Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog dwingen twee doodsbange Wehrmachtsoldaten een Tsjechische boerin om hen met haar paard-en-wagen naar Wenen te brengen. Ze weten niet dat een dag eerder haar man door de Duitsers is vermoord. Zij vat het plan op om hem te wreken. De soldaten hebben niet in de gaten dat de vrouw rondjes rijdt door het bos, dat ze op haar duimpje kent. Ondertussen werkt ze stap voor stap haar plan uit. Maar heeft zij de moed de soldaten te doden? Of zullen zij haar om het leven brengen?
Koets naar Wenen verscheen in 1967 in het toenmalige communistische Tsjechoslowakije. Tijdens de Praagse Lente was zowel de novelle als de verfilming ervan een groot succes. Na de inval van de Warschaupacttroepen werden ze meteen verboden.
Jan Procházka (4 February 1929 – 20 February 1971) was a Czechoslovak writer, screenwriter and producer. He wrote films including Ucho, Fetters, Slasti Otce vlasti and On the Comet. Procházka was also involved in films such as A Report on the Party and the Guests and Diamonds of the Night.
Dat Procházka ook voor film en tv heeft gewerkt, valt op bij het lezen van "Koets naar Wenen" (1967): met een filmische spanningsopbouw volgen we Krista, een jonge Moravische weduwe die aan het einde van WOII verplicht wordt een zwaargewonde nazi met paard en kar naar Wenen te voeren, onder de bewaking van een jonge soldaat. Krista neemt op de rit een bijl mee om wraak te nemen; ze is namelijk van plan beide passagiers te doden om hen te straffen voor de executie van haar man, die enkele dagen ervoor werd opgehangen voor het stelen van wat cement. Voeg daar nog de menselijk omschreven omgeving (de bossen, het weer, ...) aan toe en je hebt een zeer sfeervolle novelle die traag opbouwt naar een verrassend einde.
"De menselijke taal heeft nu eenmaal maar enkele woorden die werkelijk betekenis hebben."
"Het leek alsof er nooit iets behalve hemel, aarde, mens en weg had bestaan."
"Na verloren oorlogen bezitten Duitsers een onverwacht talent en begrip voor vreemde talen."
"Hij wist dat hij niet bang hoefde te zijn voor de nacht noch voor de duisternis. Een mens hoeft alleen bang te zijn voor andere mensen."
"Alle landschappen waar een mens op zijn vlucht doorheen trekt, zijn weerzinwekkend en gerekt en doen denken aan een doodskist."
Krátké, ale koncentrované. Působivá knížka. Řadím k jednohubkám typu Waltariho "Cizinec přichází", "Hordubal", nebo třeba i sci-fi Můj nepřítel, které dokážou i na malém rozsahu rozehrát drama a donutit k přemýšlení.
Een 'eenvoudig' verhaal over een eenvoudige boerenvrouw die wraak wil nemen voor de moord op haar man door Duitse soldaten, bewerkstelligt in amper 128 pagina's een verpletterende confrontatie met al die aspecten van een oorlog die rechtstreeks met het kleine verhaal van mensen te maken hebben. Mensen die goed zijn of slecht, slechten die goed kunnen zijn en goeden die zich als beesten gedragen, arme schepsels die meestal noch het ene noch het andere zijn. Verrassende plotwendingen zorgen onverwacht voor hevige ontroering. Het verhaal werkt lang na en krijgt er zo een ster bij…
Huiveringwekkend wraakverhaal dat opvalt door de koele, bondige stijl en de filmische, lang nawerkende beelden. Tsjechische klassieker uit 1967, in een mooie genaaide editie met harde kaft.
‘Ze hadden de man van de landsvrouw opgehangen. Niet dat hij gevochten had tegen iemand.’ Het begint moeizaam. Schokkerig, met korte zinnen. Het zijn korte zinnen uit simpele woorden, waarin toch iets ongewoons de aandacht trekt. Waardoor je voelt dat er meer gaat komen, dat het loont door te lezen. Dus ze gaan op weg met de boerenwagen; twee soldaten en de landsvrouw, die een bijl meesmokkelt tussen een paar hooibundels en bidt tot God ‘om de kracht gerechtigheid te doen en niet week te worden.’ Dan zijn we nog maar net op weg, op de eerste bladzijd;, richting het bos dat het dorp omringde. Een van de twee soldaten wordt plotseling ‘Het kleine soldaatje’; een broekie, een melkmuil, een uitschraapsel, de ander wordt ‘de gewonde Duitser’: ‘een enkele keer duwde hij zich op zijn ellebogen over het schot, sloeg zijn hoofd naar achteren, rochelde en spuugde bloed. Zij voelde geen medelijden. In haar wereld was geen plaats voor gevoel.’ Soldaat-soldaatje doet aandoenlijke pogingen toenadering te zoeken, de landsvrouw gerust te stellen, terwijl zij, de weduwe, slecht minachting heeft voor zijn angst en zwakheid. Een dialoog is onmogelijk omdat ze elkaars taal niet spreken en de landsvrouw bovendien bewust verwarring sticht in de spaarzame zinnetjes die worden uitgewisseld. Soldaat-soldaatje blijft naïef zijn best doen terwijl de Duitser achterin ondanks zijn doodstrijd meer opmerkt, maar geen actieve rol meer kan en wil spelen. Al stervende is hij de toeschouwer bij het werkelijke drama (in de goede betekenis van dat woord) tussen landsvrouw en soldaat-soldaatje. Beide weten meer dan ze denken. Of weten niet wat ze voelen. Er is een dieper gevoel dat hen voortdrijft zonder dat ze dat beseffen, omdat ze zicht afschermen met een oppervlakkig denken, datgene wat ze denken te denken, denken te voelen, waarmee ze zichzelf overtuigen dat ze gaan doen wat ze van plan denken te zijn, terwijl dat diepere hen ergens anders heenvoert. Het drama wordt ons verteld door een alwetende verteller die slechts iets meer weet dan de landvrouw en soldaat-soldaatje. De verteller volgt hun gedachte (dat wat ze denken te denken) en vertelt ons dat, ietwat gefilterd, maar zonder interpretatie, tegen beter weten, zo lijkt het soms: ‘Met een hand greep ze zijn beide stokjes van armen vast en kneep zo stevig dat hi begon te kermen. Hij liet zijn hoofd zakken op haar borst, in de gleuf van haar kalm glooiende maar vieze boezem. Zijn ogen puilden uit hun kassen. Hij stamelde wat en plotseling was hij willoos en gedwee. Hun gestoei veroorzaakt door haar tegenstribbelen vatte hij verkeerdelijk op als plagerij en zelfs als een boerse uiting van haar genegenheid. Onderuitgezakt zat hij daar, hij gaf nog geen kik. Hij durfde het niet aan een onbeschaamde beweging of gewaagde toespeling te maken. Hij ademde door zijn mond door haar katoenen jurk. De puls van de lauwe mannelijke ademhaling drong door tot op de huid van de vrouw. Ze was blij dat ze het Duitsertje niet van nabij kende. En dat ze hem ging doden voordat twijfels de kop op konden steken.’ Naarmate de reis vordert worden de zinnen vloeiender, de gedachten complexer. Tegen het einde sluipt het schokkerige terug de zinnen in. Dan lijkt het alsof we weer op dezelfde plek zijn aangeland. Maar er is veel veranderd.
Tak tohle šlo od desíti k pěti. Na začátku surová dikce strohých vět. Síla v každé větě, až to vyznívalo jako báseň. A pak nad stylem převládla zápletka tak překombinovaná, až nad tím člověk kroutí hlavou jak na tenisovým hřišti. Podobnou potíž jsem měl, když jsem byl malý - vršil jsem ostře kostky na sebe, říkal jsem si, co se stane, když dám ještě tuhle, pak tuhle,co tahle, snese to?... a pak pád. Dikce se ještě občas vynořila v nahodilých chvílích, ale už postrádala onu sílu. Jednoduše jestli chtěl Procházka postihnout, jak proměnlivá byla situace, události o povahy lidí na konci války, tak se mu to podařilo, jen jaksi - bylo toho moc.
Een boerenkar, getrokken door twee paarden, rijdt door het bos. Aan de leidsels een Tsjechische vrouw, een weduwe, haar man is de dag ervoor omgebracht door de Duitsers. Zij hebben de oorlog allang verloren en proberen de oprukkende Russen voor te blijven. Twee andere Duitsers hebben de vrouw die ochtend gesommeerd hen met haar wagen naar huis te rijden, door de bossen richting Wenen. De vrouw zint op wraak en neemt in het geheim een bijl mee. Ze laat de wagen eindeloos rondjes rijden door het bos, zonder dat de twee Duitse soldaten het merken... Lees de rest van mijn bespreking hier
Silný příběh na relativně málo stranách. Odehrává se během války. Selka Krista přišla o muže, Němci ho bez udání důvodu pověsili. V momentě, kdy se u ní objeví mladý voják a žádá ji o odvoz do Vídně, ví, že právě na něm se pomstí. A tak spolu jedou dvě rozdílné osoby – zhrzená žena a nevinný voják – hlubokými lesy. Dojedou do Vídně?
Tuhle knihu jsem četla už v létě 2015, a tak si vlastně úplně nepamatuji každý detail. Vzpomínám ale dodnes na spád, který příběh měl, na mrazení, které vyvolával. Jen se pak ta cesta lesem až moc zamotala. Možná by bývalo lepší, kdyby byl příběh “průhledný”, jak si čtenář na začátku myslel. I tak by to totiž bylo mistrovské dílo.
Dit is meer een novelle dan een roman (ik las het binnen een uur uit),maar wel zeer de moeite waard. Ik ga de plot niet verklappen, dat zou zonde zijn. Het speelt begin mei 1945, als de oorlog eigenlijk al afgelopen is. Het boek is in Tsjecho-Slowakije verbden geweest door de communistische regering,omdat het de Duitsers te sympathiek afschilderde en de partizanen juist andersom.