Hij had zijn vader thuis nooit op een stoel zien zitten, en ook zijn moeder niet en zijn grootvader niet en zijn grootmoeder niet. Ook het dorp zat nooit op een stoel. Hij wist niet of de mensen er geen hadden omdat ze te arm waren of omdat ze er geen wilden. Ik maak een stoel voor het dorp, dacht hij. Ik geef iedereen een stoel en iedereen zal blijven zitten. Hij wist precies wanneer hij dat dacht en wat hij toen voelde. Hij was twaalf jaar en vijf dagen en een koning op een troon in een boom.
Het wilt een poëtisch kinderboek zijn, maar het is helemaal niet vlot leesbaar. Het spreekt wel aan tot de verbeelding en is inderdaad een ode aan de creativiteit, maar het vergt ook veel creativiteit om je door het boek te ploeteren.
Wat een prachtig verhaal! Soms wat cryptisch maar oh zo mooi geschreven. Woorden met een dubbele betekenis zo in de zin geplaatst dat de twee betekenissen tot hun recht komen. Gewoonweg geniaal.