De wereld is niet stil. In Het witste woord houden muizen de tijd bij in een Excelbestand, hebben woorden zielen en brengt de sneeuw geluk. De bundel bestaat uit liefdesgedichten, voor een mens, een oude hond, de winter die verloren gaat. Eva Meijer vangt wat ze ziet in een nieuwe vorm voor deze tijd, voorbij de oude hiërarchieën. Ze loopt door het bos, wordt zwaan, plant, stem. Kom maar mee, lezer. De andere werkelijkheid bestaat al.
Eva Meijer is a philosopher, visual artist, writer and singer-songwriter. They write novels, philosophical essays, academic texts, poems and columns, and their work has been translated into over twenty languages. Recurring themes are language including silence, madness, nonhuman animals, and politics. Meijer also works as an academic philosopher, writes essays and columns for Dutch newspapers, and is a member of the Multispecies Collective.
"Er staan veel vondsten in, maar het is geen poëzie waarbij je maag zich omdraait of je hart een sprongetje maakt", schreef een recensent in het najaar van 2023 bij de bespreking van deze bundel.
Alleen al het gedicht PS aan het einde van dit kleinood spreekt deze bewering tegen en is de moeite om het ter hand te nemen. Het was initieel voor mij althans de aanleiding of trigger om de bundel te lezen (waarvoor dank, Moira!).
"Een vraag nog: blijf je bij me? Niet voor altijd maar voor nu, dat oneindige moment dat zich door de eeuwigheid scheermest en klapwiekt en ons allebei herbergt zonder dat we daar ooit maar iets voor hebben hoeven doen. Ja, er wordt door ijzeren handen met ons geschaakt, ja, het denken is de grensmuur die verder uitzicht belemmert, ja, de geesten hangen nog altijd twijfelend rond op zolders, ja, het licht wordt weerkaatst door sneeuw die ooit zal smelten. Maar dat is niet wat telt. Luister: de nacht laat zich in de zee vallen, alleen de sterren blijven drijven en je kunt ze horen zingen als je heel stil bent. Hier is mijn stem, geef mij die van jou."
Las Het witste woord van Eva Meijer. Hoewel de ondertitel ons duidelijk wil maken dat er in dit boek ‘gedichten’ staan, staan er geen gedichten in. Het witste woord is proza, van het zaaddodend soort.
TWEE BLOEMEN
Trek nu je kleren maar uit er ligt rijp op het gras de paardenbloemen zullen door ons heen groeien dat kriebelt de meikevers trekken hun schildjes aan de houtduif roekoet de lucht vol en de wilg tekent zwarte takken op onze huid.
*
‘De dichter bevrijdt zijn materiaal,’ geeft Octavio Paz in De boog en de lier aan, ‘de prozaïst zet die gevangen.’ Meijers woorden vereenzelvigen zich in de regel met één van hun betekenissen, ten koste van andere, latent aanwezige: gras is gras en huid, huid etc. Dubbelzinnigheid is Het witste woord zo goed als vreemd.
Meijer schreef eerder novelles, romans en filosofische essays. Het witste woord is haar debuut als dichter, maar eigenlijk dus niet. Het weglaten van interpunctie maakt van taal nog geen poëzie. De titel van Meijers boek mag dan alliteratie bevatten, maar ‘witste’ is een lelijk woord, het bekt van geen kanten. Het komt ook nog voor in een strofe van de openingstekst:
Misschien is het witste woord dat ik ken. Misschien laat je het sneeuwen.
*
Het woord dat hier de wittigheid veroorzaakt is niet ‘misschien’ maar ‘sneeuwen’. Vergelijk de constructie: Misschien is het witste woord dat ik ken. / Misschien laat je het regenen. Weg wittigheid. Meijer is te weinig met haar materiaal bezig om tot acceptabele poëzie te komen.
Wat ook te vaak ontbreekt zijn aansprekende beelden. Ritme, kleur en betekenis van Meijers woorden roepen zelden boeiende voorstellingen op, die naklinken. Meijers stijl is stijf, onbeholpen, hakkerig:
In het midden van de winter zie ik je gezicht. De vijver is bevroren, het is donker en ik blijf je gezicht zien. De winter wijkt, zoals mijn dromen wijken en de gedachte aan jou me daartussen soms ineens klaarwakker maakt. Overdag wil ik niet aan je denken, ook al praat iedereen over je, maar de nacht is poreus, laat geesten door en wensen en jou dus blijkbaar ook.
*
Nee, mijn ontmoeting met Het witste woord mondde niet uit in een amourette. Er staan nietszeggende teksten in die hadden moeten worden weggelaten:
MISSCHIEN
Misschien bestaan we alleen echt in de ogen van de dieren
*
Quasifilosofisch, quasipoëtisch. Jammer. Maar wie niet faalt, kan zich ook niet verbeteren. En alle begin is moeilijk. Wat ik niet begrijp is hoe Awater dit boek tot ‘clubkeuze’ heeft kunnen verheffen, tenzij dat blad door een stel nitwits wordt gerund en/of er zakelijke belangen een rol gespeeld hebben.
Ik geloof dat ik iemand nodig heb om poëzie mee te lezen; ook hier had ik weer het gevoel dat er meer uit te halen valt dan in mijn eentje lukt, dat ik erover moet praten om de boel te laten landen. Dat gezegd hebbende, niet alles in deze bundel raakte me evenveel, maar er sprong een aantal gedichten en ook losse beelden dusdanig uit dat ze veel goedmaken.
[...] De lucht in mij was eerst in jou. Ik denk dat je me opent, ik / wist niet dat er iets gesloten was. / Kom, maan. Het donker lijkt zo veilig maar iedereen kan me zien. / Ik adem je in. Gezang in de verte, gelach, maar ik adem je in.
Ik ben een grote fan van Eva Meijer, van alles dat ze schrijft. Ik heb quasi al haar boeken en diegene die ik nog niet heb staan op mijn verlanglijstje. Haar manier van denken, hoe ze schrijft, haar afwijkende denkpatronen, zelfs haar recept voor pitabroodjes,… alles vind ik geweldig.
Hoewel ik er nooit aan had gedacht dat zij een poëziebundel zou uitbrengen kwam het ook niet als verrassing. Want naast heel filosofisch schrijft Meijer steeds heel poëtisch, met zinnen die je wil onderlijnen en inkaderen.
Als ik het wel had bedacht had ik gegokt dat haar bundel van een buitenaardse schoonheid zou zijn, en dat is hij ook! Een prachtige uitgave, met groene inkt, klassiek van opbouw maar verfrissend van inhoud. Ik kon maar een viertal gedichten per dag aan en moest er telkens een paar dagen tussenlaten. Elk gedicht raakte me als een mokerslag, ontroerde me en verwar(m)de mijn hart en ziel.
Het is al van de bundel van Lies Gallez geleden dat poëzie me zo beroerde. Mijn hart, hoofd, ziel, buik en traankanalen bleven niet onberoerd. Meijer raakte een open zenuw met haar filosofische poëzie. Of ze nu schrijft over de liefde, vogels, taal, sneeuw, wachten, overgave,… alles is wijs, waar en waarachtig.
Sommige gedichten zijn maar een paar zinnen, anderen zijn pagina’s lang. Maar elk werk is even gepast en juist geplaatst.
‘Blijven is een vorm van wachten die trouw is.’ Ik blijf Eva trouw als immens grote fan. En wacht op een volgende bundel. Ach, eender wat van Eva Meijer is goed. Ik verslind het hongerig.
Een vraag nog: blijf je bij me? Niet voor altijd maar voor nu, dat oneindige moment dat zich door de eeuwigheid scheermest en klapwiekt en ons allebei herbergt zonder dat we daar ooit maar iets voor hebben hoeven doen. Ja, er wordt door ijzeren handen met ons geschaakt, ja, het denken is de grensmuur die verder uitzicht belemmert, ja, de geesten hangen nog altijd twijfelend rond op zolders, ja, het licht wordt weerkaatst door sneeuw die ooit zal smelten. Maar dat is niet wat telt. Luister: de nacht laat zich in de zee vallen, alleen de sterren blijven drijven en je kunt ze horen zingen als je heel stil bent. Hier is mijn stem, geef mij die van jou.