Eindelijk. Wát een lange zit. De teleurstelling zit hem vooral in het gapende gat tussen verwachting en realiteit.
Verwachting: Een bundel met Gorters beste gedichten, waarvan Mei natuurlijk de voornaamste is. Leuk, een klassieker, en zo heel oud is het nog niet, dus dat Nederlands kan ik ook wel aan. Eindelijk de bundel lezen waaruit de prachtstrofen
'Alle geluid, dat nog van verre sprak,
Verstierf - de wind, de wolken, alles gaat
Al zacht en zachter - alles wordt zoo stil...
En ik weet niet, hoe thans dit hart, zoo zwak,
Dat al zóó moê is, altijd luider slaat,
Altijd maar luider, en niet rusten wil.' komen.
Realiteit: Is dit serieus één lang gedicht van 171 pagina's? Sodeju, die Gorter wist wel van dichten. Pagina 1-20: wow, wat mooi alles rijmt en binnenrijm ook enzo, knap hoor. Pagina 21-171: Shit, waar gaat dit heen? Ik ben het verhaal kwijt, en waarom breekt die man elke zin halverwege af omdat het rijmt, zo is er geen houvast te vinden. Iets met Mei en Balder, meer weet ik niet. Oja, en de zee en het bos. Zoiets. Deze woorden zijn wel Nederlands, ik begrijp ze wel maar in zinsverband en bundelverband kan ik er geen touw aan vastknopen.
Pagina 171: En fúck dat gedicht was van Willem Kloos.