In zijn voordracht De vraag naar de techniek uit 1955 onderwerpt Martin Heidegger de instrumentele opvatting van techniek aan een kritisch onderzoek. Hij gaat daarvoor terug naar Aristoteles en diens leer van oorzakelijkheid en laat zien dat de Griekse filosoof onder technische voortbrenging nog iets heel anders verstond, namelijk een ‘wijze van ontbergen’. Op basis hiervan kan Heidegger een nieuw licht werpen op de moderne techniek, die hij analyseert als een ‘opvorderend ontbergen’, dat van al wat ermee in aanraking komt maar één ding verlangt: dat het terstond ter plekke ter beschikking staat. De smartphone is hier een recent opvallend blijk van, maar het geldt al voor waterleiding en lucifer. In zijn commentaar legt Gerard Visser Heideggers diepgaande beschouwing niet alleen nauwkeurig en integraal uit, maar gaat hij ook in op de herkomst van diens herneming van de zijnsvraag in de ervaring van wat Nietzsche het Europese nihilisme heeft genoemd. Tegelijk met dit commentaar verschijnt bij uitgeverij Vantilt een nieuwe vertaling van De vraag naar de techniek.
Grotendeels heldere uitleg. De latere Heidegger is wellicht nog een stuk ingewikkelder dan de Heidegger uit de jaren twintig, wat een goede analyse tot een must maakt. Jammer is dat op de punten waar het echt moeilijk wordt, begrippen soms niet in veel detail worden uitgelegd (terwijl dit juist de moeilijkheid is van Heidegger - die analyse van de Aristoteliaanse oorzakelijkheid vergt minder nuance).
Dit commentaar maakt 'the question concerning technology' beter leesbaar. Ook is de structuur van het boek zeer duidelijk. De voetnoten zijn tevens een fijne toevoeging!
Toch gaat een (te) groot stuk over de etymologie van de Griekse woorden die Heidegger gebruikt. Voor mijn gevoel miste ik wat uitleg over de belangrijkste begrippen. Ook de uitleg kan naar mijn idee simpeler. Filosofisch jargon is leuk, maar niet altijd even nodig, vooral niet in een commentaar van een boek :)