Citaat : Een bloem voor mijn dochter/ Broos is de witte roos als/ Haar broze handgebaar,/ Hun zie-len tijdloos als/ Tijd en zijn vale baar/ Zo broos en ingetogen/ De tover die ik vind/ Besloten in je ogen/ Mijn blauwgeaderd kind./
Review : James Joyce (Dublin, 2 februari 1882 – Zürich, 13 januari 1941) was een Iers schrijver die wordt beschouwd als een van de belangrijkste schrijvers van de 20e eeuw. Zijn hoofdwerk is de roman Ulysses. Hij studeerde literatuur aan het University College Dublin, alwaar hij het katholicisme afzwoer. Toen in 1902 zijn studie was afgerond, besloot hij schrijver te worden en bezocht Parijs voor de eerste maal. In 1904 verhuisde hij met het kamermeisje Nora Barnacle naar het continent. Ze woonden 10 jaar in Triëst op Via Nicolo 30, waar hun zoon geboren werd. Joyce gaf er les aan de Berlitzschool. Zijn Ierse achtergrond bleek essentieel voor zijn literatuur, want hij schreef uitsluitend over Ierse thema's. In 1902 verschenen drie van zijn verhalen in een Iers tijdschrift voor boeren, geschreven onder het pseudoniem Stephen Dedalus. Deze verha-len werden later verwerkt in Dubliners, een verhalenbundel die uiteindelijk in 1914 werd gepubli-ceerd.
De verhalen zijn 'epiphanies' (openbaringen) – een woord dat door Joyce ge-bruikt wordt om het plotselinge bewustzijn van de 'ziel' van iets te beschrijven. In Ulys-ses gebruikt Joyce de mythen van Odysseus, Penelope en Telemachus in een moderne setting. Leopold Bloom, en respectievelijk zijn vrouw Molly Bloom en Stephen Dedalus vervullen de hoofd-rollen en tonen middels een parodie het contrast met hun mythische modellen. Het boek laat het leven in Dublin zien, met de nadruk op het verval en de eentonigheid van de stad. In 1922 werd Ulysses uiteindelijk gepubliceerd door de Parijse boekhandel Shakespeare and Company, en het bleek een onmiddellijk succes. In 1939 werd de eerste complete versie van Finnegans Wake uitge-bracht bij Faber en Faber. Uit dit werk (alsook uit brieven naar zijn vrouw Noria) blijkt ook zijn be-langstelling voor seksualiteit. In een kleurrijk verhullend taalgebruik beschrijft hij taboeonderwer-pen zoals naaktheid, voyeurisme en masturbatie.
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, in 1940, vluchtte Joyce met zijn gezin terug naar Zürich waar hij enkele maanden later, op 13 januari 1941, in het Rode Kruisziekenhuis over-leed.] Het werk van Joyce kent vele interpretaties, is in de voorbije eeuw ontelbaar malen onder-werp van literaire studie geweest en was van grote invloed op een veelheid aan schrijvers van diverse pluimage, zoals Samuel Beckett, Robert Anton Wilson, John Updike en Joseph Campbell. Andere literatoren bekijken het werk van Joyce met meer gemengde gevoelens, zoals Vladimir Nabokov, die Ulysses briljant noemde maar Finnegans Wake vreselijk. Ulysses wordt algemeen beschouwd als het hoogtepunt van de moderne literaire beweging uit de 20e eeuw. De grote in-vloed van Joyce op de wereldliteratuur van de voorbije eeuw is onmiskenbaar en zijn bewonde-raars zijn nog altijd talrijk. De Joyce-verenigingen behoren tot de levendigste literaire genoot-schappen in de wereld. Jaarlijks worden op 16 juni het werk en het leven van Joyce door liefheb-bers gevierd (Bloomsday), in Dublin, maar ook op vele plaatsen daarbuiten.
In 1999 werd Joyce door Time gekozen tot een van de 100 belangrijkste personen uit de 20e eeuw. Op Modern Library’s lijst van 100 beste Engelstalige romans uit de 20e eeuw uit 1998 staat Ulysses op de 1e plaats, A Portrait of the Artist as a Young Man op nummer 3 en Finnegans Wake op 77. James Joyce, debuteerde in 1907 met een traditionele verzenbundel. Pas twintig jaar later in 1927verscheen de kleine bundel Pomes Penyeach. De titel betekent letterlijk ‘Gedichten voor een penny per stuk’. Het werkje kostte één shilling, dus twaalf penny. De spelling ‘pomes’ imiteert de slordige uitspraak van ‘poems’. Omdat het woord klinkt als het Franse ‘pommes’ (appels), kreeg het in Parijs uitgegeven boekje een appelgroene kaft. Deze tweetalige editie werd vertaald door Paul Claes. Het zijn in alle opzichte heel klassieke ge-dichten waarin de liefde al dan niet romantisch een heel belangrijke plaats in neemt. ook het fo-cussen op plaatsen is een steeds terugkerend thema. Zo wandelen we dichterlijk in Cabra (een district in Dublin), San Sabba (een dorp in Trieste), en Rahoon (een parochie in het middeleeuwse Ierland).
Deze plaatsnamen geven een gevoel van zowel kosmopolitische ervaring Joyce en zijn fysieke ver-vreemding van Ierland dat zo overheerst in zijn werk. Slechts één gedicht werd in Dublin geschre-ven, terwijl Trieste is geïdentificeerd als de plaats van de samenstelling in acht gedichten, Zurich in drie, en Parijs in één. Deze gedichten zijn gekruid met ironie, intelligentie , donkere schoonheid en tongue-in-cheek humor. Ondanks al deze eigenschappen kan zijn poëtisch werk niet tippen aan zijn proza, iets wat viend en collega Ezra Pound hem duidelijk heeft laten verstaan toen hij Joyce aanraadde van publicatie af te zien. Voor de hedendaagse poëzieliefhebber zal deze mooi uitgegeven bundel niet direct tegenvallen om dat het eerst en vooral, zoals Paul Claes in zijn nawoord ook aanhaalt, liedjesteksten zijn die aan een bepaalde cadans en ritme horen te beant-woorden.