Wie is/zijn de bekendste Belg(en) ter wereld? Een moeilijke vraag, maar...
Misschien is het wel heel toepasselijk dat de kans groot is dat het stripfiguren zijn. Met dank aan Peyo, die ze voor het eerst ruim zestig jaar geleden liet opdraven. Ze waren piepklein, felblauw, droegen witte kleren (behalve één, die droeg rood) en zagen er allemaal hetzelfde uit (behalve die ene, die had een baard): de Smurfen.
Ze kwamen voor het eerst ten tonele in 1958 - ja, al zo lang geleden - en deden dat in Johan en Pirrewiet, een van de grote klassieke stripreeksen die België kent. Dat was in Album 9, De Fluit met Zes Smurfen - waarbij Peyo zich meteen amuseerde door het woord 'gaten' te vervangen door 'smurfen'. De toon was meteen gelegd.
Later verschenen er nog een aantal verhalen, waar Peyo half bij betrokken was, maar oorspronkelijk waren het er maar dertien. Opvallend kort, eigenlijk, voor een reeks met deze status.
In het allereerste begin was het trouwens alleen Johan, Pirrewiet verschijnt pas in de reeks in Album 3 (De Dwerg in het Rotsbos) en voegt zijn naam bij de reeks vanaf deel 4. In die eerste strips is de scenarist ook nog duidelijk op zoek naar zijn tekenstijl. Zoals wel vaker het geval was, zeker toen, waren de personages lange bonenstaken. Het was pas vanaf Album 3 à 4 dat ze iets gedrongener werden en normalere proporties aangemeten kregen.
Er zit humor in de strips, van die typische humor die we gewend zijn uit het hele Dupuis-aanbod. Je merkt dat het nog niet helemaal ontwikkeld is; J&P zijn oude personages, uit de jaren 50 nog. De echte hoogtijdagen, met Franquin en de typerende groteneuzenstijl, kwamen pas later, en daarmee werd ook de humor verder ontwikkeld. Deze reeks kwam dus net iets te vroeg om de humor ten volle te incorporeren, maar hij is er al wel.
Wat mij wel een beetje tegenstaat aan deze reeks, is dat het soms een beetje te gewoontjes lijkt. Zelfs voor die tijd. En ook de tekeningen lijken wel iets te missen, alleen kan ik er niet de vinger op leggen wat dat dan zou zijn. De avonturen zijn misschien net iets te onavontuurlijk voor wat wij gewend zijn.
De voorbije jaren zijn ook van deze reeks integrales verschenen. Die heb ik zelf (nog) niet bekeken, maar ze zijn ook van Dupuis en daarvan is ondertussen allang geweten dat ze altijd zorg dragen voor de opmaak, dat ze waarschijnlijk wel een nieuwe lettering (en vertaling) hebben, en dat het dossier meestal diepgaand en uitgebreid is. Dus ik kan me niet voorstellen dat dat bij Johan en Pirrewiet niet zo zou zijn.
Misschien is dit niet de beste reeks die ooit uit Robbedoes is voortgekomen, maar zeker als je bedenkt dat we nu zeventig jaar later zijn, is het opvallend hoe goed deze reeks al bij al de tijd heeft doorstaan.