The Art of Procrastination. John Perry
In de blurb las ik dit: “Sommige problemen lossen zich vanzelf op als je ze op hun beloop laat.” Voilà, dat is nu al jaren mijn levensfilosofie. In deze ben ik een volgeling van Quintus Fabius Maximus Cunctator. Hij was de Romeinse veldheer in de 2de Punische oorlog (218 – 201 VC) tegen Hannibal. Fabius trok na de nederlaag van Rome bij het Trasimeense meer zijn legers terug en lokte Hannibal heel Italië door, zonder een definitieve veldslag aan te gaan, hoewel de Romeinse senaat hier op aandrong en hem bedacht met de bijnaam Cunctator (de Treuzelaar). Maar uiteindelijk moest Hannibal, na jaren achter de Romeinse lokeenden te zijn aangehold, uitgeput en uitgehongerd met zijn gedecimeerd leger terug afdruipen naar Carthago, en was de Romeinse Republiek gered.
Nog iemand die in deze richting denkt is Nassim Nicholas Taleb. Hij is een voorstander van rustig afwachten in veel gevallen, en een tegenstander van het steeds maar ongeduldig ingrijpen, die manie om altijd alles onder eigen controle te houden (een illusie trouwens), en noemt dit “naïef interventionisme”.
Ik had dus gehoopt hier een pleidooi te vinden voor terughoudendheid, goed doordachte passiviteit. En inderdaad, in hfdst. 8, Bijkomende Voordelen, gaat het een beetje die richting uit.
”Een bijkomend voordeel van uitstellen is, dat een belangrijke taak die boven aan je lijstje staat, soms gewoon verdwijnt.”
Vandaar ook het motto van het boek: “Stel niet uit tot morgen wat je ook overmorgen nog kunt doen.” (Mark Twain)
Maar helaas, verder dan deze twee diepe wijsheden komt hij niet. Jammer.
Daardoor valt het boek een beetje tussen twee stoelen: ofwel drijf je de procrastinatie door tot in het absurde, tot in een soort Monty Pythonesk nihilisme, wat ik gehoopt had, want dan is het niet ernstig bedoeld en kan het echt grappig worden, ofwel ga je werkelijk proberen mensen efficiënter te leren werken door het opleggen van regeltjes en voorschriftjes, en dan wordt het al gauw een saai zelfhulpboek. Perry valt tussen de twee, door reële adviezen te geven op een jolig toontje. En tussendoor nog flink in de echte filosofie te duiken.
Want wat die filosofen allemaal bedenken! Ik snap het meestal niet. Het is te moeilijk voor mij. Ik hou van orde, overzichtelijkheid, eenvoud en van de banale dagelijkse realiteit. Ik ga ophouden met filosofie te proberen lezen.
Neem nu p. 60, de twee ikken: is één ik nog niet moeilijk genoeg?
Nog zoiets: is tijd wel echt? Dat komt niet van onze John Perry, maar van ene McTaggart: die heeft daarover een verhandeling geschreven met als conclusie: “Tijd bestaat niet.” Nochtans, als ik op het nippertje mijn trein moet halen, heb ik sterk de indruk dat tijd wel bestaat, en nogal prangend ook. Of, stel dat ik op het examen filosofie van Prof. McTaggart een uur te laat kom, en als uitleg geef “tijd bestaat niet”, dan vrees ik toch het ergste voor mijn puntentotaal.