Soe is een meisje van bijna vijftien. Ze zit in de derde klas van een school die haar zoals ze vaag weet, ‘voorbereidt’. We volgen drie dagen uit haar leven. Die drie dagen maakt ze zelf fanatiek aantekeningen in een schrift – ‘een nieuw schrift dat nog ruikt naar vers papier en niet naar oudbakken huiswerk’. Een maandag, een dinsdag en een woensdag – Soe houdt vooral van de woensdag en op die dag gebeurt er dan ook van alles, niet alleen dat ze samen met een jongen wordt overvallen door een verschrikkelijke regenbui, maar ze neemt ook een belangrijk besluit, waarover ze haar ouders inlicht. Die ouders zijn brave mensen – haar vader is leraar Nederlands op Soe’s school – die er alles voor over hebben om Soe een gelukkige en onbezorgde jeugd te bezorgen waarbij het haar aan niets ontbreekt. Treurig genoeg moet Soe vaak hoesten wanneer ze in de buurt van haar vader en moeder is. Is ze allergisch voor haar ouders? Zo erg kan het toch niet zijn. Maar bepaald zielig is Soe niet. Ze Kan fel van zich afbijten, haar medescholieren zijn zelfs een beetje bang voor haar of niet helemaal tegen haar opgewassen, zoals de lange Lo, de pukkelige Jan Jaap en vooral haar aandoenlijke vriendin Carolien (die door Soe ‘Cor’ wordt genoemd). In ieder geval: er kan veel gebeuren in drie dagen.