Enerzijds is het gedachtegoed waarvan dit boek doordrongen is mij te radicaal en doet het ietwat ouderwets aan. Als elke 'taalfout' als taalverloedering veroordeeld wordt, is er weinig plaats voor natuurlijke taalevolutie. Bovendien mag men uiteraard trots zijn op de eigen taal, maar moet men deze dan ook krampachtig van enige anderstalige invloed afschermen? Is dit nog wel natuurlijk? Anderzijds kan Vadertaal en Moederland ook gezien worden als een mooie illustratie van de (extreme) opvattingen die de ronde doen over wat de staat van het Nederlands is of zou horen te zijn. Hierbij is het wel belangrijk zich niet door al het pessimisme omtrent een vermeend gebrek aan cultuur en degelijke taalkennis van de doorsnee (jonge) Nederlander/Belg te laten verblinden en kritisch/realtistisch te blijven. Bepaalde waardeoordelen worden in dit werk fel verdedigd, maar hierom zijn ze nog geen absolute waarheden.