Petje af voor de slagerszoon
Met ‘Een slagerszoon met een brilletje’ zet schrijver Tom Lanoye de romanwereld op zijn kop. De Sint-Niklazenaar laat de traditionele volgorde van kop en staart voor wat ze zijn, maar schiet vooruit en terug naar believen. Hij gebruikt de werkelijkheid, zíjn werkelijkheid, op een ongeziene en literair-hoogstaande manier. Het eerste deel van de Wase-trilogie is meteen het begin van een uitgebreide, maar uiterst interessante kennismaking met één van Vlaanderens fantasierijkste romanciers.
Om te beginnen is ‘Een slagerszoon met een brilletje’ geen doorlopend verhaal. Het bestaat uit vier kortere, amusante verhaaltjes. Daarmee scheurt dit boek zich los van het idee over de traditionele romans. Het leest daardoor vlotter, wordt niet langdradig en blijft de lezer, pagina na pagina, boeien. We maken eerst kennis met de moeder van Lanoye, enkele dagen voor zijn geboorte, die bezoek krijgt van een voorvader. Hij komt haar waarschuwen voor de toekomst van haar zoon, voor een slagerszoon met een brilletje. Daarna leren we Jules en Alice kennen. Er wordt verteld over hun huwelijk, hun relatie, hun ruzies en hun -ietwat bizarre- einde. Het derde verhaal gaat over een man die alle boeken ter wereld heeft gelezen, behalve één. Al snel blijkt dat hij dit zich zal beklagen. Afsluiten doet Lanoye waarmee hij begonnen is, namelijk zichzelf. Hij vertelt in het vierde en laatste verhaal over zijn relatie met zijn oudere broer, Guy. De laatste pagina’s van deze roman tonen ons een passage van een gefrustreerde slagerszoon met zijn brilletje.
Deze verhalenbundel is het begin van een driedelige boekenreeks over Lanoye zelf. Alle drie spelen ze zich af in en rond Sint-Niklaas en maken we als lezer kennis met de schrijver en zijn naasten. Het is een zeer goede opener en voorbereiding op de twee volgende romans. Het is een kort, vermakelijk boek, geschreven in een vlotte schrijfstijl. Er staat geen woord te veel en het leest als een trein. In de drie boeken komen vaak dezelfde, autobiografische fragmenten en details terug, die de lezer het gevoel geeft dat hij één lang verhaal aan het lezen is.
Ook is een grote troef aan dit verhaal, de fantasie waarmee het geschreven is. De vier verhalen gaan over compleet absurde en ongeloofwaardige situaties. Toch heb je als lezer het gevoel dat hetgeen wat je leest, volledig reëel is en stel je jezelf geen vragen. Lanoye kan je volledige nonsens wijsmaken. In tegenstelling tot andere schrijvers komt hij daar wel mee weg.
Ten laatste blijft Tom Lanoye’s grote troef zijn schrijfstijl. Hij is een dichter, een woordvirtiuoos, een literaire tovenaar. Hij maakt van een wit blad een heus decor van prachtige proza, enkel en alleen door de toevoeging van zwarte letters. Als Conscience de man is die zijn volk leerde schrijven, dan is Lanoye de man die zijn volk leerde genieten. Genieten van een steengoed boek.