In dit moderne leerdicht wordt onderzocht waar het denken begint. In het lichaam? Of in de taal? Onderzoekende, gelaagde en toegankelijke verzen over ouder worden, de liefde en vergankelijkheid.
Met deze variant op het aloude leerdicht onderzoekt Piet Gerbrandy in verzen en prozagedichten de (on)kenbaarheid van het zelf en het raadsel van het lichaam ten opzichte van de ziel. Of het nu gaat om de liefde, de vergankelijkheid van het lichaam, de stand van de natuur of de evolutie, dit werk poogt het hele zijn te omvatten. Gerbrandy toont zich opnieuw een groot beschouwer, die in stuwende taal laat zien dat de mens in al zijn vergankelijkheid een wonderlijk wezen is.
Piet Gerbrandy (1958) studeerde van 1976 tot 1984 klassieke talen en vergelijkende indo-europese taalwetenschap in Leiden. Tijdens en na zijn studie gaf hij ruim twintig jaar les in het voortgezet onderwijs. Hij werkte mee aan enkele schoolboeken ten behoeve van het eindexamen Grieks. Voorts publiceerde hij enkele dichtbundels en drie bundelingen met essays over met name Nederlandstalige poëzie en Griekse en Latijnse literatuur. Hij vertaalde Quintilianus’ De opleiding tot redenaar uit het Latijn. Gerbrandy is poëziecriticus bij de Volkskrant en schijft voor De Groene Amsterdammer.
Aan de UVA doceert hij sinds 2006 Klassiek en Middeleeuws Latijn, zowel taalverwerving als letterkunde. In het collegejaar 2010-2011 is hij als gastprofessor verbonden aan de Universiteit van Gent.
Bijzondere dichtbundel, een 'variant op het leerdicht' zegt de achterflap. De dichter kan niet slapen en gaat zijn verschillende lichaamsdelen langs om ze tot rust te brengen. Ondertussen beschrijft hij zichzelf en de wereld waarin hij leeft. Lichaam en ziel zijn nauw verbonden. De dichter blijkt een gulzig mens, qua kennis, qua voedsel en drank en in de liefde ('Want bij elke duistere driesprong / koos je naar eer geweten en verlangen'.
In sommige opzichten is dit eenvoudige 'parlando' poëzie:
Wie ben jij -- ben jij wat zich hier voltrekt als constellatie van ondeelbare deeltjes die zich niet vangen laten dan als kracht? ... Of woon jij in de ogen en het weten van allen die zich ooit met jou verstaan?
Tegelijkertijd is het vaak behoorlijk intellectueel. De tekst staat bijvoorbeeld vol verwijzingen naar de klassieken en andere literatuur, en ook enige medische / biologische kennis is noodzakelijk om te begrijpen wat wordt bedoeld. Bovendien staat onderaan elke bladzijde een literatuurverwijzing, vaak naar een klassieke tekst, de Bijbel, een kerkvader, een enkele keer naar iets recenters. Over deze verwijzingen schrijft Gerbrandy zelf '[Ze] zijn uitsluitend bedoeld om indruk te maken. Voor de interpretatie van het gedicht hebben ze geen enkele relevantie.' Maar over hoe wij een gedicht interpreteren heeft de schrijver niets te zeggen.
Een intrigerende bundel die ik wil proberen het komende jaar een paar maal te herlezen.