Wanneer tijdens de Tweede Wereldoorlog steeds meer verhalen de ronde beginnen te doen van opgepakte en gedeporteerde Joden in Amsterdam besluiten Sal Plessner en zijn vrouw hun huis uit voorzorg te verlaten. Hun dochter Jet sturen ze naar een vriend in Haarlem, om onder te duiken en rustiger tijden af te wachten. Als klein kind hoorde Ariëlla Kornmehl de verhalen van haar grootmoeder, die als meisje na de oorlog naar het Centraal Station van Amsterdam ging op zoek naar terugkomende familieleden. Maar niemand kwam terug. Wanneer Kornmehl later zelf op dat station kwam, werd ook zij altijd door een gevoel van groot verlies overvallen.
Ze besefte dat het verleden een onuitwisbare indruk achterlaat. Mensen die elkaar moesten verlaten in de oorlog, kwamen lang niet altijd weer terug bij elkaar. Wat ik moest verzwijgen onderzoekt hoe het voor een moeder geweest moet zijn om je eigen kind op te geven om zelf te kunnen overleven. En wat kwam er van de kinderen terecht die gedwongen achtergelaten werden? Hoe leefbaar is het leven als je je achtergrond amper kent, of sterker nog, als je die kent maar je ervoor schaamt?
1975 Geboren in Amsterdam 1994-1999 Studie filosofie aan de Universiteit van Amsterdam 1998-2000 Verblijf in Johannesburg 2001 Debuut Huize Goldwasser bij uitgever Vassallucci 2005 De vlindermaand bij uitgeverij Cossee. De vlindermaand is inmiddels aangekocht door: Actes Sud (France), Bloomsbury Berlin (Germany) , Scribe (Australia), Zero91 (Italy), Sifriat Poalim (Israel) en Altin Bilek (Turkey). 2006 De Familie Goldwasser bij Uitgeverij Cossee (luisterboek). 2007 De Familie Goldwasser bij Uitgeverij Cossee (roman).
Alles, was wir wissen konnten …. ist leider nicht viel, denn Ariëlla Kornmehl kann den an sich guten Plot ihres Roman nicht zufriedenstellend umsetzen.
Holland zur Zeit der deutschen Besatzung in den 40er Jahren, eine junge jüdische Frau versteckt ihren Geliebten auf dem Land und wird durch ihren nationalsozialistischen Nachbarn, der von Raubkunstverkäufen recht gut lebt, erpresst und belästigt. Diese Übergriffe lösen widersprüchliche Gefühle in ihr aus. Sie fühlt sich entehrt aber latent auch zu ihrem Peiniger hingezogen – eine psychologisch äußerst interessante Entwicklung, die jedoch nicht weiter ausgearbeitet wird. Der gesamte Roman leidet unter mangelndem Tiefgang und unter der fürchterlich einfältigen Schreibweise, die bestenfalls den Übungen des ersten Semesters Creative Writing genügt. Doch selbst da könnte ein Satz wie „Sein Vater hatte immer wie eine Mutter für ihn gesorgt“ wohl kaum bestehen.
Für mich gab es dann aber doch eine wichtige Entdeckung: Die Autorin erwähnt einen Raubkunstskandal um den niederländischen Kunsthändler Jaques Goudstikker. Der Wikipedia Eintrag zu seinem Leben liest sich so interessant, so spannend, so bewegend, wie es Ariëlla Kornmehl niemals vermocht hätte.