For the past twelve years, Stephan Vanfleteren (b. 1969) has been working intense hours in his daylight studio at home. Atelier is a collection of that work. Vanfleteren is searching for beauty and meaning, both in daylight and under artificial light. Grey stage curtains are everywhere as a constantly repeating background. The photographer embraces well-known personalities and anonymous people. He inspects and captures the grooves in the face of an old fisherman and the hand of Nick Cave on the same terms as he does a beachcombed bottle. He focuses an adoring gaze on his own children coming of age as well as on impassioned artists in their old age. He sees the frozen corpse of a kingfisher and the body of a twisting dancer, and watches as the sunlight slowly shifts across his stage curtain.
Vanfleteren connects to the traditions of old and contemporary masters but remains faithful to his characteristic style. His craftsmanship and artistic nature make us both witness and party to the splash of incoming light.
With text contributions by Ilja Leonard Pfeijffer and Stephan Vanfleteren.
Stephan Vanfleteren is one of Belgium’s most renowned photographers. Among the general public, he is mainly celebrated for his penetrating black and white portraits of people from all walks of life, from artists and actors, to surfers, fisher- and sportsmen. However, his oeuvre is much more diverse than that. Starting his career as a press photographer, Vanfleteren made captivating photo reports about the events that dominated the news of the 1990s, such as the genocide in Rwanda, the war in Kosovo and the Dutroux affaire in Belgium. Later on, he began to elaborate a variation of themes in extended photo reportages, going from storefront façades to a journey along the mythical Atlantic Wall.
For his most recent work, Vanfleteren withdrew into his studio to focus on his own version of classic themes such as nude portraits and still life photography. In the latter, entitled Nature Morte, he portrayed dead animals (in colour) he found near his home. Where most of his images are very time phased, this series marks an evolution in Vanfleteren’s work towards a more timeless approach and subject matter.
Verschijnt als recensie in Volkskunde 124/3 (2024)
Stephan Vanfleteren, Atelier, Hannibal Books, Veurne, 20230, ill., 448 blz., ISBN 978-94-6466-655-7, € 69,95.
Kan een fotoboek onderwerp zijn van een recensie in dit tijdschrift? Het antwoord hierop is meerlagig. Bij beroemde fotografen denk je onmiddellijk aan fotografiekunst, waarbij de nadruk vaak op het tweede deel van dit woord ligt. Het esthetisch genot staat hier voorop, de fotograaf wil behagen. Anderzijds heb je duizenden fotocollecties – ook van beroepsfotografen – die een blik werpen op het leven. Het gaat hier vaak om foto’s die door gewone mensen werden genomen om een beeld te vast te houden. Van familiale kiekjes tot afbeeldingen van wat je in de omgeving van die mensen kunt vinden. De tientallen en tientallen fotobanken die je alleen al in Vlaanderen kunt vinden zijn daarvan het mooiste bewijs. Ze zijn de moderne opvolgers van de vele fotoboekjes met titels als “Zo was het in …”. Deze dragers bieden ons inderdaad informatie over het leven vroeger en nu in al zijn facetten. Het zijn vaak waardevolle documenten in de studie van het verleden. Het fotoboek Atelier van Stephan Vanfleteren lijkt hier op het eerste gezicht erg van af te wijken. Over meer dan vierhonderd bladzijden presenteert hij portretten van mensen en, in veel mindere mate, dieren. Het gaat hier om stillevens, om verstild leven, verstilde schoonheid. Bij Vanfleteren gaat het altijd om meer. Uit zijn vroeger werk (zie Volkskunde 121/2 (2020), 203-205) weten we dat hij niet enkel registreert, maar ook interpreteert. Ondanks het verstilde beeld kun je bij heel wat beelden een leven in ontwikkeling zien. Een leven dat meer biedt dan dat ene moment dat wordt vastgelegd. In tegenstelling tot zijn magnum opus Present heeft de auteur deze keer geen begeleidende teksten geschreven. Spijtig, want Vanfleteren is niet enkel in beeld, maar ook in woord een uitstekende observator van de “cultuur van het dagelijks leven” (zoals de ondertitel van dit tijdschrift vermeldt). Waar we nu nog veel iconografische gegevens halen uit vroegere schilderijen (ook en zeker van stillevens), zo is dit werk van Vanfleteren ook een bron van informatie over de hedendaagse anonieme mens in zijn omgeving (mijnwerkers, vissers, de fanfare, dansers), naast bekende persoonlijkheden die zich letterlijk blootgeven. Evenzeer – ook al lijkt dit vergezocht – biedt dit fotoboek een inzicht in de werkplaats, het atelier van de fotograaf als beroepsmens. Een smidse of een oude apotheek lijkt een duidelijker voorbeeld voor een volkskundige studie, maar het zou fout zijn om aan die werkplaats van de kunstenaar geen aandacht te schenken. Naast zijn fototoestel is het licht in al zijn verschijningsvormen zijn belangrijkste werkinstrument. Je kunt licht niet in een alaambak stoppen, maar het is wel het noodzakelijkste ingrediënt van een beeld. Samen met tijd, de tijd waarin de fotograaf een opname maakt, evenzeer als de tijd die hij nodig heeft om het juiste licht gevangen te nemen en voor eeuwig op te sluiten. In zijn uitvoerige inleiding noemt de succesrijke Nederlandse auteur Ilja Leonard Pfeijffer bovendien Vanfleteren een kunstenaar van het licht, als verre opvolger van Pheidias, een kunstenaar uit de Griekse oudheid. Pfeijffer heeft het over een beeldroman waarin een zoektocht naar de stille waarheid wordt getoond. We leren kijken hoe de werkelijkheid van de mensenwereld wordt geconstrueerd en hoe kwetsbaarheid tot kunst wordt verheven. Het hoeft geen betoog dat ook deze uitgave van Hannibal uiterst verzorgd is en past in de ondertussen lange reeks van kunstboeken die meer zijn dan alleen maar een kunstje van de uitgever. Het boek is ook in Franse en Engelse versie verkrijgbaar. Paul Catteeuw