Algerije, zijn geboorteland, is van blijvende invloed geweest op het denken, schrijven en leven van Albert Camus. Het landschap, de brandende zon, de zee en de mensen… In vrijwel al zijn werk keert hij terug naar zijn vroege levenservaringen.
Camus werd beroemd met zijn romans De pest en De vreemdeling en zijn filosofische essays De mythe van Sisyfus en De mens in opstand. Minder bekend, maar zeker zo mooi, zijn de literaire essays Bruiloft en De zomer. Hij schreef ze deels na de Tweede Wereldoorlog en ze tonen opvallend genoeg meer hoop, vertrouwen en verknochtheid aan zijn land en zijn volk dan zijn eerdere werk. De soms zelfs lyrische stukken lijken een inzicht uit te druk het leven is absurd maar we moeten het juist in zijn absurditeit aanvaarden.
Works, such as the novels The Stranger (1942) and The Plague (1947), of Algerian-born French writer and philosopher Albert Camus concern the absurdity of the human condition; he won the Nobel Prize of 1957 for literature.
Origin and his experiences of this representative of non-metropolitan literature in the 1930s dominated influences in his thought and work.
Of semi-proletarian parents, early attached to intellectual circles of strongly revolutionary tendencies, with a deep interest, he came at the age of 25 years in 1938; only chance prevented him from pursuing a university career in that field. The man and the times met: Camus joined the resistance movement during the occupation and after the liberation served as a columnist for the newspaper Combat.
The essay Le Mythe de Sisyphe (The Myth of Sisyphus), 1942, expounds notion of acceptance of the absurd of Camus with "the total absence of hope, which has nothing to do with despair, a continual refusal, which must not be confused with renouncement - and a conscious dissatisfaction." Meursault, central character of L'Étranger (The Stranger), 1942, illustrates much of this essay: man as the nauseated victim of the absurd orthodoxy of habit, later - when the young killer faces execution - tempted by despair, hope, and salvation.
Besides his fiction and essays, Camus very actively produced plays in the theater (e.g., Caligula, 1944).
The time demanded his response, chiefly in his activities, but in 1947, Camus retired from political journalism.
Doctor Rieux of La Peste (The Plague), 1947, who tirelessly attends the plague-stricken citizens of Oran, enacts the revolt against a world of the absurd and of injustice, and confirms words: "We refuse to despair of mankind. Without having the unreasonable ambition to save men, we still want to serve them."
People also well know La Chute (The Fall), work of Camus in 1956.
Camus authored L'Exil et le royaume (Exile and the Kingdom) in 1957. His austere search for moral order found its aesthetic correlative in the classicism of his art. He styled of great purity, intense concentration, and rationality.
Camus died at the age of 46 years in a car accident near Sens in le Grand Fossard in the small town of Villeblevin.
Ik had me in een lang vervlogen verleden al eens aan deze essays gewaagd, maar ze al snel aan de kant gelegd. In een periode waarin La peste en L'Étranger op de lijst van de verplichte lectuur stonden (iets te vroeg voor mij) en toch ergens iets triggerden, bleek deze bundel te ver van mijn bed. Van Le mythe de Sisyphe, La Chute en L'Homme révolté had ik enkel fragmenten gelezen in het kader van één van de te volgen literatuurlessen, maar door Camus zelf in een lessenreeks te verwerken is hij geleidelijk aan terug dichterbij gekomen. En kan “Bruiloft - De Zomer” in vruchtbaarder grond vallen.
In de “Drie Boeken”-aflevering (in de podcastreeks van Wim Oosterlinck, #159 van 8 november 2022) van Herman Van Rompuy vermeldt deze laatste als tweede ‘boek’ één essay uit “L’Été”, het voorlaatste: Retour A Tipasa. (Bedankt, Xavier, voor de tip.) Dat is op zich al een juweeltje van een achttal pagina’s, maar wordt nog zoveel rijker wanneer geplaatst in de context van de eerste vier essays uit “Noces”, en de andere uit "L'Été".
De beschrijvingen, de gebeurtenissen en de gedachtegangen raken je onmiddellijk en - zoals de Fransen het zoveel mooier zeggen - à fleur de peau. Ze zetten iets in beweging dat je aan het denken zet, dat vluchtig aanwezig blijft en pas later, met hernieuwde kracht terug opkomt.
“Nooit bleef ik langer dan een dag in Tipaza”, schrijft Camus aan het begin van “Noces”. In het eerste essay “Bruiloft in Tipaza” (p. 16). Waarbij hij het volgende vermeldt: “Er is een tijd om te leven en een tijd om te getuigen van dat leven. Er is ook een tijd om te scheppen, maar dat is minder natuurlijk. Ik vind het genoeg om te leven met heel mijn lichaam en ervan te getuigen met heel mijn hart. Tipaza beleven, ervan getuigen, en het kunstwerk komt later. Dat is een vorm van vrijheid.” Met deze tekst in het achterhoofd wordt “Retour à Tipasa” nog mooier.
Al trok Camus echt mijn aandacht met het tweede essay, “De Wind in Djémila”. Een aantal ideeën die langer en breder uitgewerkt worden in andere teksten, zoals “Le Mythe de Sisyphe”, komen hier aan bod. Zo gaat hij dieper in op de dood en de noties van hoop en wanhoop, gelinkt aan de plaats(en) waar hij zich bevindt. “Niet veel mensen snappen dat je iets kunt weigeren zonder het af te zweren. Wat betekenen hier woorden als toekomst, een comfortabeler leven, een betrekking? Wat betekent emotionele ontwikkeling? Als ik koppig al het ‘later’ van de wereld weiger, is dat omdat ik ook de rijkdom die ik nu heb niet wil afzweren. Ik vind het maar niets om te geloven dat de dood naar een ander leven leidt. Voor mij is de dood een dichte deur. Daarmee bedoel ik niet dat het een drempel is die je over moet, maar dat het een vreselijk ellendig avontuur is. Elk idee dat ik hoor is een poging de mensen te ontlasten van het gewicht van hun bestaan. Maar als ik naar de zware vlucht van de grote vogels in de lucht boven Djémila kijk, is dat gewicht van het bestaan juist wat ik wil en ook wat ik krijg. Volledig opgaan in de passieve hartstocht en de rest is niet meer aan mij. Ik ben te jong om iets over de dood te kunnen zeggen. Maar als het moest, zou ik hier volgens mij precies de juiste woorden vinden, tussen angst en zwijgen in, om de bewuste overtuiging te beschrijven dat er geen hoop schuilt in de dood.” (pp. 22-23).
In het derde essay bezingt hij zijn liefde voor de stad Algiers . “De liefde tussen een mens en een stad is vaak een geheime liefde”, stelt hij in de eerste zin, waarna hij schaamteloos en niet zo verborgen zijn liefde verklaart voor zijn stad en geboorteland. Aan het einde van dit stuk legt hij nogal expliciet de link naar zijn absurdisme en de grondslag ervan. Uit meerdere stukken blijkt hoe hij kijkt naar het zinloze en hoe daarmee om te gaan. Met soms verrassende inzichten en voorbeelden, die - zeker voor mensen die religieus opgevoed zijn - aan het (door)denken zetten: “Want in tegenstelling tot hetgeen wordt geloofd, staat hoop gelijk aan berusting. En leven, dat betekent dat je niet berust.” (p. 44) In andere geschriften plaatst Camus ‘hoop’ (alsook wanhoop) tegenover ‘actie’. Hopen betekent immers, aldus de schrijver, dat je minder tot niet geneigd bent om over te gaan tot handelen en actie, of tot ‘la révolte humanitaire’, het in opstand komen tegen alles wat een mens doet lijden of op de één of andere manier onrecht aandoet. Hij illustreert dit uiteindelijk met de Doos van Pandora: “Daarin krioelde alle onheil van de mensheid rond en lieten de Grieken na al het andere kwaad de hoop ontsnappen, als het grootste kwaad van allemaal.” (p. 43)
Later in de bundel komt dit idee nogmaals aan bod, in “Het Raadsel”, waar hij de absurditeit als begrip verder uitwerkt: “Waar is de absurditeit van de wereld? Is het dit schitterende licht of de herinnering aan toen het er niet was? Hoe kan ik met een geheugen vol zon inzetten op zinloosheid? Daar staan mensen om me heen van te kijken en ikzelf soms ook. Ik zou kunnen antwoorden, ook aan mezelf, dat de zon me daarbij juist heeft geholpen en dat zijn licht zo dicht is dat het de wereld met al haar vormen stolt in een duistere schittering” (p. 123) Hij benadrukt echter wel dat “in de ervaring die me interesseerde en waar ik toevallig over heb geschreven, het absurde alleen als beginpunt kan worden gezien.” (p. 129)
Om dit essay dan te besluiten met een vette knipoog naar Plato: “Parijs is een prachtige grot waarvan de bewoners hun schaduwen op de achterwand zien bewegen en die beschouwen als de enige realiteit. Net als de vreemde, vluchtige faam van de stad. Maar wij hebben evr van Parijs geleerd dat achter ons een licht brandt, dat we onze boeien moeten afwerpen om ons om te draaien en recht in dat licht te kijken, dat het onze taak is vóór onze dood te pogen dwars door alle woorden heen dat licht te benoemen.” (p. 131)
Een aantal van deze essays blijven trouwens brandend actueel. Je kan heel makkelijk nu en dan de link leggen bv. naar de hedendaagse mens en pakweg zijn sociale media, of de manier waarop hij daarmee omgaat. Gaat het over houden van het leven of de indruk geven aan de buitenwereld dat je dat doet? Meermaals schoot me het adagio “We are a sad generation with happy pictures” te binnen bij het lezen van bepaalde passages. Camus laat daar het volgende optekenen: “Mensen doen alsof ze van het leven houden. Ze ondernemen verwoede pogingen tot genieten en ‘ervaringen opdoen’. (...) Je hebt een zeldzame aanleg nodig om van het leven te kunnen genieten. Het leven vindt zijn vervulling zonder bijstand van de geest, met goede en slechte momenten, gelijktijdig in eenzaamheid en gezelschap.” (p. 43)
Van “l’Été” onthoud ik - naast het bloedmooie “Terug naar Tipaza” - "De Minotaurus of rustplaats Oran”. Na een ironische noot voor de lezer wijdt hij zich aan een ‘ode’ aan de stad waar “La Peste” zich afspeelt. Met een nauwelijks verholen verwijzing naar “Le Mythe de Sisyphe”: “Maar dingen verplaatsen is het werk van de mens: het is de keuze tussen dat en niets.” (p. 89) Hij benadrukt hier wel dat dit specifieke essay gaat over een bepaalde verleiding die je moet hebben gekend. Daarna kan je handelen of niet. Maar dan weet je tenminste wat je doet. Of niet…
Een zomerboek in de winter - een gouden streep op je gezicht Zoete zonneletters en salade met rabarber en honing- Dank je liefste M, voor jouw mooie woorden en het heerlijke boekje waarin de zomergloed voelbaar is op bijna elke bladzijde en zeezand van tussen de bladzijden stroomt. Hagedissen schieten snel nog onder de koelte van een steen. ****(*)
Verassend genoeg waren de kortere essays mijn favoriet. “Bruiloft in Tipaza”, “Prometheus in de onderwereld”, “Terug naar Tipaza” en “Zo dicht bij de zee als maar kan” waren mijn favoriet.
De langere essays kregen het niet voor elkaar om mijn hoofd wakker te houden, Camus maakt zichzelf soms schuldig aan onnodige herhaling.
Desalniettemin is het interessant bundeltje essays, natuurlijk zitten er ongelukkige imperialistische ondertonen in, dat is onvermijdelijk als Camus over Algerije schrijft. Vaak was ik het ook niet met hem eens, gelukkig hoeft dat het niet gelijk een slechte bundel te maken.
Kortom, een interessante essaybundel met verassend poëtische taal om je bezig te houden terwijl je in een hele warme bus zit deze zomer. Nu vertaald in het Nederlands door Eva Wissenburg.
'Van hoog in de lucht storten plots golven zon neer op de velden om ons heen. Alles zwijgt bij zo veel lawaai en de Luberon verderop is enkel nog één grote brok stilte waar ik onafgebroken naar luister. Ik spits mijn oren, van ver rent er iemand op me af, onzichtbare vrienden roepen me en mijn vreugde neemt toe, dezelfde vreugde als jaren geleden. Ook nu helpt een gelukkig raadsel me alles te begrijpen. Waar is de absurditeit van de wereld? Is het dit schitterende licht of de herinnering aan toen het er niet was?' (123)
De kritische noot die Camus zelf plaatst bij de eerste bundel, te weten ‘Bruiloft’, is dat het essays in ‘de beperkte zin van het woord zijn’. Eigenlijk gedurende de essays in ‘Bruiloft’ bleef die kritische noot in mijn achterhoofd zich afspelen. Een paar dingen die typerend zijn, lees je terug: zijn sterke liefde voor Algerije en Algiers, de uitgebreide omschrijvingen van de omgeving en daaraan vaak gekoppeld, een Absurd gevoel. Maar dat is niet sterk terug te lezen. Met vlagen was het warrig en weinig coherent.
Ik maak een sprong, en reflecteer op zijn essays onder ‘ De Zomer’. Hier waren een aantal absolute parels te vinden. In de eerste plaats een paar fijne verwijzingen naar eerder werk, op een verscheidenheid aan manieren. Sta mij toe de meest basale te geven, en dat is verwijzen naar dezelfde, abstracte begrippen, zoals:
‘Zelf mensen zonder evangelie hebben hun Olijfberg. En ook op die van hen mag je niet in slaap vallen’ – De Mythe van Sisyphus.
‘Op deze Olijfberg heeft het geen zin om wakker te blijven; de geest vindt en steunt de slapende apostelen’ – Essay De Minotaurus of rustplaats Oran.
Maar dat is niet per se hetgeen wat mij weer het meesterlijke van Camus deed inzien. Laat mij als voorbeeld het essay ‘het raadsel’ nemen uit ‘De Zomer’. In een aantal essays reflecteert hij op het Europa van zijn tijd, een door oorlog verscheurd continent. In ‘het raadsel’ gaat Camus ten rade bij zichzelf, en wenst het Absurde als begrip in de context van zichzelf als schrijver te plaatsen. Hijzelf als schrijver is, zoals zijn gehele generatie, getekend door de oorlog. Optimisme is moeilijk, maar wanhoop moet je voorkomen: ‘Wanhoop zwijgt. Trouwens, zoals de ogen spreken is zelfs stilte nog betekenisvol. Echte wanhoop is doodsstrijd, het graf, een afgrond. (…). Literatuur van wanhoop is een contradicto in terminis’. Wat mij betreft komt hij kort daarna tot de kern, waarom hij over het Absurde schrijft: ‘In het zwartst van ons nihilisme zocht ik enkel naar redenen om dat nihilisme te ontstijgen’. En de zingeving die we kennen van Camus, komt op verschillende manieren voor in de andere essays. Een goed voorbeeld is de terugkeer naar de plek van zijn jeugd in ‘Terug naar Tipaza’.
En dat is interessant, nuttig voor iedereen die zich wil verdiepen in het Absurde zoals Camus daarover schrijft. Verder wil ik wel kritisch blijven, en stellen dat zowel de filosofische als literaire waarde van dit werk niet bijzonder hoog is – zoals eerder gesteld is Camus met vlagen warrig en zijn de essays soms wat dun van diepgang. Maar, vooral van ‘de Zomer’, ik heb genoten. Camus maakt de melancholische en dromerige mens in mij los.
Recensie geschreven om antwoord op de vraag van Alec te geven 'wat ik van de zomer en de bruiloft van Camus vond'.
Dit citaat mag als samenvatting dienen: “Zo is er ook een liefde voor het leven die niets van dat leven verwerpt en dat is een deugd die ik hoger aansla dan wat ook ter wereld. Ik hoop daar op zijn minst af en toe naar te hebben geleefd.” Interessante aanvulling op Camus’ twee beroemde essays over de mythen van Sisyphus en Prometheus.
Na het lezen van 'De Vreemdeling' was ik met enthousiasme begonnen aan deze nieuwe vertaling, maar al snel kwam ik er achter dat het niets voor mij was. Ik ben filosofisch ingesteld, maar ik vond de gedachten ongrijpbaar en de taal te gekunsteld. Waarschijnlijk ben ik simpelweg niet het juiste publiek voor deze hoog-literaire taal en reflecties, maar het ontging mij volledig.
In "Bruiloft De Zomer" komt Albert Camus op een bijzonder persoonlijke manier naar voren. Dit werk biedt een intieme blik op Camus zelf, met observaties die zowel poëtisch als diepgaand zijn. Camus’ verkenning van de zomer is meer dan een seizoensgebonden beschrijving; het is een reflectie op de menselijke conditie, gekarakteriseerd door zijn kenmerkende stijl en diepgaande inzichten.
Zijn uitleg over wanhoop en het menselijke bestaan is bijzonder treffend en belichaamt perfect de existentialistische thema's die Camus zo goed beheerst. De poëtische en contemplatieve aard van de tekst maakt het niet alleen een literair werk van hoge kwaliteit, maar het leest ook als een trein. Het is een boek dat je meesleept, zelfs als je het in de brandende zon leest, zoals ik deed.
"Bruiloft De Zomer" is een prachtige gelegenheid om Camus’ dieper liggende gedachten en gevoelens te ontdekken, en het biedt een verfrissend perspectief op zijn filosofische en literaire wereld. Voor lezers die geïnteresseerd zijn in Camus’ vermogen om de schoonheid en de melancholie van het leven te vangen, is dit een must-read.
Een geweldig boek. Misschien nu al een van mijn favorieten van dit jaar. Wat kan Camus goed schrijven, impressies, geschiedenis, emoties met elkaar verbinden tot een kunstwerk van een boek. 10 sterren.
Dit boek heb ik ontvangen van uitgeverij L&M Books. Voordien had ik nog maar enkel 'De Pest' gelezen van auteur Camus dus was heel benieuwd naar deze.
Dit boek is helemaal anders dan al zijn romans die hij heeft geschreven. Dit boek bestaat namelijk uit essays. Een essay is een tekst over in dit geval een filosofisch onderwerp. Na dit boek te hebben gelezen heb ik ook meteen meer een gevoel kunnen zetten bij het lezen van essays over filosofische onderwerpen. Dit boek moet ik lezen in een afgezonderde ruimte met enkel maar witte muren, geen afleidingen. Op deze manier kan dit boek in mijn ogen perfect opgenomen worden. Het is namelijk heel diepzinnig en zwaar om te lezen bijvoorbeeld net voor het slapengaan. Sommige zaken heb ik niet mee kunnen nemen door te lezen in een te rumoerige ruimte waar dus teveel afleiding was. Het ene essay is natuurlijk wel wat beter dan het andere maar alles in het leven is zo, het is een gevoelsmatig iets. Ik heb van bepaalde stukken echt genoten en de mogelijkheid gehad om erover te reflecteren. Het lijkt me ook heel moeilijk om bepaalde prachtige stukken uit dit boek te halen, want ieder stukje tekst van begin tot einde kan een boodschap hebben voor een individu.
Wel heb ik meer genoten van de essays in 'Bruiloft' dan in 'De Zomer'. Het boek is heel beschrijvend en hoe Camus elk stuk grond of gebied beschrijft in 'Bruiloft' is ongelooflijk knap. Het boek gaat uit van het leven in het absurde en toont tegelijk de puurheid van Algerije, de plek waar hij vaak naar refereert.
Dit boek is niet voor iedereen weggelegd. Daarom raad ik deze specifiek aan aan mensen die houden van wat filosofie en zich goed kunnen investeren in een boek. Kan je dit niet, dan wordt het geen makkelijk boek om te lezen. Uiteindelijk kan je er wel heel veel uithalen vind ik zelf. Je kan het ook niet vergelijken met zijn andere werken. De schrijfstijl hier voelt veel poëtischer en anders aan.
Mooi boekje waarin sommige gedachten en boodschappen uit de tijd waarin Camus dit schreef, toevalligerwijs nog steeds betrekking zouden kunnen hebben op het leven nu. Herkenbare hersenspinsels. Enige punt was dat het soms wat lastig was om doorheen te komen, vooral bij de wat langere essays. Een beetje concentratie is er wel voor nodig. Máár de onderliggende boodschap stelden niet teleur.
De vertaling van dit werk is ongelooflijk raak. Camus’ beschrijvingen over landschappen en steden zijn prachtig en indrukwekkend. Een mooie verzameling essays.
De enkele rake observaties wogen niet op tegen de rest van het boek waar ik echt door moest ploeteren. Een te moeilijke taal die de boodschap in de weg stond.