‘De Komedianten’, een roman geschreven tijdens de Eerste Wereldoorlog, roept met ongekend evocatieve kracht Rome voor ons op. Jeruzalem is gevallen en verwoest, de Germanen zijn voorlopig gepacificeerd. Rome waant zich in de voorzomer van zijn glans en macht. Toch vallen ongemerkt de schaduwen langer; de herfst kondigt zich aan … Door de ogen van zijn twee ‘ondeugende bengels’, zoals Couperus zich in een brief uitdrukt, Cecilius en Cecilianus, deel uitmakend van een rondreizend toneelgezelschap, voert Couperus de lezer door een Rome met zijn nauwe steegjes en brede pleinen, met zijn tafelschuimers en retoren, met zijn parasieten en deftige hovelingen, met op de achtergrond de tiran, keizer Domitianus.
Louis Marie-Anne Couperus (June 10, 1863 – July 16, 1923) was a Dutch novelist and poet of the late 19th and early 20th century. He is usually considered one of the foremost figures in Dutch literature.
Je ruikt de taveerne van Egyptenaar Nilus in de Suburra, voelt de zon branden in het Theater van Pompeius, je ervaart de waanzinnige achterdocht in het Dominitiaanse Rome. En wie houdt niet van de broertjes Komedianten, met hun rechtopstaande adderkopjes
Las goed weg, interessante personages, komische dialogen, boeiende setting. Haïti heeft veel rijkdom voor degene die het zien. Als de mens er maar niet zo'n rommeltje van maakt.
Couperus neemt de lezer mee ín het Rome van de 1ste eeuw waar het hem lukt om met een kunstige schrijfstijl op de gebeurtenissen te blikken vanuit het antieke wereldbeeld. De flinterdunne verhaallijn blijft toch boeien door de karakterisering van de personages en hun kleine intriges.