vestdijk een erudiet man was en dat hij lange zinnen bepaald niet schuwde, eigen aan het Nederlandse proza midden van de twintigste eeuw.
Voor mij was het genieten van Vestdijks belezenheid, zijn scherpe analyses, zijn rationalisaties omtrent het fenomeen ‘droom’ in het titelessay, enzovoorts. Het is alleen jammer dat ik de Franse taal onvoldoende machtig ben om ‘op eigen benen’ voldoende te begrijpen van zijn uitleg van het in het essay onvertaalde sonnet ‘Arthémis’ van Gérard de Nerval. JM