Zeven bijzondere individuen kruisen elkaar, soms zonder het te beseffen. Slechts een van hen ziet een groot onheil naderen. Spits en ingenieus noteert Michels ieders handelingen en diepste gedachten tijdens de belangrijkste dagen van hun leven.
Er zijn boeken die je met een half oog kunt lezen en andere waarvan je compleet de draad kwijt bent wanneer je even niet hebt opgelet. We zijn water behoort tot de tweede soort. In korte hoofdstukjes springt Michels van personage naar personage en niemand lijkt iets van doen te hebben met een ander. Wie is Elena ook alweer, vraag je je dan af. O ja, het meisje dat haar ontluikende seksualiteit met een vriendin ontdekte, maar in het park op zoek is naar haar toekomstige. Dit is een puzzel in plaats van een roman, denk je, tot je verbanden opmerkt. Maddy, die haar overspelige man vermoordde, is een vriendin van Sue, die een kleerwinkel uitbaat. En deze is dan weer de kleindochter van de Italiaanse migrant Fabrizio, en ga zo maar door. Oké, denk je, nu heb ik het, tot je plots begint in te zien dat die personages er in feite helemaal niet toe doen. Michels wou niet over mensen schrijven, maar over een tijd en een maatschappij, net zoals Camilo José Cela dat indertijd ook deed in zijn fantastische De bijenkorf. Wat de kleine, over zijn huilende buurvrouw bezorgde Max gemeen heeft met de ietwat rare Rolf die in zijn tuin een nieuwe ark aan het bouwen is, is reddeloosheid en angst. Alle personages uit dit boek zijn op zoek naar contact en een eigen identiteit, naar zekerheid ook, en niemand kan hen die bieden, al gloort er soms wel iets.
"Toen Sue haar bord had leeggegeten, deed ik mijn uiterste best om haar langer te laten blijven. Ik haalde oude fotoalbums uit de kast, wees haar op mensen die ik niet meer herkende en verzon hen een leven."
Dit is geen boek. Dit is een muziekstuk. Zoals de zesde symfonie van Schubert.
Het komt enkel tot zijn recht als je het in 1 keer uitleest en beseft dat het geen boek is. Dit is waarom Carmien Michels het EK poetry slam won. Omdat zij een boek schreef dat ik volledig hoorde in mijn hoofd.
Je moet je erin wikkelen, je laten verstrikken, meedenken, meevoelen, aandachtig blijven.
De personages zijn geloofwaardig en dat leest prettig. Ik had meer verwacht van het einde, dat wat puzzelstukjes op hun plaats vielen. Sommige stukjes snap ik niet.
Een bijzonder boek en een bijzonder verhaal. Iets nieuw, fris, authentiek... De vorm, waarmee Carmien haar verhaal heeft opgebouwd, is heel speciaal: Verschillende verhaallijnen met verschillende personages... maar toch heeft het verhaal van de verschillende personages bepaalde raakvlakken. Heel vernieuwend voor de ogen van de lezer.
Heel goed geschreven, je kan dit boek heel vlot lezen maar je moet goed opletten zodat je het verhaal goed kan volgen. Carmien heeft iets buitengewoon gemaakt vanuit het gewone dagdagelijkse bestaan van haar personages. Heel mooi hoe Carmien haar focus oplegt op het verloop van het gewone leven.
Ik heb me heel hard geamuseerd met het lezen van dit boek: na een tijd wou ik meer en meer weten over de personages en over hun verschillende verhalen. Uiteindelijk zit er een verhaal achter elke persoon.
Het is niet gemakkelijk om zoveel verschillende personages bij elkaar te mengen: een kind, een oude man, jonge vrouwen, een tiener meisje... Het is alsof Carmien al haar personages in een cocktailshaker heeft gezet, dan is zij beginnen shaken, en de lezer krijgt de cocktail met alles erop en eraan.
Een heel mooie observatie oefening van de gewone mens van Carmien. Ik had al veel zin in dit boek. Zonder twijfels, goeie boek.
..."Fuck de denkers. Je moet dingen doen. Lopen, lachen, vechten en bewonderen. Ramses Shaffy was een fucking genius. Ten onder gegaan aan de alcohol, er weer bovenop gekomen, gestorven aan slokdarmkanker. Van de alcohol en de saffen? Maakt het uit? Als je niet durft te leven uit angst om dood te gaan, waar ben je dan mee bezig? Je moet de angsten aan de kant schuiven."... Een vlot lezend boek dat ik heb gelezen omdat Carmien Michels onze gaste is voor ons komend literair jongerencafé. Niet al de personages boeiden me maar heb het graag gelezen.
De taal is prachtig, maar doordat ik in het begin als lezer onvoldoende wordt meegenomen in het verhaal (de hoofdstukken hebben namen van personages en een nummer, maar meer aanduiding van tijd en plaats blijft uit) overtuigt het boek me niet.
Het einde is beter, maar die onduidelijkheid uit het begin blijft in minn hoofd hangen. Ik wil niet moeten puzzelen, ik wil lezen.
Een boek met vele verhaallijnen die toch onderling verbonden zijn. Vol verwarring begonnen, teruglezend wat de personage ook al weer had meegemaakt. Het zoeken naar identiteit, Max die in zijn grot duikt, de onheil die eraan komt. Weliswaar prachtig en oh zo uniek.
Het boek werd me vooraf voorgesteld als... speciaal. Wat raar, maar toch zeker niet slecht. En inderdaad. Ik was meteen verkocht bij de inleiding. Het boek leest als een trein alhoewel je er niet meteen zicht op hebt waarover het nu gaat. Je wordt meegesleurd in het leven van de verschillende personages die op het eerste zicht niets met elkaar te maken hebben. Verwacht geen happy boek, verwacht ook geen duidelijkheid. Verwacht wel een goed geschreven beschrijving van het dagelijkse leven van normale mensen. Soms hard, nogal rauw. Soms zo echt dat het 'bangelijk' is. Op het einde voelde ik me niet echt opgetogen. Het is geen sprookje, het heeft geen happy end, nu ja.. Het is eigenlijk ook niet echt een end. Speciaal. Wat raar, maar toch zeker niet slecht. Ze mag een vervolg schrijven, ik lees het.
Ik hield niet van het strak tempo dat als een ongecontroleerd ritme het verhaal voortstuwt. Ik hield niet van de personages die al even ongecontroleerd hun eigen verhaal kwijt moeten. Ik hield niet van het einde dat veel te snel kwam. Ik hield niet van de weinige dingen die gezegd werden, en hield er nog minder van dat vele dingen ongezegd bleven.
Ik hield me krampachtig vast. Dit werd het beste debuut van de laatste jaren genoemd.
Ik hou ervan, nu ik het boek uitgelezen heb. Misschien niet van het verhaal. En niet van de zinnen die ik las. Maar ik hou van hetgeen Michels doet met haar schrijven. Haar tekst stroomt langs de personages heen als een meanderende rivier. Niet wat ze beschrijft maar wat ze bedoelt vormt haar verhaal. Net zoals de bedding van de rivier onbereikbaar is zolang het water stroomt, blijft haar verhaal ongrijpbaar zolang het lezen duurt.
Een speciaal boek. Een boek dat ik nog eens opnieuw moet lezen, eigenlijk, om het helemaal te begrijpen en dieper in te gaan op hoe mooi het geschreven is. Ik ben geen fan van wisselende vertelperspectieven en het heeft tot halverwege het boek geduurd voor ik wist wie wie was. Geef mij maar een alwetende verteller die van personage naar personage springt; dat creëert altijd een helderder beeld van hen dan een ik-persoon die meer bezig is met gevoelens dan met beschrijvingen.
Hoe dan ook. Een ontroerend verhaal dat me geraakt heeft.
Dit boek bevat in principe alles wat nodig is om het mij een fantastisch boek te doen vinden: het is eigentijds, het is Vlaams, het bevat meerdere perspectieven, waaronder kinderen en het is goed geschreven. Maar het einde! Ik vond het einde enigszins teleurstellend, ik had zo graag gehad dat het níét absurdistisch zou worden, dat we gewoon allemaal een beetje verliefd op Sue zouden worden en dat dat het dan gewoon was.
Ik zal niet veel onthouden van dit boek. Het bleef niet plakken. Alles ging zo snel en ik vond het moeilijk om de verschillende verhalen aan elkaar te kleven. Ik vraag me nog steeds af wat de bedoeling was van de schrijfster. Ik snap dit boek gewoon niet.
Ik weet dat het een debuut is. Toch is dit geen geweldig boek. Was op één twee drie uitgelezen. Er is weinig blijven hangen. Een verdienstelijke poging, zoals ze dan vriendelijk zeggen.