1e verhaal: Verstopt onder het ontbijtje
Over een vader dat allerlei rijkeluislekkerheden in huis had gehaald, zoals kaas, wijn en appels. Zijn zoon Valentijn ziet al dat lekkers staan en gaat er stiekem van eten. Daarna verstopt hij zich onder de tafel. Als zijn vader die tafel ziet roept hij dat de tafel er eerst zo netjes uitzag en nu niet meer. Valentijn denkt dat zijn vader boos is, maar dat is niet zo. Zijn vader roept verrukt dat de tafel nu perfect is en dat hij het precies zo gaat schilderen.
2e verhaal: Rock-'n-roll
Renske moet piano spelen op de verjaardag van haar demente opa. Dat doet ze elke jaar en dan speelt ze altijd een saai stukje van Chopin of Bach. Een stukje dat niemand eigenlijk leuk vind behalve de moeder van Renske. Dit jaar heeft ze helemaal geen zin om piano te spelen, maar ze moet van haar moeder. Ze besluit daarom een stukje voor te bereiden dat 'Rock arout the clock' heet. Ze had namelijk foto's gezien van haar opa en oma die op rock-'n-roll muziek aan het dansen waren. Toen Renkse dit pianostukje speelde op de verjaardag leefde haar opa helemaal op. Hij begon te stralen en mee te zingen. Zo hadden ze opa lang niet meer gezien. Normaal zit hij namelijk stil in zijn stoel. Na de verjaardag komt Renske elke dag een halfuurtje rock-'n-roll muziek voor opa spelen.
3e verhaal: Het veertje
De pelikaan vond een veertje in de vijver toen hij aan het drinken was. Hij ging alle vogels af om te vragen of het veertje misschien van een van hun was, maar dat was niet het geval. Hij bleef zoeken naar de eigenaar van het veertje tot de avond aanbrak. Hij legde het veertje onder zijn hoofd, zodat het niet weg zou waaien. De volgende dag werdt de pelikaan uitgeruster dan ooit wakker. Hij was zo gelukkig, want de nachten daarvoor had hij amper geslapen doordat hij alsmaar aan het piekeren was. De pelikaan vroeg zich af hoe het kwam dat hij dit keer zo lekker geslapen had. De gans zei dat het door het veertje kwam, maar de pelikaan wilde dat niet geloven. Totdat de pelikaan meer veertjes vond en steeds lekkerder sliep.
4e verhaal: Een echte Bicker
Gerard moet porteren voor meneer van der Helst. Ondertussen zit zijn vader hem steeds aanwijzingen te commanderen waar Gerard erg nerveus van wordt. Hij weet dat hij een echte Bicker is, maar dat hoeft zijn vader niet steeds te herhalen. De zweetdruppels lopen over zijn voorhoofd. Ook moet hij nodig naar het toilet. Na zijn bezoek daaraan komt hij terug in het atelier. De schilder had een kruk voor hem klaargezet en zijn vader weggestuurd. Hier was Gerard heel blij mee. Hij ging er goed voor zitten en hield de lange uren vol. Zes weken later keek hij trots naar het resultaat. Ook zijn vader en moeder waren verrukt over het portret.
5e verhaal: Lieve mama
Johannes moet een weekje bij zijn oom Theodoor en tante Ernestien logeren. Eigenlijk wilt hij liever nu gelijk naar huis. Bij oom Theodoor vind hij het niet zo erg, maar zijn tante wilt alles op haar manier hebben en als dat niet gebeurd, dan gaat ze gillen. Ook ziet ze alles. Oom Theodoor zei dat ze Argusogen heeft en vertelde daarbij een verhaaltje over de reus Argus die ogen over zijn hele lichaam had en die een boom voor een godin moest beschermen. Johannes vermaakt zich met het verhaal, maar in de nacht droomt hij er naar over. Volgens zijn oom en tante is een weekje niet zo lang en staat er hem een grote verrassing te wachten als hij thuis komt, maar Johannes wilt geen verrassing. Hij wilt veel liever nu gelijk naar huis toe gaan.
6e verhaal: Wie zoet is...
Hendrik en Margje moeten snel doen, want hun vader wilt het hele gezin schilderen. Hendrik doet super langzaam en daar ergert Margje zich aan. Als ze eindelijk op locatie aangekomen zijn, krijgt elk kind een plek aangewezen waar het moet staan. Elk kind krijgt ook hun eigen aanwijzingen hoe ze moeten staan en kijken. Margje krijgt een schoen in haar hand. Hendrik moet het gezicht trekken wat hij vorige week getrokken had toen hij erachter was gekomen dat Sinterklaas enkel de roe in zijn schoen gestopt had. Hun kleine nichtje mocht met haar nieuwe pop poseren.
7e verhaal: Hoe overleeft...het melkmeisje?
Tanneke poseert voor meneer Vermeer. Vermeer heeft een ontzettend gek ding meegenomen en Tanneke kan niet stoppen hier vragen over te stellen. Ook heeft Tanneke last van kriebels over haar hele lichaam waardoor ze niet goed stil kan blijven staan. Vermeer ergert zich hieraan en moppert continu of ze kan stoppen met praten en bewegen. Toch kan Tanneke hier niet mee ophouden. Ze heeft zoveel te doen nog ook. Ze ziet dat het bijna gaat regenen en de was hangt buiten op de bleek. Haar mevrouw zal woest worden als er modderspetters op de was terecht komt. Tanneke probeert weg te kunnen komen bij Vermeer. Hij zucht en besluit dat ze morgen verder gaan.
8e verhaal: Het laagste laatje
De broer van Pieter, Steven, wil meer. Hij wilt niet behoren tot de laagste klasse, het laagste laatje. Hij besluit daarom matroos te willen worden, maar hij slaat overboord en kan niet zwemmen. De dagen gaan voorbij en Pieter helpt zijn moeder bij haar werk. Hij besluit dan dat het laagste laatje helemaal niet zo erg is en dat als je hogerop wilt komen dat je dan dood gaat. Tot hij de paarden mag verzorgen in de stallen. Er is een paard dat Pieter Toren noemt, die heel speciaal is voor Pieter. Toren schrijft namelijk boodschappen met zijn neus in Pieter zijn hand en Pieter ziet de ogen van zijn broer Steven in de ogen van het paard. Dan komt Pieter erachter dat paarden tot de hoogste klasse behoren, omdat ze iets edels hebben.
9e verhaal: Koning Dunne Daan
Koning Daan is erg aan dun en wordt daarom Dunne Daan genoemd. Hij gaat erg gebukt onder de grapjes en wilt graag dikker worden. Hij weet alleen niet hoe. Zijn raadsheer plaatste daarom een oproep in de krant. Sterre reageerde dat ze de koning wel kon helpen. De raadsheer dacht dat het een grapje was, maar de koning was eigenwijs en nodigde haar toch uit. Een paar weken later stond er een foto in de krant van een prachtige volle koning samen met zijn verloofde Sterre. Sterre had kleding voor de koning geregeld waardoor hij voller leek. Hij werd vanaf dat moment Sterke Daan genoemd.
10e verhaal: Toch vind ik kleine beestjes lief
Heintje de walvis kijkt graag de naar de kleine beestjes op het strand. Ook ziet hij die kleine beestjes soms in het water op eilandjes voorbij komen. Op een dag kwam er weer zo'n eilandje langs. Iemand gooide een stok naar Heintje zijn moeder. Dat kietelde haar zo erg dat ze hard met haar staart bewoog en daardoor zonk het eilandje. De kleine beestjes kwamen in het water terecht en Heintje zag dat zo'n klein beestje moeite had met zwemmen. Hij nam hem daarom op zijn rug. Heintje was trots op zijn vondst en wilde hem houden, maar zijn moeder vond dat hij het beestje terug moest brengen naar het strand, dus dat deed Heintje.
11e verhaal: Bil en Wil en het schilderij van Gil
Gil geeft een schilderij uit zijn museum aan Bil en Wil. Die nemen het mee naar huis, maar ze weten niet waar ze het schilderij moeten hangen. Niet in de keuken, want dan krijgt Wil zin in kip. Ook niet in de slaapkamer, want dan wordt Wil bang door de dode kippen. Ook niet in de gang, want alles is donker in de gang en dan zouden ze de hele dag binnen blijven, omdat ze denken dat het buiten ook donker is. Ze hangen het tegenover de leunstoel, zodat al hun vrienden ernaar kunnen kijken. Maar dan bedenken Bil en Wil dat niet iedereen hun vriend is en wat nou als er mensen zijn die graag naar een schilderij van dode kippen willen kijken? Ze besluiten daarom het schilderij weer terug te geven aan Gil.
12e verhaal: Robin en Rembrandt
Robin gaat met zijn opa naar het museum om naar zijn oma te kijken. Zijn opa wijst hem zijn oma en opa aan op het schilderij. Ze zijn het niet echt, maar zijn opa vind het fijn om te denken dat zij het wel zijn. Het meisje op het schilderij lijkt ook echt op oma toen ze jonger was. Dan legt opa en Robin uit hoe hij het schilderij in kan. Robin moet goed focussen op het schilderij. Het lukt Robin en hij ziet zichzelf wegrennen voor de mannen, zodat hij niet omver getrapt wordt. Hij ruikt en hoort ook alles. Hij is niet bang, maar hij vind het juist gezellig.
13e verhaal: Dichtbij ver weg
Ik moet een kimono aan van meneer Breitner en gewoon een beetje op een bankje gaan hangen. Zo gaat hij mijn schilderen. Ondertussen moet ik kijken alsof ik dwars door de muur kijk. Ik ga daarom aan allerlei gekke dingen denken, zoals hoeden die ik maak. Hoeden die muziek kunnen maken of hoeden die zo groot zijn dat je niet nat wordt als het regent. Of ik denk aan een vliegende jas die ik aanheb en hoog in de lucht vlieg. Als ik naar beneden kijk zie ik mensen in kimono's. Van hun kimono's groeien vruchten die je kan eten en iedereen wilt dat ik zijn of haar vruchten proef. Dan verplaatst meneer Breitner mijn kimono een beetje. Hij zegt dat ik het goed doe.
14e verhaal: Een Eend-stuk
Willem heeft een appel getekend voor een opdracht van school. Hij krijgt daar de mooiste complimentjes over zijn tekening en hij verwachte dat thuis ook te krijgen. Maar hij krijgt alleen maar kritiek van zijn broer. Iets over schaduwen en over dat het geen verzinselen moeten zijn. Willem wordt boos en maakt een prop van zijn tekening. Dan ziet het waar zijn broer het over had in de prop. Hij ziet schaduwen en probeert die na de tekenen. Dit keer is zijn broer wel enthousiast. Willem wilt daarom zo snel mogelijk naar de appel om die opnieuw te schilderen, maar als hij daar komt is de appel weg. Hij ziet wel een eend en besluit die te gaan schilderen. Zes jaar later is Willem een echte eendenspecialist en heeft de mooiste schilderijen van eenden gemaakt. Maar helaas zijn deze schilderen niet erg populair en leeft Willem als een arme man.
15e verhaal: Heren van Stand
Heer De Graeff en zijn buurman zijn hun harten bij elkaar aan het luchten. Heer De Graeff zit in over zijn vrouw die door de stank steeds migraine heeft en ze nu een tijdje buiten de stad gaan. Hij ergert zich over hoeveel zijn vrouw en haar dienstmeid mee moeten nemen. Zijn buurman is vel tegen het idee dat er bomen worden geplaatst aan de Herengracht. Hij benoemd vele nadelen en roept heer de Graeff op om in opstand te komen.
16e verhaal: De kettinghond
Krul wist dat hij de zwaan moest verjagen, want het at het voer van de kippen op, maar zoiets goddelijks kon Krul niet wegjagen. Zwaan kwam elke dag, maar op een gegeven moment zag Krul alleen nog witte veertjes die hij zorgvuldig bewaarde in zijn hok zodat hij zwaan toch nog een beetje bij zich had. In het voorjaar werd Krul losgemaakt, want hij moest op de lammetjes letten. Tot hij een geur rook dat hij herkende en hij rende en zwom ernaartoe. Daar stond zwaan op de oever als een schitterende fee. Maar de zwaan moest niets van hem hebben en siste dat Krul weg moest gaan en zijn eigen soort moest gaan zoeken. Krul draaide zich om en begon terug te zwemmen totdat er opeens een tweede zwaan was. Ze twee zwanen wilde weten of Krul kon waken. Dat kon hij zeker. Hij mocht waken over de eieren van de zwanen.
17e verhaal: Ik wou dat ik Jan Steen was
De klas van meester Bas gaat naar het Rijksmuseum. Een groepje van zijn klas verwonderd zich over het schilderij van Jan Steen. Er is een gezin te zien en iedereen is het erover eens dat het eruit ziet alsof het heel gezellig was daar. Dan komt meester Bas bij hun groepje staan en verzucht dat hij graag Jan Steen had willen zijn. Daarna stelt hij hardop dat hij vind dat hij best op Jan Steen lijkt. Zijn kinderen zijn het hier duidelijk niet mee eens. Meester kan niet eens schilderen, maar meester Bas doelde ook niet op het schilderen. Jan Steen hield net als meester Bas van gezegdes.
18e verhaal: De Storm
Mijke moet met haar vader, moeder en broertje vluchten voor de storm. Ze pakken wat kleren en een kookpot en vertrekken naar hun boot die in de sloot achter hun huis staat. Ze zitten pas net in de boot en ze horen een hard geluid. De dijken zijn gebroken. Hoge golven stormen het dorp in en nemen het bootje van Mijke mee. Zij wordt, net als de rest van de familie, telkens tegen de bodem aangedrukt. De storm eindigt pas in de ochtend. Als Mijke om zich heen kijkt ziet ze overal wrakken van huizen, dode dieren en zelfs doden mensen. Ze vind het vreselijk om te zien, maar zij heeft het gelukkig wel overleefd en komt veilig in Dordrecht aan.
19e verhaal: Het bezoek
Freule haar baasje krijgt bezoek van een man die ook zijn hond heeft meegebracht. Freule wilt weten of Bor de hond luizen, vlooien of teken heeft en maakt meteen duidelijk dat ze daar niet gediend van is. Ook als de honden naar buiten worden gestuurd om hun behoefte te doen maakt Freule gelijk weer haar regels duidelijk. Bor vind het niet erg. Hij houd wel van een pittig teefje. Hij wilt graag spelen met Freule, maar ze kent helemaal geen spelletjes. Bor leert het haar. Ze hopen elkaar nog veel vaker te zien en Freule denkt dat dat wel gaat gebeuren.
20e verhaal: Meisje in het blauw
Jubelientje is samen met haar oma in het museum en ze verzinnen voor elk schilderij een naam. Plotseling heeft Jubelientje het gevoel alsof ze in het gaten wordt gehouden. Het is het meisje in de blauw jurk. Ze blijft Jubelientje volgen met haar ogen. Oma gelooft er niets van totdat het meisje ook oma volgt met haar ogen. Jubelientje vind het erg knap en wilt in haar oor fluisteren hoe onder de indruk ze van het meisje is, maar de wordt tegengehouden door de zaalwacht. Jubelientje loopt dan zonder haar blik van het meisje in het blauw af te halen de zaal uit. Als ze bijna de hoek om gaat ziet Jubelientje dat het meisje haar met haar veertje uitzwaait.
21e verhaal: Ezeltje rijden
Grijsje, Luna en Donkie hebben ieder een meisje op een rug zitten. Ze luisteren naar het verhaal dat een van de meisjes verteld. Het gaat over haar oom die naar Egypte geweest was. Grijsje zijn voorvader komt ook uit Egypte en hij verteld dat verhaal aan de andere twee ezels. Grijsje verteld dat zijn oom een zwangere vrouw moest dragen. Haar zoon kon later over water lopen en is een erg belangrijk in de mensenwereld. Donkie stoort hem telkens tijdens zijn verhaal en Grijsje irriteert zich hieraan. Luna probeert de twee af te leiden door ze te vertellen over de geluiden die van de zee af komen en dat de duinen dansen door de trillende lucht.
22e verhaal: Schoon
Nel heeft haar moeder geholpen met het huis schoonmaken. Nu zit ze op haar bedstee te wachten tot de vloer droog is. Haar hond Boef loopt gewoon over de vloer, maar dat mag eigenlijk niet. Nel moet nodig plassen. Ze probeert te wachten tot de vloer droog is, maar ze houd het echt niet meer. Ze moet zo nodig dat ze in haar broek plast en alles op de vloer terecht komt. Moeder is gelukkig niet boos.
23e verhaal: Blijf van het ijs!