Qua vorm niet echt verrassend, denk je wellicht. Een roman bestaand uit de brieven van een zoon aan zijn vader. Maar die brieven blijken heel onderhoudend, boeiend zelfs.
Kleine egodocumentjes van iemand met een tegelijk groot èn klein ego. Ogenschijnlijk koketterend met feitjes en anekdotes over zichzelf (en veelal ook over moeder). Maar eigenlijk heeft alles een welgekozen plek in deze roman. Of moet ik zeggen autobiografie? Allebei denk ik. Want de compositie van hoe feiten en anekdotes worden opgediend, staat helemaal in het teken van de spanningsboog en het verhaal. En dat maakt er een echte roman vam. “Je vliegt erdoorheen” zegt Philip Huff op de achterflap. En voor mij klopte dat helemaal.
Wat beklijft is een tragische en tegelijk levenslustige geschiedenis van de wording van Ap. In wat hij schrijft over zijn eigen angst voor het vaderschap herken ik veel. Op een dieper niveau was er bij mij - toen die angst ook in mij welig tierde, zo tot ongeveer mijn 40ste - ook nog iets ander levend, wat ik dus pas rond mijn 40ste ontdekte: een heel heel groot verlangen naar een echte, ware relatie met mijn kind.
Waar ik ècht bang voor was - zo ontdekte ik - was niet het kind, maar dat mijn relatie met mijn kind heel anders zou uitpakken dan in dat grote verlangen. Dat die relatie zou lijken op de niet-relatie die ik met mijn eigen ouders ervoer. Dat was mijn echte angst. En toen ik dat doorhad, wist ik ook wat ik ècht wilde: vader worden van een kind. En met haar (ja, ze is gekomen!) een relatie ontwikkelen.
Dat het vaderschap om allerlei redenen trouwens ook helemaal anders kan lopen (ook redenen waarop je géén invloed kunt uitoefenen) leert dit boek. Een mooi boek is het. En Zutphens bovendien. Zelf woon ik toevallig ook in zo’n jaren 70 woning in Zuidwijken. Daar loop ik vanaf nu toch wat anders door de straat, denk ik.