Niet iedereen krijgt de kans om De Vlaschaard te lezen in het Lijsternest, het huis waar Stijn Streuvels het boek anno 1907 schreef. Dankzij Passaporta en Streuvelshuis, het museum en de schrijversresidentie uitgebaat door de provincie West-Vlaanderen, tuur ik aan dit bureautje door het panoramische vensterraam dat vijftig jaar lang de grote Vlaamsche schrijver van inspiratie voorzag.
Net zoals aan het begin van De Vlaschaard, liggen ook nu de velden er verlaten bij, wachtend op't ontluikende leven. Met o.a. De Vlaschaard schrijft Streuvels zich in in de traditie van Amerikaanse naturalisten/transcendentalisten zoals Thoreau, Emerson, en Whitman met thema's zoals groei en vernieuwing, niet alleen van de natuur, maar ook van het individu, revolte tegen de traditie -tegelijk bezongen en gevierd, broederlijkheid, natuur en spirituele eenheid. Naadloos in elkaar gevlochten. Streuvels, voor sommigen de wat oubollige beschrijver van het plattelandse leven die zijn hele leven lang in hetzelfde dorp verbleef, was in de realiteit in hart en nieren kosmopoliet en vrijdenker. Het eerste boek waar in zijn omvangrijke privé-bibliotheek mijn oog op viel was, toevallig of niet, "Walden" van Henry David Thoreau (een 2de uitgave uit 1910). Streuvels las verder blijkbaar ook veelvuldig in het Frans en het Duits. Mogen we hem daarom Europeaan avant la lettre noemen? Of beter: universalist?
De Vlaschaard zelf is opgebouwd als vier ronda's, van zaaiing tot slijting, vanuit twee perspectieven, twee generaties die onontkomelijk in de clinch gaan. Nog voor wereldoorlog I de streek rondom zijn Lijsternest zou teisteren, lang voor wereldoorlog II, beschreef Streuvels hoe die estafetteloop van de geschiedenis kan verkeren. Na de oogst, niet altijd feest. Op gronde van hoogmoed, inhaligheid, en het onvermogen van de oude Vermeulen zijn ware gelaat te tonen. Een boek voor het hier en nu, quoi.