Jump to ratings and reviews
Rate this book

Geestspraak: Hoe we de Bijbel kunnen verstaan

Rate this book
In Geestspraak betoogt theoloog Henk van den Belt dat de Bijbel onfeilbaar betrouwbaar is omdat de heilige Geest daarin spreekt. Het gezag van de Bijbel geeft al lange tijd aanleiding tot discussie. Niet zozeer om de wonderen die erin staan of om de historiciteit van de bijbelverhalen, maar doordat christenen de Bijbel in de praktijk heel verschillend toepassen. Dit boek belicht hoe de Geest werkt bij de inspiratie van de bijbelschrijvers, hoe Hij zorgt voor de acceptatie van de Schrift en hoe Hij ons leidt bij de interpretatie. Het is een intrigerende bijdrage aan het gesprek over de hermeneutiek, aan de bezinning op de vraag hoe wij de Bijbel verstaan.

622 pages, Kindle Edition

Published May 16, 2024

7 people are currently reading
31 people want to read

About the author

Henk Van Den Belt

10 books2 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
8 (38%)
4 stars
12 (57%)
3 stars
1 (4%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 8 of 8 reviews
Profile Image for Matthijs.
155 reviews8 followers
August 19, 2024
In orthodox-protestants Nederland is er veel discussie over de betekenis en het gezag van de Bijbel. Op verzoek van de Gereformeerde Bond schreef Henk van den Belt een boek over de regels die komen kijken bij de uitleg en de toepassing van de Bijbel. Van den Belt schreef zijn boek vanuit een bepaalde zorg. Die zorg is tweeledig. In bepaalde discussies over ethiek (met name seksualiteit en relaties) en over het ambt wordt het gezag van de Schrift in de ogen van Van den Belt teveel gerelativeerd. Aan de andere kant is er ook een bepaalde zorg over de rol van de Schrift in meer evangelicale en reformatorische hoek. In deze evangelicale en reformatorische hoek is een te strakke opvatting over de Schrift, waardoor bepaalde wetenschappelijke inzichten geen ruimte krijgen, omdat die inzichten zouden botsen met de Schrift. In zijn ogen is er in die kringen te weinig ruimte voor wetenschappelijke vorm van exegese en voor natuurwetenschappelijke inzichten. Van de Belt wil meer ontspannen gebruik maken van historisch-kritische methoden en heeft ook geen moeite met het inzicht dat de aarde een hoge ouderdom kan hebben. De voorwaarde daarbij is wel dat de historisch-kritische methode blijft bedenken dat God door de Schrift heen spreekt en dat bij een hoge ouderdom van de aarde vastgehouden wordt aan God als Schepper. Van den Belt wil wetenschap en geloof dicht bij elkaar houden.
In de discussie over het gezag van de Schrift in deze tijd wil Van den Belt de belijdende positie uitwerken, zoals die positie in de gereformeerde traditie is ontwikkeld. De basis van die positie is dat de Schrift een goddelijke oorsprong heeft. De titel zegt het al: in de Schrift spreekt de Geest. Dat spreken van God door Zijn Geest geeft aan de Schrift het gezag. Van den Belt wil daarom voorzichtig zijn met de term Schriftgezag: niet de Bijbel als boek heeft gezag, maar het spreken van God in de Schrift. Een gereformeerde positie kan daarom niet blijven steken bij een theorie over de Schrift en een theorie over het gezag van de Schrift. Naast de theorie dient de Schrift steeds weer open te gaan om gelezen, beluisterd en uitgelegd te worden. De Schrift heeft wel een goddelijke oorsprong, maar omdat de Geest gebruik gemaakt heeft van mensen, heeft de Schrift ook een menselijke kant. Van den Belt vindt de nadruk van evangelicalen op de onfeilbaarheid van de Schrift te weinig ruimte bieden voor die menselijke kant. Die menselijke kant betekent dat in de uitleg de oorspronkelijke context en betekenis opgespoord dient te worden. Door het spreken van de Geest in de Schrift is de Bijbel meer dan een menselijk boek. In de uitleg van de Schrift mag het spreken van God niet verwaarloosd worden. Van den Belt plaatst zijn boek in de stroming die pleit voor de theologische interpretatie van de Schrift: de uitleg is erop gericht het spreken van de Geest te horen.
Na het lezen van dit boek heb ik wel enkele inhoudelijke vragen bij de manier waarop Van den Belt zijn visie uiteenzet. Allereerst vraag ik me af of Van den Belt zijn boek niet teveel vanuit een bepaalde zorg geschreven heeft. Die zorg overheerst niet in de toon van het boek, maar wel in de opzet van Geestspraak. Zo behandelt Van den Belt polygamie als een voorbeeld van hoe zijn visie in de praktijk werkt. De thematiek van polygamie is alleen relevant als je bang bent dat er in de kerken een discussie opgang komt van de mogelijkheid van meer dan 2 personen in een relatie. In de discussie over de vrouw in het ambt wil Van den Belt een onderscheid maken tussen een dienend en een regerend ambt. Een regerend ambt zou meer passend zijn bij de zwijgteksten in het Nieuwe Testament. Van den Belt gaat bij dit onderscheid er echter aan voorbij dat er in de brieven van Paulus genoeg aanwijzingen te vinden zijn dat vrouwen in de allereerste gemeenten duidelijke leidinggevende posities hadden. Overigens meldt Van den Belt dat tegenstanders van vrouw in het ambt hun positie niet kunnen claimen als de enige juiste orthodoxe visie op de Schrift. In mijn ogen een terechte waarschuwing.

Het is jammer dat Van den Belt de meest recente ontwikkelingen in de hermeneutiek niet heeft meegenomen. In de laatste jaren zijn er diverse orthodoxe en orthodox-gereformeerde theologen met een etnische achtergrond: Afro-Amerikanen, Hispanics, Aziatisch-Amerikanen zijn zich ervan bewust dat hun culturele achtergrond hun kijk op de Schrift kleurt. Zij willen dat niet in mindering brengen op de gereformeerde traditie. Vanuit die ontwikkeling is de vraag of in dit boek van Van den Belt er niet een belangrijk aspect ten onrechte vergeten wordt: de positie van de auteur zelf en zijn culturele achtergrond.

In bepaalde evangelicale en reformatorische hoek zal men wellicht vinden dat Van den Belt in bepaalde opzichten te ruim is. Ik ben juist blij met de wijde blik waarmee Van den Belt de belijdende gereformeerde positie uitwerkt. Ik hoop dat hij daarmee degenen die vastlopen in een bepaalde spanning tussen geloof en wetenschap in zijn boek een ontspanning vinden zowel wetenschap en geloof van harte te omarmen en enthousiast te combineren. Het mooie van dit boek is dat het niet alleen de afsluiting is van een lang denkproces. Van den Belt laat doorschemeren dat dit boek misschien ook wel een eerste deel van reeks boeken over dogmatische thema’s zou kunnen zijn. Als Van den Belt die thema’s op dezelfde manier behandelt, zal hij de kerken in Nederland daar erg mee helpen.
Profile Image for Ardjan Boersma.
27 reviews11 followers
August 6, 2024
Een weloverwogen, helder geschreven, openhartig en rijk boek. Iedereen die zich (verder) wil bezinnen op (veranderingen in) de manier waarop de Bijbel wordt gelezen zou het moeten lezen.
Profile Image for Johan van Heusden.
61 reviews4 followers
September 27, 2025
heel interessant
hoe breng je bijvoorbeeld wetenschap en de bjjbel bjj elkaar
is onfeilbaar hetzelfde als foutloos, nee dus
en is het echt zo spannend als binnenbijbelse citaten nogal vrij zijn overgenomen van de originele tekst
en als het chronologisch allemaal een beetje is aangepast om het verhaal beter over te brengen is dat blijkbaar prima
enz

wel heel dik dus af en toe stukje geskipt 😊
Profile Image for Henrik van de Ruitenbeek.
29 reviews3 followers
August 4, 2024
Henk van den Belt heeft nog niet zoveel boeken (in het Nederlands) op zijn naam staan. Wie hem echter uit artikelen, lezingen of preken kent, herkent veel. En we mogen dit boek met een beetje mazzel als deel 1 van een nieuwe gereformeerde dogmatiek beschouwen, zo staat in de inleiding.

Dat deel 1 zet in bij de openbaringsleer, nauw samenhangend met hermeneutiek. Tegelijk is het bijna een pneumatologie: Van den Belt verbindt alles met elkaar door een beroep op de Geest. Elk hoofdstuk verbindt één aspect van de openbaring met de Geest. In deze lijn pleit Van den Belt voor een herwaardering van funderingsdenken, maar dan geen rationele, maar een pneumatologische. Daarbij wijst hij het (Amerikaanse) inerrancy-denken af en wil ontspannen omgaan met ‘tegenstrijdigheden’ tussen bijvoorbeeld verschillende evangelisten, maar aarzelt bij de consequenties van de taalfilosofie bij J.L. Austin, waarbij de aandacht van de exegeet en normativiteit van de bijbel zou verschuiven van de betekenis van de tekst naar wat een tekst ‘doet’. (p.268). Hij voelt wat dat betreft nog meer verwantschap met de Rooms-katholieke openbaringsleer, omdat er dan tenminste nog een gezaghebbende openbaring van buiten ons tot ons komt (p.244).

Centraal staat Van den Belts schema van drie concentrische cirkels, waarbij van buiten naar binnen toe men van betekenis van de tekst, via confessionele vooronderstellingen, naar concrete beslissingen voor het leven gaat. Een verhelderende voorstelling! Concreet wordt van den Belt zelf door zich uit te spreken over vrouwelijke amtsdragers, schepping en evolutie, homoseksualiteit en de verzoeningsleer. Dit tweede element ligt ik er even uit omdat het mij niet geheel duidelijk wordt hoe hij zaken nu ziet.

Van den Belt noemt zijn visie op ‘schepping en oergeschiedenis’ oude-aardecreationisme. Hij onderscheidt vier lagen (waar G. van den Brink er nog drie zag): 1) hoge ouderdom kosmos 2) het bestaan van de cyclus van leven en dood voor de komst van de homo sapiëns 3) de evolutionaire samenhang van al het leven 4) de natuurlijke selectie van al het leven. Van den Belt accepteert (1) en wijst (4) af als interpretatie en speculatie. Van den Brinks laag 3 komt hiermee overeen, maar hij vindt die kwestie theologisch niet interessant. Hoe Van den Belt over (2) en (3) denkt, is iets complexer. Dood en verderf vóór de homo sapiëns wijt hij aan de kosmische van van de engelen. Dat valt onder de voorzienigheid, en niet onder de (goede) schepping van God. Dat er kwaad onder de voorzienigheid plaatsvindt is minder problematisch dan dat het inherent in de schepping zou zitten. Uit dit proces van dood en verderf komt uiteindelijk de mens voort. Toch kun je dat proces ook wel weer schepping noemen. ‘Zo kun je het ontstaan van het leven en van nieuwe levensvormen toeschrijven aan Gods scheppend handelen, al heeft Hij (...) daarvoor net als hij de schepping van Adam bestaande materie gebruikt’. Vervolgens schrijft hij weer: ‘God schept niet door middel van evolutie, maar leidt in zijn voorzienigheid de geschapen wereld naar het moment dat hij uit die wereld, uit het stof der aarde, de mens schept (!) naar zijn beeld en gelijkenis’. Dit klinkt alsof Van den Belt op de valreep toch de Gemeenschappelijke afstamming accepteert, ondanks dat hij het een pagina eerder nog enigszins lijkt te betwijfelen. Het komt mij verder voor dat de termen schepping en voorzienigheid hier door elkaar blijven lopen, terwijl het in praktische zin weinig van theïstisch evolutionisme verschilt.

Dit net-niet-voldoende-uitgewerkt gevoel komt op meer plekken terug. Van den Belt wil de z.g.n. interne criteria herwaarderen als het gaat om de canonvorming. Hij formuleert hier vijf aspecten voor. Dit maakt m.i. wel duidelijk waarom de boeken die de canon gehaald hebben, er terecht in zijn gekomen, maar niet waarom andere orthodoxe geschriften er niet in zijn gekomen (denk aan de Didachè). Verder stelt Van den Belt op niet alle bijbelboeken een gelijke aard van gezag toe te kennen, maar dit in samenhang te zien het hoelang de kerk over de erkenning van het betreffende boek deed. De canon heeft rafelranden (p. 205) en het soortelijk gewicht is per boek verschillend. De uitwerking laat hij aan de exegeet over, maar hoe kun je wel ‘ontspannender’ (p.206) omgaan met de uitleg van Openbaringen als deze juist met de sterkte autoriteitsclaim komt (p. 197)? Tot slot is de toon - voor een dogmatiek - vrij persoonlijk. Regelmatig schrijft Van den Belt in ik-vorm. ‘in de Protestantse Kerk in Nederland werk ik samen met vrouwelijk collega’s en ik ben de laatste om te ontkennen dat hij goed en zegenrijk werk doen’ schrijft hij in de lopende tekst over vrouwelijke ambtdragers’ (p.287).

Toch kunnen deze aarzelingen niet wegnemen dat zijn boek een orthodoxe, en tegelijk prikkelde aanzet voor een nieuwe dogmatiek vormt.
Profile Image for Samuel Driessen.
19 reviews
September 19, 2024
Ik was heel benieuwd naar dit boek. Ik heb het met plezier en dankbaarheid gelezen. Prof. Van den Belt heeft een heldere schrijfstijl en behandelt veel in dit boek. Vanwege het laatste zou een kortere versie van dit boek wellicht wenselijk zijn, zodat een breder publiek kennis van de inhoud kan nemen.
De insteek die Van de Belt kiest vanuit de persoon en het werk van de Heilige Geest vindt ik mooi, overtuigend en zo nu en dan ontroerend.
Dat wil niet zeggen dat ik ook (heel wat) vragen heb over het boek. M.n. het hoofdstuk over de kennis uit de natuur en de Bijbelse beschrijving van de schepping vond ik niet overtuigd. Ik begrijp niet goed waarom hij daar zo sterk de wetenschap laat spreken (of heersen), boven of over het getuigenis van de Schrift, terwijl hij dat bij de ethische thema's minder doet.
Voer voor gesprek dus. Ik hoop binnenkort een leesclubje te vinden om hierover door te praten.
Kortom: dankbaar voor dit boek. Ik zie uit naar verdere uitwerkingen van prof. Van den Belt - want hij lijkt daarop te 'hinten' in het boek. :)
Profile Image for Teun de Ridder.
80 reviews7 followers
January 20, 2025
Een wat wonderlijke en soms warrige combinatie van klassieke dogmatische Schriftleer en theologische hermeneutiek. Op zijn slechtst een wat teleurstellend en esoterisch boek, op zijn best toch een eigenzinnige en open houding tegenover bijbelwetenschap. Per saldo winst voor mijn segment van de kerk, denk ik.
Profile Image for Frans.
56 reviews5 followers
February 14, 2025
Een sympathiek pleidooi voor hermeneutische sensitiviteit bij het lezen van de Bijbel. De auteur doet dat vanuit een door hem als 'pneumatologische vorm van funderingsdenken' aangegeven basis.
Displaying 1 - 8 of 8 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.