Moet je gek zijn om in God te geloven? Of op z’n minst naïef, onkritisch en zweverig? Moderne mensen hebben afgerekend met de illusie dat er een God bestaat. Toch wil God maar niet dood. Nog altijd zijn er weinig on derwerpen die meer stof doen opwaaien dan juist religie. Buiten Europa groeit religieus geloof. En zelfs in het seculiere Nederland zijn er mensen die zich tot het geloof in God bekeren. Natuurlijk kunnen we dat zien als een nieuw bewijs voor de onuitroeibare irrationa-liteit van mensen. Maar misschien is er meer aan de hand. Misschien is geloven in God niet zo dom als het lijkt.
Dat laatste is precies wat in dit boek wordt beweerd. Twee wetenschappers zetten hier de argumenten voor en tegen Godsgeloof op een rij. Ze doen dat op een milde manier, zonder polemiek of bekeringsijver, al zijn ze zelf wel gelovig. Het boek is geschreven met vaart en humor en het bevat de laatste wetenschappelijke en filosofische inzichten over religie en Godsgeloof. Het is tot stand gekomen met medewerking van gelovige en niet-gelovige wetenschappers uit verschillende vakgebieden en bedoeld voor mensen die openstaan voor argumenten.
Stefan Paas (1969) is hoogleraar theologie aan de VU in Amsterdam. Hij publiceerde onder andere op het gebied van politiek en cultuur. In januari 2012 noemde Elsevier hem een ‘denker die ertoe doet’.
Rik Peels (1983) promoveerde in de filosofie en is postdoc aan de VU in Amsterdam. Hij schrijft regelmatig opiniërende bijdragen in de landelijke pers.
Paas en Peels weten mijns inziens overtuigend te betogen dat veel argumenten tegen god berusten op vooronderstellingen, zichzelf in de voet schieten of niet per definitie god uitsluiten. Evenzeer weten zij helder uiteen te zetten dat mensen allerlei veronderstellingen koesteren die niet bewezen zijn. Godsgeloof is zodoende niet anders. En tevens een intuïtieve menselijke eigenschap. Als laatste deel ik met hen de opvatting dat ethiek een intellectueel probleem is voor atheïsten. Men kan niet objectief spreken over normen en waarden als hiervoor geen rechtvaardiging bestaat. Zie bijvoorbeeld Kant. Hij frommelde god in zijn metafysica, omdat hij doorzag dat een antwoord op het vraagstuk 'wat moet men doen' in geen geval intellectueel te rechtvaardigen was (helaas halen Paas en Peels hem niet aan).
Daarentegen vond ik enkele van de 6 godsargumenten erg onbevredigend. Het ontologisch argument is ook na dit boek voor mij niet overtuigend. Iets dat het 'hoogst denkbaar is' hoeft niet te bestaan, zoals het geval is met alle conceptuele zaken. Ook het finetuning argument betreft eenzelfde conclusiesprong: het is onwaarschijnlijk dat het universum zo in elkaar zit, dus daarvoor moet een verklaring bestaan. Toeval lijkt hen niet geheel te bevredigen, maar toeval is intellectueel goed mogelijk. Je wint een loterij door... zo bezien is het 'touw van losse argumentdraadjes' niet bestendig voor het ophangen van de geloofsschommel.
Al met al vind ik hoofdstuk 1-4 zeer verhelderend en ben ik het in grote lijnen met hen eens (hoewel ik een leek ben, dus weerleg vooral mijn conclusies). Zodoende vind ik 4 sterren zeer gerechtvaardigd.
I should probably re-read the book. But when I read it in 2019, I just couldn't really follow along with the arguments given. They felt a little lacking at some points.
Volgens mij ga ik dit nooit meer uit lezen dus het mag wel ns van mn lijstje af. Door het totale gebrek aan enig besef van neurowetenschap en de levenswetenschappen in het algemeen was het verschrikkelijk om te lezen. De schrijvers vallen daarnaast ook erg vaak in herhaling. Perfect voor op het nachtkastje, heel slaapverwekkend. Ik viel minder in slaap bij echte filosofische werken.
Qua stijl vond ik het wat taai (vooral het eerste hoofdstuk bevatte veel herhaling). Qua algemene boodschap die er vanuit gaat vond ik 't heel waardevol. Kwam voor mij precies op het goede moment en kijk nu anders naar argumenteren etc.