Jump to ratings and reviews
Rate this book

Waarom we niet gelukkiger zijn

Rate this book
Waarom blijft kritiek langer hangen dan een compliment? Waarom bedenken we talloze doemscenario's voor de toekomst? Waarom vallen we zo gemakkelijk ten prooi aan stress, depressie, impulsiviteit, verslaving en jaloezie? Waarom zijn we niet gelukkiger, ook niet als we daar objectief gezien alle reden toe hebben?

Al deze vragen hebben hetzelfde door onze genetische programmering. We zijn evolutionair helaas niet gemaakt om permanent gelukkig te zijn. Integendeel, onze evolutionaire erfenis zadelt ons op met chronische ontevredenheid en zwartkijken.

Zijn we dus gedoemd om ongelukkig te zijn? Helemaal niet. Ondanks onze natuur is geluk wel degelijk mogelijk. Wetenschapsfilosoof Michael Vlerick toont hoe je je lot in eigen handen kunt nemen. Hij vertaalt eeuwenoude inzichten en praktijken - van het boeddhisme tot het stoïcisme - naar een concreet plan, met aandacht voor de kracht van meditatie en moderne doorbraken in de wetenschap van geluk.

 

'Met dit boek breek je los van je genen en ontdek je de weg naar een vrijer en blijer bestaan.'
- Steven Laureys, neuroloog en auteur

'Hoopvol voor de doordrammende westerse mens.'
- Dirk De Wachter, psychiater en auteur

212 pages, Kindle Edition

Published January 10, 2024

5 people are currently reading
154 people want to read

About the author

Michael Vlerick

4 books1 follower

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
27 (38%)
4 stars
25 (35%)
3 stars
15 (21%)
2 stars
1 (1%)
1 star
2 (2%)
Displaying 1 - 11 of 11 reviews
61 reviews4 followers
January 25, 2024
De boodschap van dit boek is duidelijk: onze genen verschalken ons in het bereiken van een “echt” en blijvend geluk. Na deze ontnuchterende vaststelling reikt Michael Vlerick handvaten aan om geluk vast te houden en ons leven permanent te veranderen, en dit zonder zweverigheid of esoterie, gewoon de naakte feiten, echte “gelukswetenschap”.

In zijn onderzoek naar menselijk geluk worden wetenschappelijke hoofdbrokken van de evolutieleer, filosofie, psychologie en geschiedenis samengebald tot een overzichtelijk geheel. Het boek is helder geschreven en leest als een trein zonder vaag of te gedetailleerd te worden.

Waarom dromen we van een blinkende auto maar maakt die ons niet gelukkiger, waarom hebben we in vergelijking met onze holbewonende voorouders het aards paradijs bereikt in termen van materiële welvaart maar zijn we toch betrekkelijk ontevreden, wat doen alcohol en geld met ons geluksgevoel, waarom worden we van bewegen wel gelukkig,… het zijn maar een paar belangrijke vragen die de auteur met verve weet te beantwoorden aan de hand van wetenschappelijk onderzoek dat eeuwenoude inzichten die ook al voorkomen in het boeddhisme en het stoïcisme, bevestigt.

Dit is een briljant boek dat in elke huiskamer maar ook in elk klaslokaal een prominente plaats zou moeten innemen.

Wie dit leest begrijpt de mensheid, en dus ook zichzelf, en leert ook wat eraan te doen valt. Werkelijk een eye-opener!

9 reviews
August 6, 2024
Ik heb dit boek cadeau gekregen en wilde graag meer leren over hoe ik gelukkiger kan worden – wie wil dat nou niet. Gek genoeg heb ik me in het eerste kwart van dit boek vooral beziggehouden met interpretaties van natuurlijke selectie. Nadat Vlericks visie op evolutie duidelijk is, is het lastig om enig levensadvies serieus te nemen. Mijn advies is dan ook: sla deel 1 over, lees deel 2 en de epiloog alleen als je niks beters te doen hebt en lees deel 3.
Een terugkerend patroon in dit boek is als volgt. Vlerick doet een gewaagde uitspraak. Vervolgens gebruikt hij in de uitleg (van zijn uitspraak) argumenten die zijn initiële uitspraak deels of volledig tegenspreken. Deze manier van redeneren heeft niets te maken met de wetenschappelijke methode – een eigenschap waar dit boek voor geprezen wordt. Kortom: het boek is uiterst warrig.
Ik wil Vlerick wel prijzen voor een terechte nuancering die hij bij voorbaat maakt: “Omwille van de leesbaarheid beschrijf ik hun werking in alledaagse termen. Wat volgt is dus een weliswaar correcte, maar oppervlakkig schets” (p. 59). Dit soort realistische opmerkingen zouden veel meer terug moeten komen in dit boek.
Een ander positief aspect van dit boek – en dat zijn er niet veel – heeft ermee te maken dat in deel 3 mediteren op zo’n manier wordt gepresenteerd dat het mij heeft gemotiveerd om deze gewoonten weer op te pakken.

Vlerick verwerpt het idee dat (fysieke en emotionele) pijn zinvol en wenselijk is. Echter schrijft hij iets verder het volgende: “Dat betekent niet dat emoties aan de donkere zijde van het spectrum nooit een plaats hebben in een gelukkig leven” (p. 17). Zijn negatieve emoties zinvol en wenselijk of zijn ze dat niet?
Daarnaast schrijft Vlerick: “Vele negatieve emoties dragen daarentegen niet bij tot een gelukkig en zinvol leven” (p. 17). Twee zinnen later schrijft hij: “Ze kunnen in sommige situaties weliswaar leiden tot gedrag dat ons ten goede komt” (p. 17). Hier geldt weer de vraag: zijn negatieve emoties zinvol en wenselijk of zijn ze dat niet?

Vlerick leidt het boek in door de menselijke situatie te vergelijken met de film The Matrix. “De tijd is gekomen om uit de matrix te treden!” (p. 19), zegt Vlerick hoopvol. Mensen worden niet gedreven door kwaadaardige robots, maar door natuurlijke selectie, aldus Vlerick. De auteur impliceert dat natuurlijke selectie een onbewuste, doch nuttige overlevingsstrategie is – wat hij later weer tegenspreekt en soms weer verdedigt.
Darwin beweerde, in hoeverre ik dat weet, niet dat natuurlijke selectie een bewuste overlevingsstrategie is. Natuurlijk selectie is een collectief fenomeen en wordt helemaal niet bepaald op het niveau van het organisme. Een kenmerk wordt, als het nuttig is, bewaart voor de volgende generatie. Hierdoor bepaalt de omgeving van het organisme, niet het organisme zelf, welke kenmerken leiden tot een hogere overlevingskans.

Natuurlijke selectie is dus geen bewuste overlevingsstrategie. Dit bevestigd Vlerick uiteindelijk ook: “Organismen die toevallig beschikken over eigenschappen die hen helpen om te overleven, planten zich vaker voort dan soortgenoten die toevallig minder goed zijn uitgerust” (p. 20). Mensen worden dus niet louter gedreven door natuurlijke selectie, zoals de auteur eerst wel beweerde.
Vlerick gaat ook in het volgende hoofdstuk verder met zijn foutieve interpretatie van natuurlijke selectie: “Natuurlijke selectie, zoveel is duidelijk, is een ontwerper zonder gelijke. Haar creativiteit en vernuft kent geen grenzen” (p. 34). Waaruit is precies zo duidelijk geworden dat natuurlijke selectie wezens creëert? Zelfs indirect verandert natuurlijke selectie organismen niet: het is simpelweg een waarneembaar principe van evolutie.

Vlerick vervolgt zijn verkeerde interpretatie van Darwin: “Organismen worden aangestuurd door genen – genen bepalen hun fysieke en mentale eigenschappen en dus ook hun gedrag” (p. 25). Later in het boek noemt hij genen ook de bestuurders van mensen: “Blijvende en ernstige schade aan het vehikel kan de replicatieambities van onze bestuurders immers aanzienlijk fnuiken” (p. 56).
Impliciet beweert Vlerick dat het doel van genen (of: de wil) is om hun organismen te laten overleven: “. . . door je vehikel – de plant, het dier of de mens die je bewoont – goed uit te rusten en goed te besturen” (p. 26). Echter beweert de auteur ook dat genen niet bewust streven naar een bepaald doel: “Genen hebben geen wil en smeden geen plannen. Je kunt ze het best begrijpen als mechanische ‘kopieerprogramma’s’” (p. 26).
De tegenstrijdigheden kunnen als volgt worden samengevat: genen besturen organismen om hen te laten overleven, maar tegelijkertijd hebben genen geen doel. Vlericks standpunt is weer zeer incoherent.

Volgens Vlerick is de mens, en elk ander wezen, dus volledig gericht op het voortbrengen van zijn genen. De auteur heeft het volgende te zeggen, nadat zelfdoding uitvoerig is besproken: “De intense fysieke en emotionele pijn die wij en de anderen gewaarwordende dieren zo vaak moeten ondergaan, zo weten we inmiddels, is stomweg het resultaat van specifieke strategieën waar genen op gebotst zijn om kopieën van zichzelf te maken” (p. 50). Wat er precies goed is voor onze genen – en zoals hij zegt: het vehikel van onze genen, ofwel ons lichaam – aan emoties die zo heftig zijn dat ze tot zelfdoding leiden, laat Vlerick aan de verbeelding over.
Ook schrijft hij: “Onze biologie en psychologie zitten vol met kenmerken die goed zijn voor onze genen, maar pijnlijk voor ons, de organismen zelf” (p. 43). Iemand die nadenkt over deze uitspraken, kan maar tot twee conclusies komen. Conclusie een: het hele verhaal over genen is compleet onzinnig.
De tweede conclusie is een duistere interpretatie: probeert Vlerick indirect te zeggen dat mensen die zelfmoord plegen inferieure genen hebben, aangezien deze mensen geen overlevingsdrang (meer) hebben en hun genen hen dus verteld om dit gebrek niet door te geven aan de volgende generatie? Ik ga er overigens niet vanuit dat de auteur dit bedoelt.
De theorie van Vlerick verklaard bovendien niet waarom sommige mensen ervoor kiezen om geen kinderen te krijgen.

Deel 2 van het boek is, naar verhouding, beter. Hoofdstuk 4 gaat vooral in op de term hedonische adaptatie. In hoofdstuk 5 worden extreem populaire studies aangehaald. Mijn probleem met dit deel van het boek is het gebrek aan diepgang en creativiteit. Van een kilometer afstand kon ik al aan zien komen dat de gebruikte onderwerpen besproken zouden worden. Daarnaast werd de hypothese van de besturende genen helaas weer aangehaald.

In de epiloog wordt genetische modificatie behandeld. Vlerick bespreekt argumenten van voor- en tegenstanders. Echter worden de tegenargumenten niet volledig correct gepresenteerd; Vlerick is niet in staat om het onderwerp objectief te bespreken. Zo schrijft hij: “Wanneer het op genetische modificatie aankomt, is de ‘yuck’-respons – de instinctieve weerzin die velen ervaren – inderdaad bijzonder groot. Dat bleek uit de hevige reacties wereldwijd tegen ggo’s” (p. 208). Een argument voor ggo’s is de verwachting dat minder pesticiden nodig zijn. Echter blijkt dit in Argentinië, een voorloper op ggo-gebied, totaal niet te kloppen. Bovendien zitten boeren gevangen door de macht van de zaadbezitters, waardoor alleen nog hun zaad gebruikt mag worden. Hierdoor wordt geen wisselbouw meer toegepast. Dit doet de grond op de lange termijn niet ten goede (MotherJones, 2013). Zo kan ik nog wel even doorgaan.
Kortom: voorzichtigheid is in dit geval volledig rationeel – helemaal als ggo’s als voorbeeld worden gebruikt. De epiloog is, ironisch genoeg, een passende, representatieve afsluiting van het boek.
6 reviews
February 6, 2025
Interessante inzichten bijgekregen.
Puntje van kritiek: vééél herhaling en de ontelbare keren 'Hier komen we later nog op terug.' begon een beetje storend te worden.
Profile Image for Klaske.
7 reviews
June 7, 2024
Wat een helder geschreven boek. Een aanrader als je wil begrijpen hoe onze genen vaak een loopje met ons nemen.
9 reviews
December 31, 2024
Interessante inleiding (c.q. herhaling) over het nut van mindfulness en meditatie. Wetenschappelijk / filosofisch onderbouwd op basis van inzichten uit de evolutionaire psychologie, genetica en de werking van neurotransmitters. Zeker geen nieuwe inzichten, maar een interessante samenvatting. Goed geschreven, maar met te veel herhalingen. Ik heb het gevoel dat de tekst een kwart korter had gekund als er iets snediger zou zijn ge-edit. De beelden "wortel" (hunkeringen, verlangens, verslavingen) en stok ("pijn in al zijn vormen") zijn goed gevonden en verhelderend, maar komen op den duur echt wel als een gimmick over. Ook het voortdurende intern verwijzen ("herinner je dat ...", "ik kom het later nog op terug, ...") is enerzijds wel didactisch te verantwoorden, maar komt in een boek toch wat vreemd en schoolmeesterig over.

Al met al fijne lectuur, die mij zin heeft gegeven het mediteren opnieuw wat grondiger op te nemen.
19 reviews
December 10, 2024
Kort gezegd: een wetenschappelijke benadering over de werking van ons brein toont aan dat we uit evolutionair standpunt geprogrammeerd zijn om ongelukkig te zijn. Dit boek stelt de feiten zo objectief als mogelijk voor en trekt daaruit conclusies om tegen je natuur in te gaan.

Deel 1 start met algemene principes over de evolutie die op een zeerbegrijpbare manier overgebracht worden.
Deel 2 gaat verder in op fysische verschijnselen en de analyse van de auteur over deze verschijnselen.
Deel 3 geeft een algemene aanpak maar laat veel ruimte voor eigen initiatief en interpretatie om om te gaan met het bevorderen van je 'geluk'.

Het boek is wetenschappelijk onderbouwd maar geeft desondanks genoeg voorbeelden en nuances om het vlot te laten lezen. De inzichten geven je een antwoord maar tegelijk ook een vraag waardoor je aangemoedigd wordt om alles zelf te interpreteren. Een aanrader!
Profile Image for Yannick Degand.
3 reviews
November 2, 2024
De these is gekopieerd van 'Why Buddhism is True: The Science and Philosophy of Meditation and Enlightenment' van Robert Wright. Maar het is wel een zeer interessante these. Ik zou zelfs durven stellen dat het mijn leven heeft veranderd. Dus ik kan beide boeken aanraden, en die van Vlerick het meest als je liefst in het Nederlands leest.
Profile Image for Tinne Vanhooydonck.
170 reviews
June 9, 2025
Op zich een interessant boek, maar ZO VEEL VERWIJZINGEN! Als je iets wil bespreken, doe dat dan gewoon! Zeg niet de hele tijd dat je het nog gaat doen 🙄
13 reviews
November 10, 2025
stokken en wortels, gelukkiger, meditatie, reacties niet opwekken, bla bla bla x10000, en ik ben nog steeds niet gelukkiger
Displaying 1 - 11 of 11 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.