Prometheus stal het vuur van de Goden en gaf het aan de mensen. Hij is voor Lemaire hét symbool van de vooruitgang en de wetenschappelijke houding die de mensheid sinds de Verlichting heeft. Maar de dagen van Prometheus zijn geteld: vooruitgang blijkt vaak niet meer dan voortgang en de grenzen van wat de planeet, maar ook wat mensen zelf aan kunnen, zijn zo’n beetje bereikt.
Vooruitgang klinkt goed en wordt vaak als oneigenlijk argument gebruikt. In combinatie met het gevoel dat juist déze tijd uniek is en we nú voor historische veranderingen staan levert dit progressisme op: de overtuiging dat voortgaan altijd vooruitgaan is. Het gevoel dat de mens niet in maar boven de natuur staat en overheersing van de instrumentele ratio in het naar de hand zetten van de natuur is bij elkaar het Prometheïsche in de mens. Volgens Lemaire leidt dat tot onmatigheid, in de vorm van een wetenschappelijk-technologisch-kapitalistisch complex.
Dat WTK-complex heeft in de eigen rationaliteit goede bedoelingen, maar altijd te maken met de wet van de onbedoelde gevolgen. Instrumentele rationaliteit van een deel zorgt vaak voor ongewenste uitkomsten op het totaal. Een voorbeeld is de digitalisering van de samenleving, die voor veel winst, welvaart en welzijn heeft gezorgd maar ook voor de mogelijkheid om elkaar eindeloos te bespioneren en beïnvloeden. Een heel actueel voorbeeld is dat globalisering een typisch eliteding is, met als onbedoeld gevolg dat het ten koste gaat van de mensen aan de onderkant van de samenleving.
De moraal en de ethiek hebben bovenien geen gelijke tred gehouden met de vooruitgang. Rousseau wist dat al in 1750, zo laat Lemaire zien. Hij parafraseert ook Illich, die betoogt dat er een midden bestaat tussen onderontwikkeling en grootschalige industrialisatie, die beide onproductief zijn.
Dan komt ook godsdienst nog even langs, want wist u al dat het te danken is aan het monotheïsme dat de mens zichzelf niet als onderdeel van de natuur ziet (immanentie) maar als buitenstaander (transcendentie)? En dat Orpheus misschien wel een beter voorbeeld is dan Prometheus, een veel meer esthetische werkelijkheidsbeleving als onderdeel van de natuur, want “alsof de ware aard van de werkelijkheid zou kunnen worden neergelegd in een getal, een berekening, een formule – hoe geniaal ook bedacht; alsof de natuur eigenlijk een ingewikkelde machinerie is en niet langer een gedicht, een zang, een melodie”
Matiging en eenvoudiger leven zou wel eens een heleboel kunnen oplossen. Dat is moeilijk, want al vanaf kinds af aan ga je anderen imiteren, en als je in een samenleving zit die ruilwaarde belangrijker vindt dan gebruikswaarde kan je daar bijna niet onderuit. En er is ook geen absoluut handboek voor matiging, het gaat om kritische bewustwording van je eigen acties en je omgeving en weerbaarheid zijn op weg naar het ‘goede leven’.
Met dat laatste advies kan ik het niet anders dan eens zijn. Het is een plezier om Lemaire te lezen, intellectuele verwennerij, hoewel hij wel erg pessimistisch is en hier en daar rare zijpaadjes inslaat, over de New Age beweging, Israël of chemische vervuiling van on s voedsel.