Kirstin Vanlierde leverde met “Geheugen van Steen” een boeiende jeugdroman af. Het verhaal speelt zich af in twee tijdsdimensies, namelijk in de eerste helft van de dertiende eeuw en op het einde van de twintigste eeuw. De setting is het unieke middeleeuwse Romaanse klooster van Sant Pere de Rodes in El Port de la Selva in het Spaanse Catalunya, waar de schrijfster duidelijk een meer dan passionele “liefdesrelatie” mee heeft, wat sterk tot uiting komt in de prachtige en dikwijls wijd uitgesponnen lyrische beschrijvingen van de site en de omgeving.
Hoofdpersonen in de 20e eeuw zijn Andrea, kleindochter van de conservator van het klooster, die tijdens haar vakantie op de site in de ban raakt van de Amerikaanse archeoloog Owen, die op zijn beurt een meer dan grote belangstelling koestert voor de katharen en hun religie en die in de regio duidelijk op zoek gaat naar nog overblijvende sporen van het katharisme. Andrea deelt stelselmatig meer en meer de passie van Owen en samen gaan ze uiteindelijk op zoek naar de resten van de Gleisa de Dio in Catalunya en in Sant Pere de Rodes in het bijzonder. In dit verhaalgedeelte wordt veel aandacht geschonken aan de filosofie en de religie van de katharen, die hier trouwens correct worden weergegeven.
In de 13e eeuw spelen twee monniken, Alman en Tomà, de hoofdrol. Beiden leven in het klooster van Sant Pere de Rodes en worden er geconfronteerd met de “nieuwe religie” van het katharisme die op een subtiele manier het klooster binnensijpelt. Vooral Tomà is begeesterd door de filosofie en de religie van de katharen en koestert veel sympathie voor de parfaits en croyants die in de regio op de vlucht zijn voor de meedogenloze inquisitie, die vanuit de Languedoc de katharen op de hielen zit. Uiteindelijk volgt Tomà de roep van zijn hart en kiest ervoor om uit het klooster te treden en een nieuw leven binnen een kathaarse gemeenschap in de omgeving te beginnen, met alle gevolgen vandien.