Deze eerste Pure Fantasy Jaarbundel staat bol van (25) fantastische verhalen van bekende - Peter Schaap, Tais Teng en Jaap Boekestein - en onbekende auteurs uit Nederland en België; een compilatie van de beste verhalen uit het eerst PF-jaar, aangevuld met nieuw materiaal. Bij uitzondering - het magazine is uitsluitend een springplank voor Nederlandstalig talent - biedt deze bundel ook nooit eerder vertaald werk van enkele buitenlandse grootheden - Bruce Holland Rogers, Christopher Stires, Lou Anders en Douglas Smith - die overzees de ene na de andere award - waaronder de Nebula en de World Fantasy Award - in de wacht slepen.
Alex de Jong werd geboren als oudste zoon in een gezin dat uiteindelijk vier kinderen zou bevatten. Hij groeide op in het Friese Kollum. Vanaf het moment dat hij een pen vast kon houden, 'schreef' hij al. Zelfs toen het abc voor hem nog een onverklaarbaar wonder was, krabbelde hij er als een lieve lust op los. Schrijven is dan ook even onlosmakelijk met hem verbonden als ademen en eten en drinken om in leven te blijven.
Dat hij, met zijn schrijfaspiraties, schrijver zou worden, wist hij al vanaf zijn zesde levensjaar. Schoolonderzoeken waren aan hem niet besteed. Hij wilde verhalen schrijven. Thrillerachtige korte verhalen, westerns, SF en detectives, hij schreef het allemaal. Zijn Nederlandse boekenlijst besloot hij zelfs principieel niet te gaan lezen omdat hij het oneens was met de regel dat er slechts literatuur op voor mocht komen. Een klasgenoot besloot zelfs zijn korte verhalenbundel ‘De dood is levend’ op zijn boekenlijst te plaatsen. Het leverde huize De Jong een telefoontje op van de docent die, toen hij moeder te spreken kreeg, zich afvroeg waar hij de verhalenbundel van haar zoon kon vinden. ‘In de bibliotheek, wellicht?’ zo vroeg de docent zich af. ‘Ik denk eerder in zijn kast’, was het laconieke antwoord van zijn moeder.
Ondanks weinig hoopgevende afwijzingen van uitgevers in zijn tienerjaren (met zinsneden als ‘uw stijl past niet in ons fonds’ en ‘probeert u het op een later stadium nog maar eens’), wist Alex dat hij schrijvend zijn brood wilde verdienen. De stap naar de journalistiek leek een logische keuze. Een en ander werd hem overigens pas zonneklaar toen hij op de achterflap van een thrilleromnibus las dat de desbetreffende auteur via diverse journalistieke loopbanen, uiteindelijk schrijver was geworden. ‘Blijkbaar moet ik eerst de journalistiek in voordat ik een goed schrijver kan worden’, zo redeneerde hij.
Van 1989 tot en met 1999 werkte Alex als freelance journalist voor diverse kranten, opinie, vakbladen, sponsored magazines en het bedrijfsleven. Toen hij ‘vanwege de rust en het vaste inkomen’ een baan als vakredacteur aanvaardde, kon er op ATV-dagen, avonden en weekenden eindelijk naar hartelust creatief worden geschreven. Het resultaat is de aanzet tot een omvangrijke wereld Santorian: De Santoriaanse Kronieken, waarvan ‘De raad van zeven’, het eerste deel is. Inmiddels werkt Alex, getrouwd met Eva en vader van twee zonen (Daniël en Bas), al volop vanuit zijn ‘kasteel’ in Kampen aan het vervolg van ‘De Raad van Zeven’, dat als titel ‘De Monniken des Doods’ heeft meegekregen.
Daarnaast is hij begonnen aan een reeks op zichzelf staande verhalen over Sylvestre Curare, een detective in fantasysetting, en schrijft hij korte fantasyverhalen die onder de naam ‘Santoriaanse Vertellingen’ in boekvorm zullen verschijnen.
3,5 sterren. Ik vond niet elk verhaal in deze bundel even goed (dat is ook niet te verwachten), en voor mijn smaak stond er iets te veel fantasy in en iets te weinig SF, maar er waren genoeg verhalen die ik verrassend en goed geschreven vond om toch vier sterren te geven. De alternatieve geschiedenis-verhalen van Tais Teng bijvoorbeeld, met een sprookjesachtige sfeer. Jaap Boekesteins verhaal 'Achter de muur van duisternis' was een onderhoudende 'sword and sorcery', met drie innemende dames als hoofdpersonen. 'Beheers de menigte' van Lou Anders was een mooi SF-verhaal, met een beklemmende wereld en een goede ontknoping. Ik wist niet dat Peter Schaap ook SF schreef, ik zag hem meer als fantasyauteur, maar zijn verhaal 'De zesde poort' wist me zeker te bekoren, vooral de fascinerende beschrijving van een vreemde wereld. Absoluut fantastisch en de prijs van de bundel waard (vooral omdat deze via de uitgever op dit moment heel goedkoop te verkrijgen is), was het laatste verhaal: 'Liefde' van Mark Bartels. Een originele wereld, met een heel sympathieke, ogenschijnlijk simpele hoofdpersoon, Jaim. Er zaten een paar verrassende wendingen in het plot en het slot deed me glimlachen. Ik heb ervan genoten! Het verhaal van Thomas Oldeheuvelt was okee, maar iets te zelfbewust moeilijk gemaakt voor mij - aardige metafoor van de vogel en de krokodil, maar geen slot dat mijn maag deed omdraaien. Een paar sterke horrorverhalen ('In het rijk der dromen' was fantasievol, en 'Bartollini's beste' was gruwelijk, al was het einde niet zo verrassend. 'Weggedood' was ook aardig) maken dit een bundel die ook voor horrorliefhebbers heel geschikt is. Ik was zelf niet echt gecharmeerd van de eerste twee verhalen, dus het duurde even voor ik echt enthousiast werd. Maar uiteindelijk ben ik blij dat ik de bundel heb gelezen. Het blijft jammer dat aan Pure Fantasy een einde is gekomen en van een paar schrijvers uit deze bundel vraag ik me af of ze niet verder zijn gegaan met schrijven, en wat ze nu doen, omdat ik nog niet eerder iets van ze had gelezen. Ik ga de andere Pure-Fantasycollecties zeker ook lezen!