In de Volkskrant van 1 april 2023 stond een krakende recensie van dit boek die me juist triggerde om het te lezen. Ik vond de recensie pijnlijk om te lezen, niet nodig, op het persoonlijke af. Ik vond de recensie op deze manier niet nodig, maar ik vrees dat Rens van der Vorst het er zelf naar maakt. Het is op het persoonlijke af, omdat hij - als schrijver - nogal aanwezig is in het boek, en andere kritiekpunten zoals “oppervlakkige analyses”, “gebrek aan inzicht” en zichzelf grappig vinden, kan ik alleen maar onderstrepen (en hieronder toelichten). Toch vind ik ook dat er een aantal rake constateringen worden gemaakt.
Om maar met de humor te beginnen: pies en poep, vindt zichzelf grappig, en is vooral ook droog. Nu heb ik geen probleem met droge humor, en ik kan me voorstellen dat het in bepaalde situaties prima werkt, maar in dit boek werk het niet. Het pies- en poepgehalte komt misschien nog wel het sterkst naar voren bij de enige (!) referentie die Rens van der Vorst in het boek gebruikt. Aan het einde van het boek staat een lijst met zeer interessante boeken om te lezen als je technologie wijsgerig bent, maar de enige plaats in het boek waar hij direct refereert, is waar hij het punt maakt dat er technologie bestaat die personen kan herkennen aan hun anus (zoals dat ook met gezichten kan).
Gebrek aan inzicht en oppervlakkige analyses: de auteur spreekt zichzelf regelmatig tegen, en dat onderstreept hij aan het einde van het boek ook. Hij stelt aan het begin van het boek een aantal regels op over wat digitale gremlins zijn, stelt daarbij meteen ook dat dat persoonlijke interpretaties zijn, en komt in het laatste hoofdstuk van het boek tot de conclusie dat zijn eigen voorbeelden van digitale gremlin acties voor veel mensen niet aan die opgestelde regels voldoen. Dit is voornamelijk een probleem vanwege de uitwerking van regels 2 (de actie moet leuk zijn!) en 3 (geen moeite kosten) op regel 7 (betere wereld bij massale toepassing van actie). Rens van der Vorst constateert bijvoorbeeld dat sommige van zijn acties niet leuk gevonden worden door veel anderen of dat het de meeste mensen teveel moeite zal kosten. Maar als ‘leuk’ en ‘moeite’ zo persoonlijk geïnterpreteerd kunnen worden, dan maakt dat regel 7 nutteloos
Dat brengt mij op het laatste punt: de auteur noemt zichzelf een technofilosoof, maar nergens in het boek komt er enige wijsgerigheid op het gebied van technologie, het gebruik ervan, of van de relatie tussen mens en technologie naar boven. Er worden her en der interessante statements gemaakt, maar op geen enkel moment wordt er verder gegraven naar de diepere betekenis daarvan of de impact uitgebreider geanalyseerd. Datzelfde laat Rens van der Vorst achterwege voor zijn eigen voorstellen: “het zou … kunnen dat een flink aantal digitale gremlinacties in dit boek ook onverwachte effecten heeft. Daar heb ik over nagedacht, maar ik heb besloten om het te negeren. Voor de leesbaarheid, uiteraard.”
Helder. Misschien zijn de recensent van de Volkskrant en ik gewoon niet de doelgroep van het boek, maar wie dat dan wel is, blijft voor mij ook volstrekt onduidelijk. "Misschien ben je directeur", maar ook "[jij kunt vast beter nadenken over hoe je een digitale gremlin kunt zijn] dan ik. Ik ben immers een oude vent. Te oud voor Snapchat, BeReal of TikTok."
Niets dan negativiteit dan? Nee hoor, zoals gezegd komt Rens van der Vorst ook her en der met een rake introductie van problemen op de proppen. Bijvoorbeeld dat privacy is contextueel is, dat kinderen in een online game altijd binnen de regels van het spel spelen met mensen die jij uitkiest en dat dat op een schoolplein veel lastiger is, of “[d]e aanbevelingen van Netflix houden me vast in het moeras van de man die ik ben, in plaats van dat ze me helpen de man te worden die ik graag wil zijn.” En er stond nog een bevinding in die ik even noteer om zelf niet te vergeten: als je het gevoel hebt dat prijzen hoger zijn geworden als je er voor de tweede of derde keer naar kijkt, gebruik dan de incognitomodus van je browser. Ga ik doen.