Maud Vanhauwaert (net 27) volgde de opleidingen Woordkunst en Zakelijke Communicatie. Ze wankelt op de grens tussen het podium en de poëzie. In dit debuut haalt ze het speelplein onder de nagels van het kind vandaan, trekken in het felle licht van Sevilla pupillen zich samen, wordt u gevraagd om duiven van de straten te schrapen. Zo krijgt dat wat hard en voldongen is weer het plooibare van een vermoeden.
Dit is zo'n fijne bundel. Ik houd van de treffende observaties van Maud Vanhauwaert en bovendien staat een van de eerste gedichten waartoe ik mij innig ben gaan verhouden erin. Vanhauwaert veroorlooft zich een vrijheid die ik bewonder en benijd.
Eenvoudig raak soms, zoals:
er liepen twee vrouwen in een straat ze vonden elkaars schoenen lelijk
dat is het enige dat ooit tussen hen is gebeurd
ze kruisten elkaar keken naar elkaars schoenen vonden die lelijk
Maar ook patstellingen, contradicties en gelijktijdigheid weeft ze met een poëtische gelaagdheid tot betekenisvolle eigenaardigheden. In de geest van Connie Palmens poëtica die uitdaagt tot ver-zinnen verdicht ze het leven tot een verzameling alledaagse, maar desondanks waardevolle gebeurtenissen.
En het slotakkoord van een van de fijnste staaltjes poëzie die ik ooit heb gezien:
en hoe ik niet vergeet wat ik vergeten ben, meer nog dat wat ik vergeten ben, daaraan denk ik nog het meest
zoals aan wat mijn moeder bedoelde toen ik, nog zo dik als Afrika en mijn cavia nog mals, haar vroeg waarom vergeten geen 'ge' krijgt zoals geslapen, gegeten en gedanst en zij toen, terwijl ze de strijk opplooide mompelde alsof ze de woorden tussen mijn kleren schoof:
"Maud Vanhauwaert wankelt op de grens tussen het podium en de poëzie", valt te lezen op de achterflap van haar gedrukte poëziedebuut uit 2011. En dat klopt ook wel: Maud draait nu al een hele tijd mee in het poetry slam-gebeuren hoewel haar "slam" eerder literair cabaret is en ze niet de snelle 'battle' op zoekt. Haar ritme versnelt en vertraagt weer, is soms één ademteug en ze weet vooral haar klanken goed te kiezen én te 'brengen'. Op het podium zijn zowel haar tekst als haar lichaamstaal en haar stemgebruik belangrijk. Hoewel ze zelf beweert niet van 'taal' te houden omdat dat haar zou limiteren, is ze toch enorm talig, vooral verbaal dan ook, aangelegd.
In deze bundel Ik ben mogelijk zoekt ze nog naar zich zelf. Sommige gedichten zijn goed in het verwoorden maar zijn wat vrijblijvender, in andere laat ze je dieper meekijken in haar ziel. Ze formuleert soms prachtig bepaalde alledaagse dingen die we allemaal wel kunnen herkennen:
"de zee is regen, zij aan zij regen is de zee in regels
geknipt en wij
verlaten elkaar alleen door te blijven
zoals het strand verlaat wie weg van haar rijdt"
Het zoekende en misschien wat inconsistente in de bundel kan gemakkelijk van eender welke poëet gezegd worden. Heel wat gedichten zijn gewoon goed en hebben een terechte plek in deze bundel. Het volgende gedicht vind ik in ieder geval prachtig:
"leg je hoofd op deze regel wacht
mag ik je haar doen je borsten je getekende neus je uitgesproken lippen je kin die zich een val herinnert samen met je knieën vingers die in mij vertragen je voorhoofd nog niet ingevuld wangen zonder begin de buik die je hebt je benen een gebed je verlegen rug voeten waarin de zomer zwelt armen waarop de zomer afsloot met veel zonnige sproeten
je lacht"
Nu 8 jaar later kunnen de Antwerpenaren, of toch diegenen die van poëzie houden, trots zijn op deze dichteres die de fakkel heeft overgenomen van Maarten Inghels als stadsdichter. Haar poëzieprojecten en vooral ook 'installaties' zoeken het contact verder op met poëzieliefhebbers en tal van mogelijke doelgroepen. Haar tweede bundel 'Wij zijn evenwijdig' uit 2015 oogstte trouwens al veel meer lof bij de critici waaruit één van haar gedichten het schopte tot de 5 genomineerde gedichten voor de Herman De Coninck-prijs. Ook al gaat Peter Verhelst steeds met die prijzen lopen, mogen zijn mede-laureaten zeker niet onbenoemd blijven.
En dat wist Maud al toen ze deze bundel schreef:
"zoals alle mensen
heb ik de meeste prijzen op deze wereld niet gewonnen heb ik de meeste boeken niet gelezen er nog minder van geschreven heb ik de meeste kinderen niet gebaard de meeste mensen nooit ontmoet de meesten niet eens gekust
[...]toen ik, nog zo dik als Afrika en mijn cavia nog mals, haar vroeg waarom vergeten geen ‘ge’ krijgt zoals geslapen, gegeten en gedanst en zij toen, terwijl ze de strijk opplooide mompelde alsof ze de woorden tussen mijn kleren schoof:
sommige gedichten zijn haast versjes op een scheurkalender waar ik dan ook wel weer goed op ga. Bij andere gedichten maken de "grappige" zinnen het gedicht wat minder kwetsbaar, dat vind ik jammer. MAAR het einde, vooral het einde heeft zulke mooie gedichten ertussen zitten en zinnen als "ik probeer slecht nieuws door de perforator te halen" maken het wel weer goed. Ik leen de bundel nu, binnen een uur uitgelezen en MOET het kopen, dat, en het feit dat ik een recensie schrijf (doe ik nooit) zegt wel iets.
Maud Vanhauwaert (1984) is tekstperformer, schrijver en dichter. Voor haar eerste dichtbundel 'Ik ben mogelijk' kreeg zij in 2011 de Vrouw Debuut Prijs. Haar tweede bundel 'Wij zijn evenwijdig' uit 2014 werd bekroond met de Hugues C. Pernathprijs. Ze drong door tot de finale van het WK Poetry Slam in 2012, een jaar later won ze het Groot Dictee der Nederlandse Taal bij de prominenten. In 2014 werd ze finalist van het Leids Cabaret Festival en vorig jaar ontving ze De Coninck Publieksprijs 2015 voor het mooiste Vlaamse gedicht.
In 2016 startte de onvermoeibare Vanhauwaert met een avondvullende theatersolo genaamd 'Het is de moeite' waarmee ze theaters en culturele centra in Vlaanderen aandeed. De Vlaamse dichter is jong maar haar expertise en bijdragen aan de Vlaamse cultuur geven haar meer iets van een veteraan. Want bij bovengenoemde wapenfeiten blijft het niet. Vanhauwaert is kernredacteur van het literaire Nederlandstalige tijdschrift Dietsche Warande en Belfort (DW B) en werkt daarnaast als columnist voor de krant De Morgen. In 2018 en 2019 was ze stadsdichteres van Antwerpen. Daarenboven is zo ook nog dramadocent aan het conservatorium van Antwerpen.
Publiek en dichter onlosmakelijk verbonden
Deze zelfbewuste dichter wil de dichtkunst met het podium laten rijmen. Ze vindt de overdracht bij het voordragen van een gedicht een onlosmakelijk deel van het dichterschap. Ze begrijpt niet veel van dichters die hun teksten murmelend of rappend voor een publiek ophoesten zonder zich te verdiepen in hoe de boodschap die zij willen overbrengen ontvangen wordt. De ritmiek in haar vrije verzen verraden haar podiumervaring. Al jaren vertolkt ze met verve licht surreële gedichten op het podium. Versies van een gedicht worden eerst getoetst aan een publiek. De verdeling in strofen is variabel. De verdeling volgt op wat inhoudelijk wenselijk is. Ze heeft wel effectief witregels ingesloten; het juiste ogenblik voor ademruimte.
In haar gedichten verbeeldt ze op rake wijze wat er wringt aan de wereld der alledaagsheid door het een trieste of vervreemdende ondertoon te geven. Onverteerbare feiten worden vervolgens knarsetandend vermalen tot brokjes behapbare verbeelding, waarmee ze een alternatief biedt voor de lezer: ‘ik zit aan de keukentafel/ probeer slecht nieuws door de perforator te halen/ tot confetti’ Weifelend, maar onvermoeibaar snijdt ze vluchtwegen in onverteerbare materie. Vanhauwaert geeft een barmhartig en veerkrachtig antwoord op de rauwe werkelijkheid. Ze omsingelt het macabere en omhult het met verzachtende of relativerende woorden. Hierdoor wordt het onmogelijke mogelijk. Waar geen alternatief kan worden gevonden voor leed zet ze relativeringsvermogen in of biedt ze troost door er een mimetische beschrijving van te geven. Het lukt haar om treffende portretten van haar personages te maken. Het zijn herkenbare figuren die eenzaam zijn of iets missen dat hen de das om doet.
Haar eerste poëziebundels omvatten geen initiatiepoëzie. Haar gedichten zijn meer te duiden als een nostalgische reflectie op het verleden. Soms maakt ze gebruik van ogenschijnlijk willekeurige observatie: bakkers rollen deeg de dag in / een meeuw schijt zich uit tegen het raam / een vrouw verplaatst bloempotten / een man is in het buitenland. Daarmee zet ze de geest aan het werk. Samengeraapte anekdotes fungeren als mise-en-scène voor haar kernboodschap. Ze verleidt je daarbij in haar verhaal te stappen en komt dan ter zake, zo ook bij onderstaand gedicht zonder titel uit Ik ben mogelijk.
ik ben vergeten hoe het voelt om als kikker geschminkt te zijn hoe de verf in de zon opdroogt en kraakt als je lacht hoe ik dan bang werd
omdat ik dacht dat ik in een hele oude kikker veranderde
ik ben vergeten hoe het was om in de nek van mijn vader te zitten mijn handen op zijn hoofd te leggen alsof ìk hèm beschermde
ik ben vergeten wie er in mijn klas zat, wie de mooiste pennenzak had, wie ik het eerst wilde zoenen en wie mij ooit ‘zo dik als Afrika’ noemde
ik ben eens vergeten mijn cavia uit de zon te halen en toen ik terug in de tuin kwam lag hij daar, als een zwart geblakerd te lang gebakken stukje brood
ik ben vergeten wat ik toen dacht over de dood
ik ben zoveel namen vergeten. Ik ben de naam vergeten van de leidster op Jommekeskamp die elke dag perse mijn haar in een dotje wilde draaien
de naam van de man die na mijn val in de regen met de fiets, mijn hoofd heeft gehecht, vergeten waarom ik aan het haar van mijn zus trok
zo vaak dat ik haar aan een haarstukje hielp
ik ben vergeten waarom ik op een podium stond waarom zoveel mensen dezelfde richting opkeken en ik als enige, andersom
ik ben vergeten waarom ik als kind masturbeerde denkend aan een felbehaarde Jezus, met zijn uitstulpend kruis
ik ben vergeten wat de zigeunerin met haar zware beweeglijke wenkbrauwen als vervaarlijk koffiedik in mijn handen heeft gelezen. Mijn eigen toekomst ben ik vergeten. Ik ben vergeten hoeveel ik van je hield
ik had het nochtans in een boekje geschreven met mijn handtekening eronder
vergeten waar de kloven in je lippen zitten in de winter en hoe je slaapt of je in een bochtje lag, je knieën opgetrokken of uitgestrekt en wij dan om de laken vochten, hoe, in het felle licht van Sevilla onze pupillen zich samentrokken
maar ik ben niet vergeten wat ik vergeten ben, meer nog wat ik vergeten ben, daaraan denk ik nog het meest
zoals aan wat mijn moeder bedoelde toen ik (nog zo dik als Afrika en mijn cavia nog mals) haar vroeg waarom vergeten geen ‘ge’ krijgt, zoals geslapen, gegeten en gedanst en zij toen terwijl ze de strijk opplooide mompelde alsof ze de woorden tussen mijn kleren schoof:
vergeten wordt nooit voltooid
Maud Vanhauwaert Ik ben mogelijk Querido, Amsterdam / Antwerpen 2011
Eerste kennismaking met Maud Vanhauwaert. Poëzie blijft niet makkelijk voor mij om lezen, maar het blijft geweldig om af en toe pareltjes te ontdekken die plots zo kloppen!
Zoals deze op pagina 19:
zul je voorzichtig zijn ze moet het beloven maar zij en ik weten dat je niet naar links en rechts kunt kijken tegelijkertijd
ze houdt haar hand als een luifel schuin boven haar hoofd het is haar helmpje: ze belooft
kom je weer bij me na je reis ze glimlacht in een frons denkt aan de lijst van alles wat maar twee keer komt eb in een dag, de dood van een van ons
Citaat : ‘ze hoort mij niet / houdt zich zomertinten voor / waarbij ze een terras verzint’. bakkers rollen deeg de dag in/een meeuw schijt zich uit tegen het raam’/ Review : Maud Vanhauwaert studeerde af aan de Universiteit Antwerpen als master in de Taal- en Letterkunde. Daarnaast behaalde ze ook een masterdiploma aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. In 2012 eindigde Vanhauwaert als finalist van het Wereldkampioenschap Poetry slam in 2014 van het Leids Cabaret Festival. In 2013 won ze het Groot Dictee der Nederlandse Taal bij de prominenten. In het tv-programma Iedereen beroemd sloot ze een tijdlang wekelijks het programma af met een gedicht. In 2018 en 2019 is ze stadsdichteres van Antwerpen. De debuutbundel Ik ben mogelijk van Maud Verhauwaert, die zich eerder in de spotlights begaf als podiumdichteres gaf toch wel duidelijk aan dat deze begaafde woordkunstenares deze poëzie van de planken ook kon waar maken op papier. De poëzie uit deze bundel is zeker ‘jong’ te noemen maar dat Vanhauwaert jeugdige poëzie schrijft wil echter nog niet zeggen dat deze altijd ongepolijst, fris of verassend overkomt. De dichter straalt ook in haar schrijven een zekere maturiteit uit die je zeker niet verwacht van een lichtvoetige debutante. De gefragmenteerde gedichten verhullen zich vaak in – bewust – ongrammaticale maar alledaagse taal, als hersenspinsels met hier en daar een gedragen regel De bundel Ik ben mogelijk opent met de afdeling Verenigde straten. Maar laat dat geen beeld zijn voor mensen die het gezellig met elkaar hebben. Tristesse, hopeloosheid en eenzaamheid primeren en met rake beelden schetst ze portretten van allerlei figuren die hun plaats in het leven zoeken. Vanhauwaert schrijft ritmische poëzie: vrije verzen, dikwijls zonder interpunctie. De lengte van de versregels en de verdeling in strofen wisselen sterk. Ze laat die duidelijk afhangen van wat de inhoud haar dicteert. De afdeling Geschubd zenuwachtig pootje verrast in dat opzicht het meest. Het toont Vanhauwaerts ruime blik, want ze zwerft uit naar andere continenten en schuwt de pijnlijke ironie niet: ‘ de vrouw uit Bangladesh perst een kind op de wereld/ en hoopt dat het de gereïncarneerde ziel heeft van een/ Indische olifant. Tegelijkertijd heeft de olifant in India,/ stervende, totaal niet de ambitie ooit een kind te worden/ uit Bangladesh.’ Het is bijzonder hoe Maud Vanhauwaert mogelijkheden schept in haar poëzie: ze legt zich niet zomaar bij het bestaande neer, door de werkelijkheid op een filmische, scherp observerende manier in beeld te brengen.
Goed voor een debuut. Met elke bundel word ik een grotere fan.
"en hoe ik niet vergeet wat ik vergeten ben, meer nog dat wat ik vergeten ben, daaraan denk ik nog het meest
zoals aan wat mijn moeder bedoelde toen ik, nog zo dik als Afrika en mijn cavia nog mals, haar vroeg waarom vergeten geen 'ge' krijgt zoals geslapen, gegeten en gedanst en zij toen, terwijl ze de strijk opplooide mompelde alsof ze de woorden tussen mijn kleren schoof:
'en hoe ik niet vergeet wat ik vergeten ben, meer nog dat wat ik vergeten ben, daaraan denk ik nog het meest
zoals aan wat mij moeder bedoelde toen ik, nog zo dik als Afrika en mijn cavia nog mals, haar vroeg waarom vergeten geen ‘ge’ krijgt zoals geslapen, gegeten en gedanst en zij toen, terwijl ze de strijk opplooide mompelde alsof ze de woorden tussen mijn kleren schoof:
Zoals de meeste mensen / heb ik de meeste prijzen op deze wereld / nooit gewonnen / heb ik de meeste boeken niet gelezen / er nog minder van geschreven / heb ik de meeste kinderen nooit gebaard / de meeste mensen nooit ontmoet / de meesten niet eens gekust / dat stelt me voor vandaag gerust.
heb ik de meeste prijzen op deze wereld niet gewonnen heb ik de meeste boeken niet gelezen er nog minder van geschreven heb ik de meeste kinderen niet gebaard de meeste mensen nooit ontmoet de meesten niet eens gekust