Meer nog dan schrijver was Boudewijn Büch fan van schrijvers. Van hen vond hij de dood minstens even belangrijk als het leven, en de parafernalia minstens even belangrijk als het werk. In ‘Zingende botten’ gaat Büch op zoek naar wat die plekken en dingen hem vertellen over vier schrijvers: Rimbaud, Plath, Achterberg en Novalis.
Ironisch genoeg gaan de essays er van uit dat de literatuur zelf onsterfelijk is. In dit digitale tijdperk blijft Büchs para-literatuur echter verweesd achter. En wordt er, op die manier, opmerkelijker door. Kortom, een interessant object voor verzamelaars van Büch-parafernalia.