In 2015 won Mark Schaevers de Gouden Boekenuil met Orgelman, zijn fenomenale naslagwerk over Felix Nussbaum. Op de vlucht voor de nazi’s verbleef die Duitse schilder een tijdlang in Oostende, en hij was lang niet de enige vluchteling daar!
Ook Joseph Roth, Stefan Zweig, Irmgard Keun, Christopher Isherwood, Arthur Koestler en nog andere (voornamelijk Duitstalige) schrijvers en kunstenaars uit het interbellum zochten in 1936 hun toevlucht op de terrasjes van de mondaine Belgische badstad.
Over dat bonte allegaartje publiceerde Schaevers in 2001 al Oostende, de zomer van 1936. Na het succes van Orgelman werd dat boekje heruitgebracht. Tot groot plezier van de groeiende schare fans van Jospeh Roth vooral.
Oostende, de zomer van 1936 vertelt min of meer hetzelfde verhaal als Ostende. 1936, Sommer der Freundschaft, de naslagroman (?) die de Duitse auteur Volker Weidermann schreef over de bekendste terrasjesklanten aldaar: Joseph Roth en Stefan Zweig. De gelijkenis tussen beide titels is hoogst opmerkelijk trouwens.
Beide boekjes bieden een boeiend referentiekader voor al wie in de genoemde schrijvers geïnteresseerd is. Tal van archieffoto’s maken dit naslagwerk extra aantrekkelijk, maar de tekst zelf blijft vrij droog. Nergens duikt de schrijver psychologisch de diepte in, Schaevers bewaart de afstand van een journalistiek vorser en daardoor is Oostende, de zomer van 1936 (anders dan zijn prijsbeest Orgelman) waarschijnlijk te specialistisch om een breder publiek aan te spreken.
En Felix Nussbaum? Die schittert door zijn afwezigheid. Zelfs binnen het emigrantenmilieu blijft hij een outsider. Waarschijnlijk had hij gewoon niet de poen om terrasjes te doen.