Met open oren, ogen en neus en een recordertje onder handbereik bereisde Tijs van den Boomen de Nederlandse en later de Europese snelwegen. Als een spiegelbeeld van het tv-programma Weg van de snelweg' concentreerde hij zich op de linten van asfalt en peilde de ervaringen van handelsreizigers, vakantiegangers, vrachtwagenchauffeurs, lifters, schoonmakers, hoeren, wegwerkers en politieagenten. In Asfaltreizen doet hij verslag van zijn odyssee langs tankstations, routiersrestaurants, seksontmoetingsplaatsen, hotels, golfbanen, autosloperijen. De snelweg wordt steeds netter, opgeruimder, aangeharkter, constateert Van den Boomen, de vervinexing van Nederland krijgt ook de snelweg in haar greep. Nog is er langs de snelwegen veel te zien, maar ga vooral snel zelf kijken. Want dit boek verandert langzaam van een reisgids in een geschiedenisboek. Zijn snelwegverhalen publiceerde Van den Boomen onder andere in NRC Handelsblad, Het Parool, Intermediair, AD Magazine en De Groene Amsterdammer.
Freelancejournalist Tijs van den Boomen (1960) is gespecialiseerd in de openbare ruimte, het domein dat zich uitstrekt van snelwegen tot begraafplaatsen, van jaren-vijftigwijken tot bedrijventerreinen, van landschappen tot parkeerplaatsen. Het gaat hem om de alledaagse plekken die tezamen Nederland vormen, de plekken waar je zonder toestemming van voorlichters of beveiligingsbeambten terechtkunt, kortom de plekken waar je burgerschap voldoet als entreebewijs.
Een bundeling van 6 verhalen over de snelweg, op verschillende schaalniveaus. Van alles op en rondom het knooppunt Kleinpolderplein tot en met de gehele E3, ooit de naam voor de snelweg van Finland naar Portugal. De stukken zijn eerder gepubliceerd in verschillende kranten en weekbladen. En zo lezen ze ook: veel sfeerindrukken en het kabbelt allemaal wat voort. Wandeljournalistiek. Geschreven door een beschouwer, geen deelnemer. Maar het ontbreekt aan een kop of staart. En ik mis de foto's die de krant er vrijwel zeker bij afgedrukt zou hebben. Nu, zo'n 15 jaar nadat de stukken voor het eerst werden gepubliceerd, lijken ze meer op jonge geschiedenisverhalen dan dat ze een actueel beeld geven. Het tankstation met supermarkt was toen een noviteit en volop in opkomst. Tegenwoordig zul je goed je best moeten doen als je een bloemkool wilt kopen bij de Shell. Hetzelfde geldt voor de kantoorlocaties. Toen trok elk zichzelf respecterend bedrijf naar de snelweg en wilde je je niet vestigen in het centrum van een stad. Nu zie je alweer een omgekeerde beweging ontstaan. In het laatste verhaal uit de e-boekversie zoomt hij in op de A4 en kiest hij voor een andere insteek. Minder wandelen langs de tankstations en rafelrandjes en meer duiding op verschillende vlakken: het economisch belang, de politieke route naar verlenging en de juridische hobbels die daarbij genomen moeten worden. Dat maakt dit verhaal voor mij meteen het sterkste van de zes. De andere verhalen zijn inderdaad beter op hun plek in een reportagereeks in de krant.