In Juli voert Aya Sabi een 55-jarige dramaturge ten tonele op een snikhete dag in Brussel. Terwijl de temperatuur stijgt vervaagt steeds meer de grens tussen wat Martine opschrijft in haar notitieboekje en wat er in haar leven gebeurt.
Aya Sabi (1995) is schrijver. In 2020 werd ze door NRC benoemd tot een van de literaire talenten van het jaar. Haar debuutroman Half leven werd genomineerd voor de Confituur Boekhandelsprijs, de Hebban Debuutprijs en de Opzij Literatuurprijs en won de PrixFintro Publieksprijs. In 2024 ontving Sabi de Jonge Veer en de Ultima voor Opkomend Talent.
‘Ze schreef al haar gedachten op en ze raakte niet veel mannen meer aan. Ze kocht een schriftje en daarna nog een en nog een, nu heeft ze tweeënveertig schriftjes in een carrière die meer dan dertig jaar duurde.’
Toegegeven: het is augustus. Maar Aya Sabi is een groot talent en een verhaal dat alleen waarde heeft in een bepaalde maand is het papier niet waard. Vandaar deze recensie van Sabi’s novelle, die het juli-deel van de maandenreeks van Das Mag vertegenwoordigt. In Juli volgen we de 55-jarige, in de overgang verkerende dramaturge Martine Oudesteeg, die op een ‘snikhete’, ‘ondraaglijke’ zomerdag (24 graden Celsius) in Brussel een andere levenshouding leert aannemen.
Blijkbaar passend bij de zomer, heeft Sabi in Juli een veel luchtiger toon aangeslagen dan in haar fantastische proza-debuut Half leven. Dat is even wennen. Sowieso zijn de eerste pagina’s van de novelle zwak. Iedere schrijver herkent wel dat je je soms in een verhaal moet schrijven, dat het even duurt voordat je de juiste toon hebt gevonden. Maar het lijkt wel of in Juli deze warming-up niet geschrapt is. Met, naar mijn smaak, flauwe humor en niet ter zake doende terzijdes zijn we pagina’s lang bezig met het ochtendritueel van Martine, terwijl het verhaal maar 65 pagina’s telt. Sabi zit ook helemaal nog niet in het hoofd van haar personage, wat wel blijkt uit een zin als deze: ‘Wat een enorm adaptievermogen heeft ons lichaam, denkt ze, dit in tegenstelling tot ons uiterst koppig onderbewustzijn.’ Wie dit weleens, zo, denkt, mag de hand opsteken.
Gelukkig herpakt Sabi zich grotendeels vanaf het moment dat Martine haar appartement verlaat. Martine is een workaholic, nu eens een keer een vrouwelijke. Ze gaat helemaal op in haar baan als dramaturge bij het Brussels theater. Ze mag lekker teksten schrijven en kritiek leveren op andere teksten en meer wil ze niet. Na als roodharig kind vreselijk gepest te zijn, en als jongvolwassene plots gezien als exotisch lustobject, is ze nu als vrouw van middelbare leeftijd eindelijk waar ze zijn wil: alleenstaand en werkend bij haar grote liefde, het theater. Al kun je je afvragen of ze zichzelf niet wijsmaakt dat ze is waar ze zijn wil:
Martine zegt dat ze graag op zichzelf is en dat klopt ook tot op zekere hoogte, maar ze vindt het vooral moeilijk om in het gezelschap van anderen zichzelf te zijn. Ze vindt het moeilijk om de act vol te houden.
Vandaar ook dat Martine in haar notitieboekje fictieve toneeldialogen schrijft tussen bestaande mensen in haar leven en zichzelf. Daarin zegt ze wél wat ze denkt, en schrijft ze op wat daaruit zou volgen: ontslag. Dat zou best eens kunnen. Martine is met haar latente racisme en onderdrukt superioriteitsgevoel niet per se iemand om van te houden. Over de huidige tijd doet ze prikkelende uitspraken, waarbij volstrekt onduidelijk is of Sabi nu de draak steekt met haar personage, of dat ze haar als spreekbuis inzet:
Ik heb zelf geen kinderen maar ik heb gezien hoe er steeds een nieuwe lichting van jeugd was, aan wie ik workshops gaf en voor wie ik theater probeerde te maken, al moet ik toegeven dat ze niet meer kwamen omdat zij ons niet begrepen, maar evengoed snapten wij ook niets van hen. Jonge mensjes die steeds beter leerden hun grenzen te bewaken, hun identiteiten meerlagig en meerstemmig op de kaart te zetten en toch waren het de grootste sukkels van wie de fragiele egootjes beschermd moesten worden voor de meest onschuldige grappen. We hebben de religie – iedereen gelooft in God – vervangen door deze doorgedreven identiteitsontwikkeling – iedereen gelooft in zichzelf.
Sabi (1995) toont hiermee nogmaals aan dat ze een schrijver is om in de gaten te houden. Waar veel van haar generatiegenoten de fictie gebruiken om hun eigen maatschappelijke standpunten zo expliciet mogelijk naar voren te brengen, durft Sabi de ambiguïteit toe te laten. Daarmee is ze een echte verteller, in plaats van een zender. Zo voelt Juli vooral aan als een zoethouder tot Sabi weer met een groter, nauwkeuriger uitgewerkt verhaal komt.
‘Is dat niet het allergrootste lijden van onze menselijke soort? Niet de ander maar de ik, wie we ons verbeeldden toen we zeven waren. Dat is de grootste controverse in een wereld die steeds meer bepaald wordt door identiteit, een even uitgehold en verouderd begrip als ras, maar omdat we er zo in zwemmen, in verdrinken, blijft het zo noodzakelijk als water voor de vis. Eerst waren het de grote oorlogen over ras en religie die de wereld overspanden, nu zijn het de veldslagen der botsende genders en kleuren die binnen de stadsmuren en binnen mensen worden uitgevochten. …’- no one does it like Aya Sabi
Van de ene dag op de andere hield iedereen van me en ik wantrouwde ze evenveel als de kinderen die meteen besloten hadden dat ze me zouden haten, want ze wisten allemaal niets over me. (68)
Vorig jaar las ik ‘Verkruimeld land’, de kortverhalenbundel waar Aya Sabi in 2017 mee debuteerde. Hier en daar kon dit debuut nog wat schaafwerk gebruiken, noteerde ik, maar over het algemeen vond ik het bijzonder veelbelovend en liet de auteur zich opmerken door haar poëtische taalgebruik en een zeer authentieke stijl. Helaas blijft van dat alles hier maar weinig over. Dit lijkt de zoveelste haastklus in die reeks over de maanden van Das Mag. Misschien komt het omdat ik net een aantal boeken van taalvirtuozen achter de kiezen heb (Colum McCann, Pfeijffer, Barnard, …), maar wat is de taal in dit boekje vaak onelegant. (‘Natuurlijk is Gen Z vergeten dat de aarde exorbitante temperaturen gekend heeft die het uitsterven van dinosauriërs met metersdikke pantserhuiden hebben ingezet.’ (p.18) Of: ‘De andere druppels die meteen uit haar rossige haar op de mat vallen makken natte plekken die gauw weer opdrogen weldra weer opgedroogd zijn.’ (p.23)) En zo vallen er op elke pagina wel wat slordigheden of tenenkrommende grammaticale constructies te ontdekken. Maar dat is niet eens het ergste. Wat het debuut van Aya Sabi zo charmant maakte, is dat de verbeelding er aan de macht was. Hier heeft ze de neiging alles uit te leggen. En een verhaal wordt meestal ook niet beter door er af en toe wat al te opzichtige verwijzingen naar actuele thema’s bij te sleuren. Zonde, want deze schrijfster heeft volgens mij veel meer in haar mars.
Martine is een vijfenvijftigjarige dramaturge die in Brussel woont en haar tijd, ook haar vrije tijd, spendeert met haar job, vaak zelfs onbetaald. Op een hete julidag, staat ze op het punt met haar bazin Lien af te spreken op een terras. Maar zowel de stijgende temperatuur als haar innerlijke strijd en te levendige fantasie zorgen voor de verhitting. De rusteloosheid volgt en haar langzaam opgebouwde leven achter het toneel belooft in te storten.
Deze keer mag Aya Sabi de teugels in handen nemen voor haar verhaal in de Maanden-cyclus. Aya Sabi is een Belgische schrijfster en columniste die enkele jaren geleden debuteerde met haar boek 'Half Leven' (na dit verhaal te hebben gelezen wil ik haar debuut dan ook wat hoger op mijn leeslijst zetten! Het staat alvast al in mijn kast dus dat is al een goede zaak).
In dit kortverhaal brengt ze een vrouw naar voren die struikelt over haar eigen doordenkerij en daardoor spoken ziet. Maar wanneer zijn spoken ook echt? Je voelt mee met de vrouw, je kent haar strijd en begrijpt ook dat het nakende ontslag waarover gewag gemaakt wordt in dit verhaal een grote rol zal spelen in haar toekomst, vooral ook op haar leeftijd. Tussen de lijnen door merk je een angst maar ook een gelatenheid van Martine uit.
Dit is alvast één van mijn favorieten uit deze reeks tot nu toe.
Eén van de mooiste zinnen in dit verhaal gaat over het leven in een appartement, terwijl het buiten zinderend heet is...
"De betonmuren van de op elkaar gestapelde appartementen laten de warmte binnen maar niet buiten, ze zijn gebouwd voor de West-Europese winters en niet voor de zomers in een grote stad waar de gemiddelde temperatuur even hard stijgt als het bevolkingsaantal, en waar seizoenen steeds meer in elkaar overlopen."
Daar is juli, daar is het nieuwe @dasmag boekje. Aya Sabi bezorgt ons een mooi tussendoortje dat zich heel makkelijk laat lezen, maar met een misschien ietwat voorspelbare afloop. Dat hoeft op zich niet erg te zijn, want de manier waarop het verhaal verteld wordt, is heel meeslepend.
De korte inhoud vertelt genoeg: "In Juli voert Ava Sabi een 55-jarige dramaturge ten tonele op een snikchete dag in Brussel. Terwijl de temperatuur stigt ziet Martine haar zorgvuldig opgebouwde leven achter de coulissen wegsmelten."
Aangename lectuur, perfect voor op het strand of in de tuin of onderweg.
Martine woont in Brussel. Aya Sabi beschrijft een bloedhete julidag uit het leven van deze dramaturge. Ze staat op een draaipunt in haar carrière. Aardig boekje, maar deze maand editie van Das Mag is deze keer wel erg klein uitgevallen.
In één zitting uitgelezen, het eerste De Maanden boekje wat ik écht goed vond. (Ben begonnen bij Januari, volgens mij is December er ook een om naar uit te kijken.)
Erg tof. Ik had best hoge verwachtingen van het werk van Aya Sabi, dus blij dat die zijn uitgekomen bij deze novelle. Voor de mensen die het ook hebben gelezen: moest erg lachen om het einde.
Wat ik leuk vond aan dit boek is dat de hoofdpersoon in de theaterwereld werkt. Ze leeft in een wereld waar de grens tussen werkelijkheid en fantasie vervaagt.
Maar ik had weinig sympathie voor haar. Haar gedachten vond ik vaak irritant en te pretentieus.
De beklemmende, broeierige sfeer en de hitte als metafoor voor haar onrust vond ik wel sterk.