Sinds de Verlichting heet de wereld 'onttoverd' te zijn. Maar hoe nuchter we ook menen te zijn, de magie van woorden en beelden kleurt onze waarneming van de wereld nog steeds. Enerzijds is er de intellectuele betovering door woorden en ideeën, anderzijds de zintuiglijke, sensuele betovering door beelden. Dat levert twee indrukwekkende reeksen essays op, waarin Meeuse aan de hand van voorbeelden uit de literatuur, beeldende kunst en eigen observaties onderzoekt wat hem fascineert en hoe zijn waarneming daardoor beïnvloed wordt. Dat is waar het om draait in Betoveringen: de verandering van perceptie die woorden en beelden weten te bewerkstelligen. Of het nu gaat om een bijbelverhaal over een Babylonische koning of om de raadselachtige poëzie van Kees Ouwens, om een schilderij van Rogier van der Weyden of om de ideeën van Marcel Duchamp: ze zijn alle aanleiding tot geestrijke overwegingen en eigenzinnige speculaties.
Ik heb een haat-liefderelatie met essays. Wie denkt er in godsnaam "laat ik al mijn bedenkingen over een bepaald onderwerp op papier storten en hopelijk zal iemand dit willen lezen"? Zelfs als essayisten grondig onderzoek hebben gedaan, voelt veel van hun werk aan als een Twitterdraad van tien hoofdstukken. (Ik kijk nu naar zowel 'Over woke' van Bart De Wever als 'Ronduit' van Caroline Pauwels.)
En dan heb je werken zoals 'Betoveringen', waarin de schrijver op sommige hoofdstukken je ogen kan openen voor het onzichtbare in de wereld om je heen. Je merkt gewoon aan de manier waarop hij schrijft dat hij verliefd is op de literatuur en de kunst van het observeren, waarvan hij een meester is geworden. Wel spijtig dat hij zich soms verliest in nodeloze langdradigheid.