Twee jonge mensen, Jo en Yolan, bevinden zich in een kleine kamer. Jo zit op een ramsvacht en zwijgt, al dagenlang. Yolan zet eten voor hem neer, legt een slaapzak om zijn schouders en wacht af. Wanneer de stilte aanhoudt en de weken verstrijken, roept ze in een lange litanie hun gezamenlijke geschiedenis op, om Jo, die bijna vrouw, dier, beeld is geworden, tot spreken op te wekken. Ze vertelt hem over hun leven in het vervallen landhuis in Frankrijk, over de 'nannies', gehoornde zoogdieren met een bijna mythische dimensie, die zij hoedden in de bossen, die ze geboren zagen worden en die stierven in hun armen. Net zoals ze nu orde schept met woorden, probeerde ze toen greep te krijgen op de natuur door tienduizenden keutels te drogen en met goud te beschilderen. In haar atelier maakte ze sculpturen van klei en dood dier. Vrijheid en behoud van waardigheid, wellust en androgynie zijn thema's in deze roman.
Mariët Meester is een Nederlands schrijfster. Ze groeide op in het Drentse gevangenisdorp Veenhuizen. Haar man is de fotograaf en videokunstenaar Jaap de Ruig.
Meester schrijft zowel fictie als non-fictie. Een belangrijk thema in haar eerste romans is de tegenstelling tussen cultuur en natuur, dood en leven, man en vrouw. Haar latere romans draaien om de dilemma’s die de mens ondervindt wanneer hij in moeilijke omstandigheden zijn medemenselijkheid probeert te bewaren.
Uit de non-fictie van de schrijfster blijkt dat ze veel gereisd heeft. Haar boek Sla een spijker in mijn hart is een verzameling van haar ervaringen sinds 1990 met Roma in Roemenië. En voor haar in 2012 uitgekomen boek De mythische oom verbleef ze in de Nederlands georiënteerde plaats Lynden in de VS, op zoek naar het levensverhaal van haar geëmigreerde oom Peter.