Willem Wilmink was voornamelijk dichter maar schreef ook proza. Dit boek verzamelt een aantal korte verhalen, cursiefjes die hij schreef voor het dagblad Tubantia en heel korte cursiefjes uit zijn erfenis die de krant nooit gehaald hebben. Vooral de verhalen uit zijn jeugd spreken me ontzettend aan. Ze geven op een prachtige manier een tijdsbeeld van de jaren 40 tot 70, wat voor een deel ook de tijd van mijn jeugd was (54 geboren). Ook de stukjes voor de krant waarin hij kritisch is met betrekking tot een aantal ontwikkelingen, zoals het beroerde onderwijs in het Nederlands spreken erg aan en hebben aan actualiteit niets ingeboet. Ook een aantal verklaringen van dichtregels zijn zeer lezenswaard