Guus Kuijer is a Dutch author. He wrote books for children and adults, and is best known for the “Madelief” series of children's books. For his career contribution to "children's and young adult literature in the broadest sense" he won the “Astrid Lindgren Memorial Award “from the Swedish Arts Council in 2012, the biggest prize in children's literature. As a children's writer he was one of five finalists for the biennial, international Hans Christian Andersen Award in 2008. Other notable awards he received were the “Gouden Griffel” in 1976, 1979, 2000 and 2005 as well as the “Golden Owl” in 2005. From 1967 to 1973 he was a primary school teacher.[ In 1968 he started writing short stories for the magazine Hollands Maandblad and in 1971 he published a collection of his short stories. In 1973 he stopped teaching in order to become a full-time write. Years later, a television series Madelief (1994) and movie Scratches in the Table (1998) were made of his book series about Madelief (1975–1979). Of his book series Polleke (1999–2001) a movie Polleke (2003) and a television series Polleke (2005) were made. In 2011 Australian Richard Tulloch translated The Book of Everything into English and adapted it into a very successful play produced in 2013 by the Melbourne Theatre Company. Recently he wrote four bestselling books that recount in his own style important bible stories from the ancient testament.
Izebel van Tyrus (894-841 v.C.) was de echtgenoot van koning Achab van Israël. Ze komt er in het Oude Testament niet echt lekker uit: in de Bijbel wordt ze beschreven als een machtsbeluste feeks die haar man achter de schermen behekst met haar verleidingskunsten. We weten niet veel van Izebel, behalve van zij van Fenicische afkomst was, een gesofistikeerde opvoeding had genoten en dat koning Achab zeer waarschijnlijk onder haar invloed een vrij liberale religiepolitiek voerde, iets wat voor die tijd ongebruikelijk was. In dit boek laat Kuijer haar zelf aan het woord, en dat vond ik enerzijds een verademing, anderzijds bleef er toch iets aan me knagen.
Het levensverhaal van Izebel vindt plaats in de 9e eeuw v.C. in het gebied dat tegenwoordig Israël, Palestina, noordelijk Egypte en Syrië beslaat. Eindeloos veel kleine (stads)staatjes hebben ieder hun eigen koning en eigen religie, en ze bevechten elkaar continu. Het Assyrische Rijk is in opkomst (later zal het hele gebied onder hun hegemonie vallen), maar zij wachten rustig af totdat de koninkrijkjes elkaar onderling hebben afgeslacht. Al die verschillende religies hebben natuurlijk allerlei verschillende goden. In dit boek passeren honderden profeten de revue, allemaal met verschillende voorspellingen die of wel, of niet uitkomen, maar door de koningen en hun bijgelovige volkeren zeer serieus worden genomen. Izebel heeft helaas een veel te redelijk denkvermogen voor die tijd, een groot strategisch inzicht en een gezonde dosis scepsis over de hysterie van al die profeten die haar man Gods wil verkondigen.
Als ze echt de machtswellusteling was geweest, zoals het Oude Testament haar afschildert, dan was ze veel succesvoller geweest in haar machtsspel, aldus Kuijpers. Hij geeft haar karakter in dit boek één achilleshiel: haar onredelijk grote liefde voor koning Achab. Het is een liefde die haar verslindt: ‘Met open ogen drink ik van zijn genot, dat daardoor geheel het mijne wordt.’ Als Achab lijdt, doet haar hart ‘pijn van liefde en medelijden’. Het idee dat Achab ooit dood zal gaan vindt ze ondragelijk: ‘Hoe kan de liefde haar eindigheid aanvaarden?’ Kuijpers maakt haar liefde voor Achab nooit zijig, Izebel frustreert zich hopeloos aan haar man die haar goede raad soms in de wind slaat, impulsief ten strijde trekt en aan diplomatie geen boodschap heeft. Maar na een periode van afkeer, vliegt ze als een boemerang weer naar hem terug. Achab gaat periodes van diepe depressie door, en Izebel staat hem machteloos bij: ‘Hoe moet je bidden voor iemand die niet stervende is, en toch tot leven gebracht moet worden?’ En dat terwijl zijn liefde voor haar vooral zichtbaar is als ze vrijen (waarin hij haar als lustobject ziet) of als hij blabberend als een baby door haar getroost wordt (waarin hij haar als moederfiguur ziet). Het is een scheve liefde: ‘Ik hield van hem, hij hield van mooie vrouwen.’ Maar er vindt geen emancipatie van Izebel plaats. Ze is kwaad op andere mannen (‘Ik heb mannen vrouwen zien haten, omdat zij zo voortreffelijk waren.’ / ‘Mannen die neerkijken op genot, kijken ook neer op vrouwen.’), maar nooit blijft ze hangen in een gevoel van onrechtvaardigheid, omdat Achab haar niet serieus neemt: ‘Het was niet meer nodig om hem te idealiseren, want ik had hem lief.’
Jeetje, wat moet je daar nou mee? Wat is hier de moraal van het verhaal? Izebels dochter Ahazia wordt in dit verhaal afgeschilderd als de koele usurper die Izebel volgens het Oude Testament had moeten zijn. Ze rebelleert tegen haar moeder (‘Waarom kan ik geen koning zijn?’) en als dat geen effect heeft (Izebel legt zich neer bij de wetten van het land, waarin vrouwen geen heersers kunnen zijn), besluit ze haar broertjes en haar eigen zoon te vermoorden, ijskoud. We zien haar door de ogen van haar moeder, die gruwelt om de fraternicide en het Machiavellisme van haar dochter. Maar ik blijf na het lezen van dit boek toch hangen met de vraag: in hoeverre was Ahazia (die in werkelijkheid inderdaad een tijd usurper van de troon van het koninkrijkje Juda is geweest) nu echt ‘the bad guy’? Hoe waanzinnig onrechtvaardig moet het zijn geweest om te leven in een tijd van totaal bijgelovige koningen, die elkaar om de domste dingen de oorlog verklaarden, terwijl je zelf zoveel manieren ziet om de verschillende volkeren vreedzaam en welvarend samen te laten leven? De koningen laten zich door de Assyriërs uit elkaar spelen, de vrouwen zien dat, de mannen niet. Ik zou gek worden van frustratie. Ahazia laat aan het einde van het boek helaas haar hele familie uitmoorden, inclusief haar moeder.
Het boek leest als een trein, ondanks lange beschrijvingen van rituelen en profeten en koninklijke etiquette. De liefde van Izebel brandt door de bladzijden heen, voelt opwindend, maar aan het einde blijf ik wat teleurgesteld achter door de Oud-Testamentische variant van het hoer-madonnacomplex: óf je kiest voor het liefhebben van een man en wordt vermoord door je dochter, óf je bent koud van binnen, grijpt de macht en vermoord iedereen (ook je geliefde) die in de weg staat. Echte gelijkwaardige liefde tussen man en vrouw was in deze tijd niet mogelijk (aldus het boek).
This entire review has been hidden because of spoilers.
Het boek verscheen in 1988, en is op geen enkele manier verouderd. Gebaseerd op een bijbels verhaal vanuit een ander, vrouwelijk perspectief. Prachtige taal, met soms een knipoog naar het de heden. Profeten, stammenoorlogen en sterke vrouwen zijn van alle tijden.