Het was de letterkundige Kees Fens die eens opmerkte dat van iedere schrijver na zijn lijfelijke dood moet worden afgewacht of hij herboren wordt in zijn werk.
Met de verschijning van Gedundrukt vindt inderdaad een wedergeboorte plaats. Immers bij leven was Simon Carmiggelt (1913-1987) even vrijwillig als met huid en haar verbonden aan uitgeverij De Arbeiderspers, terwijl nu voor één keer een boek van hem verschijnt dat is 'gedundrukt' door Van Oorschot. In zijn gedicht 'De minor poet' laat Carmiggelt immers een dichter die in de hemel vriendelijk ontvangen wordt fantaseren: 'Hij zag zich al gedundrukt door Van Oorschot en mompelde: 'Ga ik dan niet teloor, God?'
Deze bijzondere uitgave verscheen ter gelegenheid van de 100ste geboortedag van Simon Carmiggelt op 7 oktober 2013.
Simon Carmiggelt (1913-1987) groeide op in zijn geboortestad Den Haag. Hij begon als journalist, aanvankelijk bij Het Vaderland, in 1932 bij Vooruit, de Haagse editie van het socialistische dagblad Het Volk, als toneel- en filmrecensent. Daar begon hij Haagse ‘cursiefjes’ te schrijven, onder de titel ‘Kleinigheden’.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte Carmiggelt via vrienden in Amsterdam betrokken bij het illegale blad Het Parool, waar hij instond voor de productie en de verspreiding. In het laatste oorlogsjaar was hij ook redacteur.
Na de bevrijding kreeg Carmiggelt bij Het Parool de leiding over de kunstrubriek. Vanaf oktober 1946 publiceerde hij weer zijn korte verhalen, aanvankelijk drie keer per week, later elke dag, die hij ondertekende met zijn nom de plume Kronkel. Tot zijn dood in 1987 verschenen er ruim 10.000. Hiervan koos hij er jaarlijks vijftig uit die hij in boekvorm publiceerde bij uitgeverij De Arbeiderspers. Hij las zijn verhalen ook voor, eerst voor de Vara-radio, later ook voor de Vara-televisie. Zijn populariteit nam zeer toe en bleek blijvend. In 1961 ontving hij de Constantijn Huygens-prijs en in 1974 de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre.
Het is een weldaad deze verhalen van Simon Carmiggelt te lezen. De persoonlijke observaties van de schrijver, die er vaak doorheen schemert, zijn ‘vast van toon’, ik bedoel: kennen daarin niet veel variatie; maar het is meer en anders dan het equivalent van ‘minimal music’ (meer de latere John Adams dan Reich of Glass): het zijn alle zeer geslaagde miniatuur-karakterstudies. De chronologische reikwijdte van de verhalen: van 1938 tot en met 1980. JM
Carmiggelt schreef voor de krant ruim 10.000 cursiefjes en er verscheen een belachelijke hoeveelheid verzamelbundels. In deze bloemlezing staan 100 van die beschouwende stukjes uit de periode 1938-1980, chronologische geordend. Waarschijnlijk is het beter om die stukjes niet allemaal snel achter elkaar naar binnen te werken, maar dat heb ik wel gedaan. Het is allemaal licht en ijzersterk, en steeds hoor je die vertrouwde stem. Het was weer fijn, meneer Carmiggelt.
Deze bundel werd uitgebracht in 2013, honderd jaar na de geboorte van Simon Carmiggelt. De verhalen werden geselecteerd in overleg met Frank Carmiggelt, de zoon van Simon. De verhalen zijn in chronologische volgorde geplaatst, van 1938 tot 1980, dus over een periode van ruim 40 jaar. De keuze is vooral gericht op portretten van mensen, vaak enigszins weemoedig. Reisavonturen en impressies van andere landen komen in het boek niet voor, de verhalen spelen allemaal in Nederland en dan met name in Amsterdam en soms ook Den Haag waar Carmiggelt opgroeide. De tweede oorlog komt in verschillende verhalen ter sprake, tot in het laatste in 1980 geschreven verhaal ‘Buigen’. De wereldoorlog was voor Carmiggelt een trauma omdat zijn oudere broer Jan toen door Duits geweld om het leven kwam. Die broer komt in enkele verhalen over de kindertijd ter sprake, maar zijn dood blijft onvermeld. Het is een mooie selectie van 100 verhalen.