In Verpletterde schoonheid zijn Hrabals drie bekendste romans gebundeld.
Zwaarbewaakte treinen, Hrabals succesvolste roman uit de jaren zestig, verhaalt over een jongen met een seksueel probleem die ten einde raad zijn man-zijn met een verzetsdaad wil bewijzen. Ik heb de koning van Engeland bediend beschrijft de lotgevallen van een klein kelnertje dat verlangt naar een maatschappelijke erkenning die hem nooit ten deel zal vallen. Al te luide eenzaamheid gaat over het leven van een papierpletter, die alle boeken die hem interesseren van de ondergang redt. Zijn bedrijfje moet echter wijken voor een nieuwe gigantische papiermachine.
Born in Brno-Židenice, Moravia, he lived briefly in Polná, but was raised in the Nymburk brewery as the manager's stepson.
Hrabal received a Law degree from Prague's Charles University, and lived in the city from the late 1940s on.
He worked as a manual laborer alongside Vladimír Boudník in the Kladno ironworks in the 1950s, an experience which inspired the "hyper-realist" texts he was writing at the time.
His best known novels were Closely Watched Trains (1965) and I Served the King of England. In 1965 he bought a cottage in Kersko, which he used to visit till the end of his life, and where he kept cats ("kočenky").
He was a great storyteller; his popular pub was At the Golden Tiger (U zlatého tygra) on Husova Street in Prague, where he met the Czech President Václav Havel, the American President Bill Clinton and the then-US ambassador to the UN Madeleine Albright on January 11th, 1994.
Several of his works were not published in Czechoslovakia due to the objections of the authorities, including The Little Town Where Time Stood Still (Městečko, kde se zastavil čas) and I Served the King of England (Obsluhoval jsem anglického krále).
He died when he fell from a fifth floor hospital where he was apparently trying to feed pigeons. It was noted that Hrabal lived on the fifth floor of his apartment building and that suicides by leaping from a fifth-floor window were mentioned in several of his books.
He was buried in a family grave in the cemetery in Hradištko. In the same grave his mother "Maryška", step father "Francin", uncle "Pepin", wife "Pipsi" and brother "Slávek" were buried.
He wrote with an expressive, highly visual style, often using long sentences; in fact his work Dancing Lessons for the Advanced in Age (1964) (Taneční hodiny pro starší a pokročilé) is made up of just one sentence. Many of Hrabal's characters are portrayed as "wise fools" - simpletons with occasional or inadvertent profound thoughts - who are also given to coarse humour, lewdness, and a determination to survive and enjoy oneself despite harsh circumstances. Political quandaries and their concomitant moral ambiguities are also a recurrent theme.
Along with Jaroslav Hašek, Karel Čapek, and Milan Kundera - who were also imaginative and amusing satirists - he is considered one of the greatest Czech writers of the 20th century. His works have been translated into 27 languages.
'Verpletterde schoonheid’ is een bundeling van Hrabals bekendste langere werken en werd eerder in 2002 in een gebonden editie uitgegeven. Ter ere van Hrabals honderdste geboortedag in 2014 bracht Prometheus het boek opnieuw uit in een paperback. Maestro Kees Mercks herzag voor deze editie al zijn vroegere vertalingen.
'Zwaarbewaakte treinen' kende ik door de prachtige verfilming van Menzel. Het is het aangrijpende verhaal van een complexe jongen met een seksueel probleem die ten einde raad zijn mannelijkheid met een krankzinnige verzetsdaad wil bewijzen. Een klein meesterwerk.
'Ik heb de koning van Engeland bediend' heeft als ondertitel 'verhalen', maar het is eigenlijk een roman. De verschillende onderdelen hebben hetzelfde hoofdpersonage, met een verhaallijn die doorloopt en situaties die op elkaar volgen of naar elkaar verwijzen. Het zijn de schrijnende en absurde lotgevallen van een klein kelnertje dat zich opwerkt tot miljonair maar uiteindelijk terug in de goot belandt.
'Al te luide eenzaamheid' gaat over een papierpletter (als dat woord al bestaat), die alle boeken die hem interesseren van de ondergang (lees: de papiermolen) redt. Wanneer er een nieuwe gigantische papiermachine op de markt komt moet hij zich in alle bochten wringen om zijn hachje te redden.
Tot slot is er nog het lange prozagedicht 'Adagio lamentoso'.
In deze uitzonderlijke 'novellen', die zich afspelen rond de Tweede Wereldoorlog tot in de communistische tijd, schetst Hrabal ons zijn unieke werkelijkheid. In zijn onnavolgbare, roesverwekkende taal toont hij een absurde wereld van wonderlijk surrealisme en bizarre ironie. Verslavende, grootse literatuur.
Ik had nog nooit van de Tsjechische Bohumil Hrabal gehoord toen we enkele maanden geleden in onze leesclub 'Lezen en leven' in het Werkhuys in Borgerhout een fragment uit 'Al te luide eenzaamheid' lazen. Het fragment was niet meer dan een bladzijde lang, maar fascineerde me zodanig dat ik meteen meer van Habral wilde lezen. Blijkbaar was onlangs nog Verpletterde schoonheid verschenen met vier verhalen van zeer ongelijke lengte van hem, met daaronder 'Al te luide eenzaamheid'. Meteen gekocht en nog geen moment spijt van gehad.
'Zwaarbewaakte treinen' was halverwege de jaren '60 - net voor de Praagse Lente dus - tot een heuse hype uitgegroeid. Later werd het ook verfilmd en die prent won een Oscar voor beste buitenlandse film. In de novelle blaast een jonge Tsjech een munitietrein van het Duitse leger op waarbij hij zelf omkomt. Niet zolang tevoren had hij echter al een mislukte zelfmoordpoging achter de rug vanwege zijn seksuele onmacht. Hij is een held, of toch ook weer niet?
De langste tekst in deze bundel - bijna een roman, al wordt hij als een verzameling verhalen aangekondigd - is 'Ik heb de koning van Engeland bediend'. Een jonge piccolo, een onderdeurtje, die last heeft van zijn schrale lichaamslengte, tracht zich op te werken tot hoofdkelner in opeenvolgende, steeds betere hotels. Alle middelen zijn goed om zijn doel te bereiken tot en met het meeheulen met de Duitse bezetter. Dat levert hem een straf op na de oorlog, al heeft de gevangenis meer weg van een vakantiecentrum. Als hij zijn straf heeft uitgezeten, krijgt hij een eenzaam baantje als stratenmaker in een bergachtig grensgebied, waar hij nog nauwelijks een mens ontmoet. Dat hij zijn ambities nog niet is kwijtgeraakt, voel je in zijn gedachten over zijn dood en zijn toekomstige begrafenis: hij wil dat zijn graf dwars op de waterscheiding in Bohemen wordt gegraven, zodat zijn stoffelijke resten enerzijds via de Rijn, anderzijds via de Donau over heel Europa worden verspreid. Dit verhaal is pas in 1989 als boek verschenen, na de val van het communisme dus.
Mijn persoonlijke favoriet is 'Al te luide eenzaamheid'. Deze novelle schreef Habral in de jaren nadat de Praagse Lente met Sovjetgeweld werd platgeslagen. Een eenzame arbeider plet al dertig jaar oud papier en boeken. Dagelijks worden door het gat boven zijn pletpers tonnen papier uitgestort en zo komt hij ongewild in contact met romans, filosofische werken, gecensureerde literatuur en nog veel meer. De mooiste boeken neemt hij mee naar huis en bewaart ze tot op een doorbuigend zoldertje boven zijn bed toe. Zo is hij buiten zijn wil om geschoold geraakt, klaagt hij voortdurend. Maar intussen ontpopt hij zich tot filosoof, leert hij schoonheid van pulp onderscheiden en ontpopt hij zich tot een levensgenieter. Tot dit alles hem op een dag ontnomen dreigt te worden... Theater Zuidpool brengt een toneelbewerking van 'Al te luide eenzaamheid' nog de hele maand november 2014 in Antwerpen en later op verplaatsing als een rauwe, indringende monoloog over macht en onmacht, liefde, filosofie, erotiek en alcohol.
'Adagio lamentoso' ten slotte is een korte tekst in poëtisch proza die op een of andere manier lijkt aan te sluiten op 'Al te luide eenzaamheid', al is dat niet altijd zo duidelijk.
In deze vier verhalen ontbindt Habral al zijn literaire duivels wat leidt tot een bij wijlen hilarisch surrealisme en dan weer tot de meest absurde verhaallijnen en ontwikkelingen. Lezen is hier puur genieten. Een boek dat ik ongetwijfeld nog zal herlezen.
Zwaarbewaakte treinen : p.6-72 : ***** Al te luide eenzaamheid : p. 73 - 164 : ***** Ik heb de koning van Engeland bediend : p 165 - 390 : **** Adagio lamentoso : p 391 - 400 : ** (te surrealistisch voor me)
Die laatste pagina van "Ik heb de koning van Engeland bediend" lees ik als een uitnodiging voor iets waar ik bij het lezen zoveel goesting in had: zijn tekst met de schaar te lijf gaan... of eerder nog: met een stift die punten en hoofdletters invoegt ... maar ook weer niet: de aaneengeregen zinnen, enkel gescheiden door een komma laten de tekst immers stromen, vergroten de sowieso al groteske en soms ronduit absurde kronkels in zijn vertelling nog wat uit. Punten en hoofdletters zouden weliswaar rust brengen in de tekst (en daardoor wellicht vlotter leesbaar maken) ... maar rust past niet in Hrabals stijl. En toch... toch stoort die stroom mij soms bij het lezen; ze werken niet zoals de evenzeer van punten gespeende zinnen van Saramago.
Het is trouwens maar zeer de vraag of Hrabal met zijn laatste pagina werkelijk uitnodigt of de lezer (alweer) op het verkeerde been zet. Zoiets als: "Ik weet het: die zinnen zijn één aaneenschakeling van woorden, beelden, verzinsels, gedachtensprongen, ... en houden zich niet aan de basisregels van interpunctie.... maar het zal me worst wezen: door die stijl heb ik je toch maar lekker meegezogen in mijn bizarre wereld. Dat van die verblindende zomerzon is trouwens ook maar een smoes om mijn keuze voor 'écriture automatique' te verantwoorden.". Anderzijds nam hij ander werk van hem zelf wel degelijk onder handen, knipte hij en herschreef hij (soms bouwde hij zelfs proza om in versvorm), gaf hij nieuwe edities uit. Soite. Die bewuste laatste pagina (van wat ik eerlijk gezegd niet eens het beste van de hier drie gebundelde romans vind: ook nu ik alles, ruim twintig jaar na een eerste lezing, herlas, blijft "Al te luide eenzaamheid" mij het meest intrigeren): "Bovenstaande teksten zijn geschreven in felle zomerzon, een die de schrijfmachine zo verhitte dat deze een paar keer per minuut haperde en stotterde. Niet bij machte de verblindende velletjes te bekijken had ik geen controle over wat ik typte, verdoofd door het licht schreef ik dus volgens de automatische methode en het zonlicht maakte me zo stekeblind dat ik alleen nog maar de contouren voor me zag van mijn fonkelende machine, het metalen bovenblad werd in de loop van enkele uren zo heet dat de getypte bladzijden door de hitte om de rol heen krulden. En aangezien de gebeurtenissen die zich het afgelopen jaar zo over me heen rolden dat ik zelfs geen tijd had de dood van mijn moeder te registreren, die gebeurtenissen nopen me er dus toe de tekst zo te laten zoals die in eerste aanzet is geschreven, en te hopen dat ik eens de tijd en moed zal vinden om deze tekst keer op keer opnieuw om te smelten en tot een zeker klassieke schoonheid om te werken, of dat ik onder de indruk van het moment en onder voorwaarde dat ik dat ik die eerste spontaneïteit van de beelden zou kunnen bewaren, de tekst zomaar met de schaar te lijf ga en er onder invloed van het moment er die beelden uitknip die na verloop van tijd hun frisheid nog bezitten. En mocht ik dan niet meer op de wereld zijn, laat dan een van mijn vrienden dat doen. Laat die hier maar een kleine novelle of een flink verhaal uit knippen. Zo is het maar net!"