Angst en schoonheid is een bevlogen essay over leven en werk van Louis Couperus, volgens Bas Heijne de grootste romancier die Nederland gekend heeft. Heijne haalt Couperus naar deze tijd en laat zien dat de levensvragen die hij zich stelde nog altijd ónze vragen zijn: 'Hoe kan een mens zichzelf overeind houden in een wereld waarin alles vergankelijk is, waarin de mens die zich ontworstelt aan de benepenheid van zijn eigen kleine wereld niet automatisch een rijker, zinniger leven wacht, maar misschien juist de wanhoop van de totale leegte?' Heijne dringt door tot de kern van het werk van Couperus. Zijn boek is ook een persoonlijke confrontatie met een schrijver die hem meer over zichzelf heeft geleerd dan welke denker ook.
Bastiaan Johan (Bas) Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960) is een Nederlandse schrijver, vertaler en interviewer.
Heijne groeide op in Zwanenburg en ging naar de middelbare school in Badhoevedorp. Hij studeerde Engelse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.
In 1983 debuteerde hij als schrijver met de roman Laatste woorden. Hij schreef tussen 1984 en 1992 reisverhalen voor het tijdschrift De Tijd. Een deel van deze verhalen werd later gebundeld in Vreemde reis.
Zijn tweede roman, Suez, verscheen in 1992. Heijne is sinds 1991 als essayist verbonden aan NRC Handelsblad, voor welke krant hij sinds 2001 ook iedere week een column verzorgt. Zijn essaybundel De wijde wereld werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs.
Hij heeft werk vertaald van Evelyn Waugh, E.M. Forster en Joseph Conrad. In 2003 heeft hij het toneelstuk Van Gogh geschreven dat werd gespeeld door ZT Hollandia. In 2005 sprak Heijne de jaarlijkse Mosse-lezing uit en ontving hij de Henriette Roland Holst-prijs voor Hollandse toestanden, een verzameling columns die hij voor NRC Handelsblad schreef. In 2008 presenteerde Heijne het televisieprogramma Zomergasten van de VPRO.
In 2013 hield Heijne de Huizingalezing De betovering van de wereld over Louis Couperus. In datzelfde jaar verscheen ook een documentaire over Couperus naar een door Heijne geschreven scenario. Eerder had hij al het essay Het gezicht van Louis Couperus (1996) gepubliceerd. In 2014 werd zijn essay Angst en schoonheid. Louis Couperus, de mystiek der zichtbare dingen bekroond met de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs.
In december 2016 werd Heijne de P.C. Hooft-prijs 2017 toegekend, voor zijn beschouwend proza. De prijs is hem uitgereikt op 18 mei 2017. De jury roemt hem als een "een schrijver met een bijzondere positie als columnist en essayist, die over een enorme verscheidenheid aan actuele onderwerpen en kwesties schrijft. [...] Zijn werk geeft een vernieuwende impuls aan wat literatuur in maatschappelijke zin betekenen kan. [...] Vooral de vorm waarin hij dat doet is bijzonder: hij schrijft als een denker én denkt als een lezer."
Lastig. Een vlot geschreven essay over het werk en ook wel het leven van Couperus, maar zo vlot dat niet heel veel beklijfde. Aan de andere kant wil ik nu wel, weer, 'De stille kracht' lezen en ook het voor mij nieuwe 'Iskander'. En ook ben ik zeer verheugd, als leraar Nederlands, dat de beste columnist van ons land het belangrijk vindt om te benadrukken dat je de werken van Couperus (en ik neem aan elk literair werk an sich) niet moet plaatsten in een stroming, maar in je hart: het gaat erom waarom een boek voor jou als lezer belangrijk is, of niet. En Couperus treft Heijne in het hart: de beste romans van een van onze grootste schrijvers draaien om de vraag zonder antwoord: Waarom? Hoe dien je vorm te geven aan een leven in een zinloos universum. Alle personages lukt het uiteindelijk niet (hoewel Addy de Luce in mijn herinnering een aardige poging doet). Als je net als Heijne en Couperus -ja, zeer aanmatigend:-)- doorziet dat al het gemier op aarde tamelijk nutteloos is, moet het een genoegen zijn om weer eens een boek van Louis uit de digitale kast te trekken. Ik heb 'Iskander' dan ook LEGAAL gedownload op dbnl.org.
Tegelijk met de prachtige documentaire Louis Couperus – niet te stillen onrust komt Bas Heijne met het indrukwekkende essay Angst en schoonheid. Een stilistisch hoogstandje waarmee Heijne zijn liefde voor het werk van Couperus etaleert, maar vooral grondig analyseert hoe de schrijver zich staande heeft gehouden in zijn getormenteerde leven zoals ook in de hoogte- en dieptepunten van zijn schrijverschap. Altijd doemt dat grote vraagteken op: hoe betekenis te geven aan een bestaan dat geen betekenis lijkt te hebben. Steeds weer verplaatst Couperus zich in de doorlopende zoektocht naar verandering, zowel in fictie als in de schrijnende werkelijkheid. Er is de kinderangst uit de vroege jaren in het mystieke Indië, de beklemdheid van de bourgeoise kringen in het benepen Den Haag, de vrijgevochten overgave aan de lusten in Italië. Op geen enkele plek, op geen enkel moment is de schrijver in staat een vaste bodem voor zijn onrust te vinden. Maar goed ook, want juist daardoor - zo bewijst en bevestigt Heijne - zijn wij gezegend met het allermooiste proza dat ons taalgebied te bieden heeft.
Ik ben sowieso een Louis Couperus-verslaafde maar las met verbazing de schitterende interpretaties van Bas over onze geliefde Louis. Na zijn interessant-riskante uiteenzetting over de Iskander-roman wil ik deze roman Iskander het komende jaar zeker lezen. Zowat de enige roman van Couperus die ik nog niet las.
"Lief", "liefjes" (bijwoord) - veelgebruikt door Louis Couperus. En wat "lief" is, "liefjes" doet, brengt onherroepelijk angst en gevaar. Een mens kan niet zonder fantasie en verbeelding, niet zonder een plek voor het onzegbaar grote dat nooit bereikt wordt. Heen en weer tussen het kleine, dat ook gewaardeerd kan worden en het Grote, dat het kleine zo lief in zich draagt. Bas Heijne analyseert dat meesterlijk. Zo zou er vaker gekeken moeten worden naar onze grote literatuur. Multatuli, Hooft, Vondel, - ze wachten erop. Bijzondere indruk op mij maakte het voorlaatste hoofdstuk, dat over Iskander (1920). Ik las het boek in 1958 (ik was 17) met spanning en weerzin. Ik begrijp nu, dat ik niet kon hebben, jonge idealist die ik was, dat een zo mooi ideaal uitgehold kon worden door overgave aan duistere driften en genoegens. Maar de scriptie die ik schreef (voor klassieke talen meen ik) was zo uitbundig geïnfecteerd door Couperiaanse taal, dat ik me in de inleiding daarvoor bij de leraar verontschuldigde. De macht van het doorleefde woord.
Een prachtige heldere... inleiding op het werk van Couperus, wilde ik schrijven. Maar het is zóveel meer dan dat. Het is een aanstekelijk persoonlijk verhaal dat ontroert en inzicht geeft. Tot m'n genoegen breekt Bas Heijne een lans voor het persoonlijke lezen, het gelezene - vul ik in - spiegelen aan je eigen ervaringen en ook van daaruit het boek beoordelen, los van stijl en opzet. Wat beleef je aan een roman, wat doen de personages met je? In korte hoofdstukken krijgen we veel te horen over zijn relatie met Couperus, hij is een fan. Maar en passant ook het nodige over Couperus zelf. Hij plaatst de romans in de tijd en in het leven van de schrijver, alle grote thema's passeren de revu. Ik lees Couperus anders nu, met (nog) meer plezier.
Quote pagina 121: Wanneer goede schrijvers slecht schrijven, en Couperus kon heel goed slecht schrijven, gaat het meestal over hun diepste verlangens.
Herlezing. Je kunt - bij wijze van enthousiaste overdrijving - verder alle secundaire literatuur over het oeuvre van Couperus ongelezen laten: dit is zonder meer de beste beschouwing over zijn werk. In zijn beknoptheid doet dit essay recht aan de essentie van de beste en meest veelzijdige auteur die Nederland ooit heeft gekend.
Dit boekje van Bas Heijne is voor mij een introductie van Couperus. Ik heb van die man nog nooit een boek gelezen. De wijze waarop Heijne Couperus introduceert is dermate uitnodigend dat ik mij voorneem dat binnenkort wel te gaan doen. Heijne behandelt op een inzichtelijke manier de thema's die het werk van Couperus typeren. Waar Heijne wel ingaat op de maatschappelijke context in Nederlands India, laat hij dat na waar de theosofie aan de orde komt, dat is jammer. Voor mij, iemand waarvoor Couperus niet meer dan een naam is, is dit een interessant werkje, dat moet nog meer het geval zijn voor wie bekend is met zijn werk denk ik. De wijze waarop Heijne de vraag naar de betekenis van het bestaan behandeld is op zichzelf al de moeite waard om dit boekje te lezen.