Onder de naam Barbara Felix schreef Alice Rühle-Gerstel de roman Hanna en de vrijheid die in 1984 postuum verscheen en grote lof kreeg toegezwaaid.
Hanna Last gaat in 1934 in ballingschap naar Praag. Ze meldt zich bij de communistische partij en krijgt een baantje als ‘knipselaar’ en vertaalster bij een krant, Svoboda, ‘Vrijheid’, waar ze geacht wordt ook een beetje voor de partij rond te snuffelen. Hanna wordt verliefd op de hoofdredacteur. Ze houdt van deze Anatol, maar wantrouwt hem ook, want waarom mag ze niet bij hém thuis komen en wie is de vrouw die ze een keer in zijn gezelschap ziet? Bovendien moet hun relatie voor de mensen bij de krant geheim blijven en wringt het dat haar echtgenoot zich in een Duitse gevangenis bevindt.
De lotgevallen van het personage Hanna zijn opgetekend in een dynamische stijl die uitstekend aansluit bij de dynamische tijd waarin de roman speelt. Geen dag is hetzelfde, zelfs niet de dagen van eenzaamheid die Hanna beleeft.
Wertvoller Einblick in die Verfolgung von Kommunist*innen während der Nazizeit, wo die Kommunistin Hanna ein Leben im Exil führt - in Prag. Nah an der Lebensgeschichte der Autorin, die selbst als Kommunistin nach Prag fliehte und später mit ihrem Mann nach Mexiko ging, wo sie unter anderem mit Frida Kahlo gechillt hat. Alice Rühle-Gerstel hat mehrere Werke verfasst, u.a. wohl feministische Gedanken formuliert, die 20 Jahre später von Simone De Beauvoir aufgegriffen wurden. Viele ihrer Genoss*innen sind an ihrem politischen Kampf verzweifelt und haben sich am Ende das Leben genommen, so auch sie…
Als vluchteling mag Hanna niet werken, maar ze vindt toch werk bij een krant. Na een tijdje mag Hanna een kijkje nemen bij de opmaak, die ’s avonds onder hoge tijdsdruk plaatsvindt. Barbara Felix beschrijft het geweldig en ik zie het helemaal voor me: de mannen die af en aan lopen met hun gezichten zwart van de inkt, het lawaai, de warmte.
Het zijn roerige tijden, die direct invloed hebben op Hanna. Dit is sfeervol weergegeven, met hier en daar een poëtische zin.